THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results
In This Topic
Scheelzien
Back to Top

Section

Subject

Topics

Scheelzien

Bij scheelzien (strabisme) wijkt één oog van de normale stand af zodat de oogas niet parallel staat aan die van het andere oog en beide ogen niet tegelijkertijd op hetzelfde voorwerp zijn gericht.

Scheelzien kan verschillende oorzaken hebben, zoals ongelijke trekkracht uitgeoefend door spieren die de stand van de ogen bepalen of een slecht gezichtsvermogen in één oog.

Er zijn verschillende vormen van scheelzien, die zich allemaal op een andere manier ontwikkelen. Kenmerkend voor sommige vormen is dat het oog naar binnen is gericht (esotropie) en voor andere dat het naar buiten is gericht (exotropie). Andere vormen worden gekenmerkt door een naar boven gericht (hypertropie) of naar beneden gericht oog (hypotropie).

Ouders merken de aandoening bij hun kind soms op doordat de ogen een afwijkende stand lijken te hebben. Scheelzien kan de oorzaak zijn van dubbelzien (diplopie) bij een ouder kind of van amblyopie bij een jonger kind.

Het kind moet regelmatig en al vanaf de leeftijd van enkele maanden worden onderzocht om scheelzien tijdig te ontdekken. Een arts onderzoekt een zuigeling door met een lampje in de ogen van het kind te schijnen om te zien of het licht op elke pupil vanaf dezelfde plaats terugkaatst. Oudere kinderen kunnen grondiger worden onderzocht door ze naar een voorwerp te laten staren, soms met één oog afgedekt. Tijdens het grondige onderzoek kan mogelijk een lichte vorm van scheelzien worden ontdekt die anders onmogelijk kon worden waargenomen. Kinderen die scheelzien, moeten regelmatig door een oogarts worden onderzocht.

Als het scheelzien niet ernstig is, is mogelijk geen behandeling nodig. Behandeling is meestal wel nodig als het scheelzien ernstig is of verergert. De behandeling hangt af van de specifieke kenmerken van het scheelzien.

Heteroforie is een neiging van de ogen om enigszins van de normale stand af te wijken. Deze neiging is zo gering dat de oogspieren en de hersenen de afwijkende oogstand vrijwel de gehele dag volledig kunnen corrigeren en de beelden steeds kunnen worden samengevoegd. Heteroforie veroorzaakt doorgaans geen symptomen, maar kan in ernstige gevallen tot scheelzien en dubbelzien leiden. Heteroforie kan door een oogarts worden vastgesteld. Gewoonlijk is voor heteroforie zonder symptomen geen behandeling nodig.

Infantiele esotropie: dit is het naar binnen draaien van de ogen voordat het kind 6 maanden oud is. Het zit vaak in de familie en is in veel gevallen ernstig. Tegen de tijd dat het kind 3 maanden is, beginnen de ogen vaak naar binnen te draaien. Het naar binnen draaien gebeurt meestal voortdurend en valt snel op.

Meestal moet de oogstand operatief worden gecorrigeerd door de trekkracht van de oogspieren aan te passen. Er kunnen meerdere operaties nodig zijn. In zeldzame gevallen wordt het scheelzien zelfs met de best mogelijke behandeling niet volledig gecorrigeerd. Soms kan tegen de leeftijd van 2 jaar amblyopie ontstaan, ook met behandeling.

Accommoderende esotropie: hierbij begint het naar binnen draaien van de ogen wanneer een kind tussen 6 maanden en 7 jaar oud is. Het komt het meest voor bij twee- en driejarigen en hangt samen met het scherp stellen (accommoderen) van de ogen.

De verkeerde oogstand is het gevolg van de manier waarop de ogen bewegen om zich op nabij- en verafgelegen voorwerpen scherp te stellen. Kinderen met accommoderende esotropie zijn vaak verziend. Hoewel de ogen bij iedereen naar binnen draaien om op dichtbijgelegen voorwerpen scherp te stellen, gebeurt dit bij verziende ogen ook wanneer deze naar voorwerpen op afstand kijken. In lichte gevallen draaien de ogen mogelijk alleen te ver naar binnen wanneer ze naar nabijgelegen voorwerpen kijken. In ernstiger gevallen draaien de ogen voortdurend te ver naar binnen. Met behandeling kan accommoderende esotropie gewoonlijk worden gecorrigeerd. Meestal wordt het eerst geprobeerd met een bril, waardoor het kind beter op voorwerpen kan scherp stellen en de ogen minder de neiging hebben naar binnen te draaien wanneer ze naar deze voorwerpen kijken. Veel kinderen groeien over verziendheid heen en hebben uiteindelijk geen bril meer nodig.

In enkele gevallen worden geneesmiddelen (bijvoorbeeld oogdruppels met ecothiopaat) gebruikt om de ogen te ondersteunen bij het scherp stellen op nabij gelegen voorwerpen. Als het met een bril en oogdruppels niet lukt de oogstand goed te krijgen, kan een operatie zinvol zijn. Blijvende amblyopie ontstaat minder vaak bij kinderen met accommoderende esotropie dan bij kinderen met infantiele esotropie.

Paralytisch strabisme: hierbij zijn één of meer oogspieren verlamd geraakt die het oog in een andere richting laten draaien. Het gevolg hiervan is dat de spierwerking niet langer in evenwicht is. De verlamming wordt gewoonlijk veroorzaakt door een aandoening van de zenuwen die de oogspieren aansturen. Zo kan door hersenletsel of een hersentumor de druk in de schedel toenemen, waardoor de zenuwen naar de oogspieren worden samengedrukt.

Bij kinderen met paralytisch strabisme wordt alleen de beweging van het aangedane oog in een bepaalde richting gehinderd. Beweging in andere richtingen wordt niet beïnvloed. Er kan amblyopie of dubbelzien ontstaan. Het dubbelzien wordt verergerd door in een richting te kijken die normaal door de verlamde oogspieren wordt gecontroleerd.

Paralytisch strabisme kan worden behandeld met een bril met prismaglazen die het licht zo ombuigen dat beide ogen vrijwel hetzelfde beeld opvangen. De aandoening kan na verloop van tijd vanzelf overgaan. Het is ook mogelijk dat operatief moet worden ingegrepen. Als paralytisch strabisme het gevolg is van een andere aandoening die de zenuwen aantast, zoals een hersentumor, moet ook deze aandoening worden behandeld.

Intermitterende exotropie: exotropie is het naar buiten draaien van de ogen. De ogen draaien slechts af en toe (intermitterend) naar buiten, meestal wanneer het kind naar voorwerpen op afstand kijkt. Intermitterende exotropie kan na de leeftijd van 6 maanden worden ontdekt.

Intermitterende exotropie die geen hinderlijke symptomen veroorzaakt, zoals dubbelzien, hoeft mogelijk niet te worden behandeld. Er ontstaat zelden amblyopie. Als de symptomen af en toe hinderlijk zijn, kan het kind gebaat zijn bij een bril. In zeldzame gevallen wordt aangeraden oogspieroefeningen te doen. Als de symptomen ondanks het gebruik van een bril verergeren, kan een operatie effectief zijn.

illustrative-material.figure-short 1

Scheelzien: een afwijkende oogstand

Scheelzien: een afwijkende oogstand

Er zijn verschillende vormen van scheelzien. In de meeste gevallen is een oog naar binnen gedraaid (esotropie) of naar buiten gedraaid (exotropie). Op deze afbeeldingen is het rechter oog aangedaan.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Amblyopie

Next: Introductie

Figures
Tables
Disclaimer