THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Hyperbilirubinemie

Hyperbilirubinemie is een abnormaal hoge bilirubinespiegel in het bloed.

Verouderde rode bloedcellen worden via de milt verwijderd en de hemoglobine uit deze rode bloedcellen wordt afgebroken en hergebruikt. Het haemgedeelte van hemoglobinemoleculen wordt omgezet in een gele kleurstof, bilirubine, die via het bloed naar de lever gaat en daar chemisch wordt omgezet en vervolgens via de gal wordt uitgescheiden in het spijsverteringskanaal van de pasgeborene. De stof verdwijnt uit het lichaam wanneer de pasgeborene ontlasting produceert. De ontlasting krijgt door de bilirubine een gele kleur.

De meeste kinderen hebben de eerste dagen na hun geboorte een verhoogde bilirubinespiegel, waardoor de huid en het wit van de ogen gelig worden (geelzucht). Als de pasgeborene om bepaalde redenen geen voeding krijgt, bijvoorbeeld als hij ziek is of een spijsverteringsprobleem heeft, kan de bilirubinespiegel hoog worden. Ook pasgeborenen die borstvoeding krijgen, hebben tijdens de eerste twee weken vaak een iets verhoogde bilirubinespiegel.

Hyperbilirubinemie kan ook optreden wanneer een pasgeborene een ernstige aandoening heeft, bijvoorbeeld infectie van het bloed (sepsis of bloedvergiftiging). De aandoening kan ook worden veroorzaakt door hemolyse (versnelde afbraak van rode bloedcellen), zoals voorkomt bij Rh-incompatibiliteit (see Zwangerschapscomplicaties) of ABO-incompatibiliteit.

In het overgrote deel van de gevallen is een verhoogde bilirubinespiegel niet ernstig. Een zeer hoge bilirubinespiegel kan echter hersenbeschadiging (kernicterus) veroorzaken. Extreem premature kinderen en ernstig zieke pasgeborenen hebben een verhoogd risico van kernicterus. In bijna alle gevallen is een licht verhoogde bilirubinespiegel als gevolg van borstvoeding geen reden tot zorg. Kinderen die iets te vroeg zijn geboren en borstvoeding krijgen, vooral als ze al snel uit het ziekenhuis zijn ontslagen, moeten echter nauwlettend op hyperbilirubinemie worden gecontroleerd, omdat bij hen kernicterus kan ontstaan als de bilirubinespiegel zeer hoog wordt.

Symptomen en diagnose

De huid en het wit van de ogen van pasgeborenen met hyperbilirubinemie hebben een gelige kleur (geelzucht). Bij kinderen met een donkere huidskleur kan geelzucht minder goed te herkennen zijn. De gele kleur verschijnt meestal eerst op het gezicht en naarmate de bilirubinespiegel stijgt, breidt de kleur zich over borst, buik en ten slotte over benen en voeten uit.

Pasgeborenen met hyperbilirubinemie die symptomen van kernicterus vertonen, kunnen lusteloos worden en slecht drinken. Deze kinderen moeten onmiddellijk door een arts worden onderzocht. In de latere stadia van kernicterus zijn de symptomen prikkelbaarheid, spierstijfheid of epileptische aanvallen en koorts.

Het is belangrijk dat een arts gedurende de eerste levensdagen bij ieder kind de mate van geelzucht beoordeelt. Bij sommige pasgeborenen is een gevaarlijk hoge bilirubinespiegel ontstaan nadat ze op de dag na hun geboorte uit het ziekenhuis waren ontslagen toen de bilirubinespiegel nog niet was gestegen. Het is dan ook van groot belang dat bij kinderen die vroeg uit het ziekenhuis zijn ontslagen, binnen enkele dagen na ontslag de bilirubinespiegel wordt gecontroleerd. Dit geldt in het bijzonder voor pasgeborenen die enkele weken te vroeg zijn geboren en pasgeborenen die borstvoeding krijgen.

Eerst wordt het kind onder goed licht door een arts onderzocht die vervolgens de mate van geelzucht bepaalt door een speciaal hiervoor bestemd apparaat (een bilirubinemeter) tegen de huid van het kind te houden of door een klein bloedmonster te laten onderzoeken.

Behandeling

Lichte gevallen van hyperbilirubinemie hoeven niet speciaal te worden behandeld. Frequent voeden van het kind versnelt de darmwerking, waardoor er minder bilirubine uit de darmen opnieuw in het bloed wordt opgenomen en de bilirubinespiegel daalt. Matig ernstige hyperbilirubinemie kan worden behandeld met fototherapie, waarbij het kind ongekleed onder een bilirubinelamp (blauw licht) wordt gelegd. Door blootstelling aan het licht verandert de opbouw van de bilirubinemoleculen in de huid, waardoor de bilirubine wordt omgezet in een vorm die gemakkelijker door de lever en nieren kan worden uitgescheiden. De ogen van het kind worden afgedekt. Pasgeborenen kunnen ook thuis worden behandeld door ze op een ‘bilirubinedeken' van glasvezel te leggen, waardoor hun huid aan fel licht wordt blootgesteld. Het bloed van deze kinderen moet herhaaldelijk op de bilirubineconcentratie worden onderzocht totdat dit daalt.

