THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results
In This Topic
Introductie
Back to Top

Section

Subject

Topics

Introductie

Kinderen leren tijdens hun groei veel nieuwe vaardigheden. Sommige daarvan, zoals controle over blaas- en darmfunctie, worden voornamelijk bepaald door de mate van rijpheid van de zenuwen en hersenen van het kind. Andere vaardigheden, bijvoorbeeld zich thuis en op school gedragen zoals het hoort, zijn het resultaat van een complexe interactie tussen de lichamelijke en verstandelijke (cognitieve) ontwikkeling, de gezondheid en het temperament van het kind en de relaties die het met ouders, leerkrachten en verzorgers heeft.

Gedrags- en ontwikkelingsproblemen kunnen zo problematisch worden dat de normale relatie tussen het kind en anderen erdoor onder druk komt te staan. Sommige gedragsproblemen, zoals bedplassen, hoeven niet ernstig te zijn en verdwijnen snel. Andere gedragsproblemen, zoals de problemen die zich voordoen bij kinderen met aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ook vaak aangeduid als ‘ADHD', naar het Engelse attention deficit/hyperactivity disorder), kunnen voortdurende behandeling vereisen. De meeste problemen die in dit hoofdstuk worden beschreven, komen voort uit slechte gewoonten die kinderen overnemen en die uit ontwikkelingsoogpunt normaal zijn. De behandeling is erop gericht de slechte gewoonten af te leren door het kind zover te krijgen dat het zijn gedrag wil veranderen. Om dit te bereiken, moeten de ouders vaak bepaalde handelwijzen consequent doorvoeren, wat weer resulteert in een verbetering van de gedrag van het kind.

illustrative-material.sidebar 1

Gedragsproblemen veroorzaakt door opvoeding

Een aantal niet al te ernstige gedragsproblemen zijn soms het gevolg van opvoedingsproblemen.

Interactieproblemen tussen ouder en kind zijn moeilijkheden in de relatie tussen een kind en zijn ouders, die soms al in de eerste levensmaanden beginnen. De relatie staat mogelijk onder druk doordat de zwangerschap of bevalling moeizaam verliep of doordat de moeder na de bevalling aan een depressie leed of onvoldoende door de vader, familieleden of vrienden werd gesteund. Het onvoorspelbare voedings- en slaapritme van een baby draagt ook bij aan de spanning. De meeste baby's slapen de eerste 3 tot 4 maanden 's nachts nog niet door. Een slechte relatie kan de sociale en verstandelijke ontwikkeling van het kind vertragen, waardoor een groeiachterstand kan ontstaan.

Een arts, een verpleegkundige of een andere hulpverlener kan met de ouders het temperament van de baby bespreken en de ouders informatie over de ontwikkeling van zuigelingen bieden en handige tips geven zodat ze de problemen beter aan kunnen. De ouders kunnen dan hun verwachtingen beter afstemmen opde realiteit, hun schuldgevoelens en de conflicten aanvaarden en proberen aan een gezonde relatie te werken. Als de relatie niet wordt hersteld, ondervindt het kind mogelijk ook later nog problemen.

Een negatieve spiraal is een cyclus van negatief (stout) gedrag dat een negatieve (boze) reactie bij de ouder of verzorger oproept, waarna het kind zich nog negatiever gaat gedragen en de ouder nog bozer wordt. In veel gevallen begint een negatieve spiraal wanneer het kind agressief en dwars is. De ouders of verzorgers reageren hierop door boos te worden, te schreeuwen en te slaan. Een negatieve spiraal kan mogelijk ook ontstaan wanneer ouders te toegeeflijk of te beschermend reageren op de angsten of op claimend of manipulerend gedrag van het kind.

De negatieve spiraal kan worden doorbroken door het negatieve gedrag, zoals driftbuien of niet willen eten, te negeren, mits anderen geen last van het gedrag hebben. Bij gedrag dat niet kan worden genegeerd, kunnen de ouders proberen het kind af te leiden of apart te zetten (dit laatste wordt ook wel een ‘time-out' genoemd). Ouders moeten het kind ook prijzen voor goed gedrag.

Er is sprake van disciplineproblemen als het kind ongepast gedrag vertoont dat vooral ontstaat bij ondoelmatige discipline. Mits niet te vaak toegepast hebben pogingen het gedrag van een kind te sturen door het een standje of een tik te geven soms tijdelijk effect. Over het algemeen wordt het verkeerde gedrag op deze manier echter niet voldoende aangepakt en zou het kind hierdoor een verminderd gevoel van veiligheid en eigenwaarde kunnen krijgen. Bovendien kan een ouder die kwaad is, te ver gaan met slaan. Het kind een tijdje apart zetten kan zinvol zijn. Te vaak straffen heeft echter steeds minder effect. Door te dreigen het kind weg te sturen of zelf weg te gaan kunnen de ouders het kind psychische schade berokkenen.

Goed gedrag wordt gestimuleerd door het kind complimentjes te geven en te belonen. Aangezien de meeste kinderen liever aandacht krijgen voor negatief gedrag dan helemaal geen aandacht, moeten ouders elke dag bepaalde momenten reserveren om leuke dingen met hun kind te doen.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Eetproblemen

Figures
Tables
Disclaimer