THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Bloedarmoede

Bloedarmoede (anemie) is een aandoening waarbij het bloed te weinig rode bloedcellen bevat.

Normaal gesproken maakt het beenmerg van de pasgeborene de eerste drie tot vier weken na de geboorte geen nieuwe rode bloedcellen aan. Bloedarmoede kan optreden wanneer rode bloedcellen te snel worden afgebroken, wanneer er te veel bloed is verloren of wanneer beide problemen zich tegelijkertijd voordoen.

Elk proces dat tot sterke afbraak van rode bloedcellen leidt, heeft bloedarmoede en een sterk verhoogde bilirubinespiegel (hyperbilirubinemie) tot gevolg. Hemolytische anemie van de pasgeborene is er mogelijk de oorzaak van dat de rode bloedcellen van de pasgeborene in hoog tempo worden afgebroken. Dit kan ook gebeuren als de pasgeborene een erfelijke afwijking van de rode bloedcellen heeft. Een voorbeeld hiervan is erfelijke sferocytose, waarbij de rode bloedcellen er onder een microscoop klein en bolvormig uitzien.

Een voor de geboorte opgelopen infectieziekte als toxoplasmose, rodehond, cytomegalovirus, herpes simplex of syfilis (lues) kan er ook toe leiden dat rode bloedcellen snel worden vernietigd. Hetzelfde geldt voor bacteriële infecties die de pasgeborene tijdens of na de geboorte heeft opgelopen.

Een andere oorzaak van bloedarmoede is bloedverlies. Er is in verschillende situaties sprake van bloedverlies, bijvoorbeeld als er een grote hoeveelheid bloed van de foetus via de placenta in de bloedsomloop van de moeder komt (foetomaternale transfusie) of als er bij de bevalling te veel bloed in de placenta achterblijft wanneer de navelstreng wordt afgeklemd. De placenta kan reeds voor de bevalling van de baarmoederwand loslaten (solutio placentae), waardoor het foetale bloed wegstroomt. In zeldzame gevallen kan er bloedarmoede ontstaan doordat het foetale beenmerg geen rode bloedcellen kan aanmaken. Een voorbeeld hiervan is de erfelijke aandoening Fanconi-anemie. Eveneens zeldzaam is bloedarmoede die optreedt doordat moeder en foetus tijdens de zwangerschap aan bepaalde geneesmiddelen blootgesteld zijn geweest.

Symptomen en behandeling

Een pasgeborene die tijdens de weeën of bevalling plotseling een grote hoeveelheid bloed heeft verloren, kan er bleek uitzien, een snelle hartslag en een lage bloeddruk hebben, evenals een snelle, oppervlakkige ademhaling. Minder ernstige bloedarmoede kan tot lusteloosheid en slecht drinken leiden, maar soms zijn er geen symptomen. Wanneer de bloedarmoede een gevolg is van versnelde afbraak van rode bloedcellen, wordt er ook meer bilirubine geproduceerd, waardoor de huid en het wit van de ogen van de pasgeborene gelig zijn (geelzucht).

Een pasgeborene die in korte tijd veel bloed heeft verloren, vaak tijdens de weeën en bevalling, wordt behandeld met intraveneus toegediend vocht gevolgd door een bloedtransfusie. Bij zeer ernstige bloedarmoede veroorzaakt door hemolytische anemie is mogelijk ook een bloedtransfusie noodzakelijk, maar de bloedarmoede wordt vaker behandeld met een wisseltransfusie, waarbij een deel van het bloed van de pasgeborene geleidelijk wordt verwijderd en vervangen door dezelfde hoeveelheid vers donorbloed. Door de wisseltransfusie wordt ook bilirubine uit de bloedsomloop verwijderd en dus de hyperbilirubinemie behandeld.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Hyperbilirubinemie

Next: Polycytemie

Figures
Tables
Disclaimer