In zeldzame gevallen kan het nodig zijn dat de moeder tijdelijk overgaat van borstvoeding op flesvoeding om er zeker van te zijn dat haar kind bij elke voeding de juiste hoeveelheid binnenkrijgt. Zodra de bilirubinespiegel begint te dalen, moet de moeder de borstvoeding hervatten. Matig ernstige hyperbilirubinemie houdt bij zuigelingen die borstvoeding krijgen soms weken aan. Dit is een normaal verschijnsel dat geen problemen voor het kind oplevert en dat meestal niet betekent dat de borstvoeding moet worden stopgezet.

Als de bilirubinespiegel van het bloed van de pasgeborene gevaarlijk hoog wordt, kan deze snel worden verlaagd door een wisseltransfusie uit te voeren. Hierbij wordt een steriele katheter ingebracht in de navelstrengader op de plaats waar de navelstreng is doorgeknipt. Het bilirubinehoudende bloed van de pasgeborene wordt verwijderd en vervangen door dezelfde hoeveelheid nieuw bloed.

illustrative-material.sidebar 4

Wat is hemolytische ziekte van de pasgeborene?

Hemolytische ziekte van de pasgeborene (ook wel ‘erythroblastosis foetalis' genoemd) is een aandoening waarbij de rode bloedcellen sneller worden afgebroken of vernietigd dan normaal. De rode bloedcellen van de pasgeborene worden vernietigd door antilichamen die door de moeder zijn aangemaakt en die voor de bevalling vanuit de bloedstroom van de moeder via de placenta in de bloedstroom van het kind zijn gekomen. Een moeder met resusnegatief bloed kan antilichamen hebben aangemaakt tegen resuspositieve bloedcellen toen ze in aanraking kwam met rode bloedcellen van een eerder kind dat resuspositief was. De moeder kan tijdens de zwangerschap of bevalling in aanraking zijn gekomen met deze rode bloedcellen, maar het is ook mogelijk dat de moeder eerder in haar leven een transfusie met resuspositief bloed toegediend heeft gekregen.

Het lichaam van de moeder reageert op de ‘onverenigbare' bloedgroep door antilichamen aan te maken die de ‘vreemde' resuspositieve cellen vernietigen. Tijdens een volgende zwangerschap passeren deze antilichamen de placenta. Als het kind

dat de vrouw draagt resusnegatief is, is er niets aan de hand. Als de bloedcellen van het kind echter resuspositief zijn, hechten de antilichamen van de moeder zich aan de foetale rode bloedcellen en breken deze af, waardoor bloedarmoede (anemie) in verschillende gradaties ontstaat. De bloedarmoede begint als het kind een foetus is en blijft na de geboorte bestaan.

Soms leidt onverenigbaarheid (incompatibiliteit of antagonisme) van andere bloedgroepen tot vergelijkbare hemolytische ziekten. Als de moeder bijvoorbeeld bloedgroep O heeft en het kind bloedgroep A of B, maakt het lichaam van de moeder antilichamen tegen A of B aan die de placenta kunnen passeren, die zich hechten aan foetale rode bloedcellen en die vervolgens deze bloedcellen vernietigen (hemolyse). Resusantagonisme leidt meestal tot ernstiger vormen van bloedarmoede dan ABO-antagonisme.

Om hemolytische ziekte als gevolg van resusantagonisme te voorkomen, krijgt de moeder bij ongeveer 28 weken zwangerschapsduur, en nogmaals onmiddellijk na de bevalling, injecties met antiresus-D-immunoglobuline. Injecties met deze immunoglobuline zorgen ervoor dat eventuele resuspositieve foetale bloedcellen die in de bloedstroom van de moeder zijn terechtgekomen, snel worden vernietigd voordat ze het lichaam van de moeder aanzetten tot de aanmaak van antilichamen.

Ernstige bloedarmoede als gevolg van hemolytische ziekte van de pasgeborene wordt op dezelfde wijze behandeld als andere gevallen van bloedarmoede. De arts controleert de pasgeborene ook op geelzucht, aangezien dat een symptoom is van aanhoudende bloedafbraak waarbij de hemoglobine van de rode bloedcellen wordt omgezet in een gele kleurstof, bilirubine genaamd, die de huid en het wit van de ogen van de pasgeborene een gelige kleur geeft. Geelzucht kan worden behandeld door de pasgeborene bloot te stellen aan blauw licht (fototherapie) of door de pasgeborene een wisseltransfusie toe te dienen. Een zeer hoge bilirubinespiegel in het bloed kan tot hersenbeschadiging (kernicterus) leiden.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Necrotiserende enterocolitis

Next: Bloedarmoede

Figures
Tables
Disclaimer