THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Ademnoodsyndroom

Ademnoodsyndroom (vaak aangeduid met de Engelse term ‘respiratory distress syndrome' of de afkorting ‘RDS') is een ademhalingsstoornis waarbij de longblaasjes (alveoli) van premature pasgeborenen niet openblijven. De oorzaak hiervan is dat er geen of onvoldoende surfactans wordt aangemaakt.

Een pasgeborene kan probleemloos ademhalen als de longblaasjes open blijven en zich met lucht kunnen vullen. Normaal gesproken maken de longen een uit lipiden (vetten) en eiwitten bestaand mengsel aan, ‘surfactans' genaamd. Surfactans fungeert als bevochtigingsmiddel en bedekt het oppervlak van de longblaasjes, waarin het de oppervlaktespanning verlaagt en ervoor zorgt dat de longblaasjes tijdens het ademhalingsproces openblijven. De surfactansproductie komt meestal na een zwangerschapsduur van ongeveer 34 weken op gang. Hoe vroeger het kind wordt geboren, des te groter is het risico dat na de geboorte het ademnoodsyndroom ontstaat. Het ademnoodsyndroom komt bijna uitsluitend voor bij premature pasgeborenen en komt vaker voor bij pasgeborenen van moeders met diabetes mellitus.

Symptomen en diagnose

Bij een pasgeborene met dit syndroom zijn de longen stug en klappen de longblaasjes vaak volledig in, waardoor de lucht uit de longen verdwijnt. Kinderen die zeer vroeg worden geboren, zijn soms niet in staat na de geboorte met ademen te beginnen. Meestal probeert het kind wel te ademen, maar omdat de longen zo stug zijn, treedt ernstige ademnood op. Ademnood uit zich in een zichtbaar moeizame ademhaling: bij de inademing wordt de borst onder de ribbenkast ingetrokken en staan de neusgaten wijd open en bij de uitademing zijn kreunende geluiden te horen. Aangezien een groot gedeelte van de long geen lucht bevat, is de zuurstofconcentratie in het bloed laag, waardoor de huid blauwachtig wordt (cyanose). Na een aantal uren kan de ademnood heviger worden, omdat de kleine hoeveelheid surfactans in de longen dan is verbruikt en steeds meer longblaasjes inklappen. Ook de ademhalingsspieren raken vermoeid en verzwakt. Als het kind niet wordt behandeld, kan het door zuurstoftekort uiteindelijk beschadiging van de hersenen en andere organen oplopen of overlijden.

De diagnose ‘ademnoodsyndroom' wordt gesteld op basis van de symptomen en op afwijkingen die op röntgenfoto's van de borstkas van het premature kind zichtbaar zijn.

Preventie en behandeling

Het risico van ademnoodsyndroom wordt sterk verkleind als de bevalling veilig kan worden uitgesteld totdat de longen van de foetus voldoende surfactans hebben geproduceerd. De gynaecoloog kan een vruchtwaterpunctie (amniocentese) uitvoeren, waarbij een kleine hoeveelheid vruchtwater in een spuit wordt gezogen en waarna de hoeveelheid surfactans kan worden bepaald. Als de aanmaak onvoldoende is, maar een voortijdige bevalling niet kan worden voorkomen, kan de gynaecoloog of verloskundige de moeder injecties met corticosteroïden (betamethason of dexamethason) toedienen. De corticosteroïden gaan via de placenta naar de foetus en versnellen de aanmaak van surfactans. Binnen 48 uur na de eerste injecties zijn de longen zo ver doorgegroeid dat na de geboorte het ademnoodsyndroom niet zal ontstaan of, indien het wel optreedt, waarschijnlijk minder ernstig zal zijn.

Na de bevalling heeft een pasgeborene met een lichte vorm van het ademnoodsyndroom soms alleen extra zuurstof nodig, die via een zuurstofmasker of via een slang in de neus kan worden toegediend. Een pasgeborene met ernstig ademnoodsyndroom moet mogelijk zuurstof worden toegediend via continue positieve luchtwegdruk (de Engelse term hiervoor is ‘continuous positive airway pressure', afgekort CPAP). Het kind kan dan uit zichzelf uitademen tegen een positieve zuurstofdruk of lucht die via in beide neusgaten ingevoerde slangen wordt toegediend. Als een zuigeling er zeer slecht aan toe is, kan het nodig zijn een buisje in de luchtpijp in te brengen (intubatie) en de ademhaling door middel van een beademingsapparaat te ondersteunen.

Een surfactanspreparaat kan levensreddend zijn en vermindert het risico van complicaties, bijvoorbeeld een scheur van de longen (pneumothorax). Het surfactanspreparaat werkt op dezelfde manier als natuurlijk surfactans. Surfactans kan direct na de geboorte in de verloskamer worden toegediend om te proberen het ademnoodsyndroom te voorkomen of in de eerste uren na de geboorte als de premature pasgeborene reeds de symptomen van deze aandoening vertoont. Wanneer een luchtslang in de luchtpijp van de pasgeborene is ingebracht, kan surfactans hierdoor worden toegediend.

Behandelingen met surfactans kunnen gedurende de eerste dagen een aantal malen worden herhaald totdat het ademnoodsyndroom is verdwenen.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Groot voor de zwangerschapsduur

Next: Tijdelijke tachypneu

Figures
Tables
Disclaimer