THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Neonatale sepsis (bloedvergiftiging bij pasgeborene)

Bloedvergiftiging (sepsis) is een bacteriële infectie.

Pasgeborenen, en in het bijzonder te vroeg geboren kinderen, hebben vanwege hun onvolgroeide afweersysteem een veel groter risico van bloedvergiftiging dan oudere kinderen en volwassenen. Premature pasgeborenen missen ook antilichamen tegen specifieke bacteriën omdat deze antilichamen meestal pas laat in de zwangerschap via de placenta van de moeder aan het kind worden doorgegeven. Een andere belangrijke risicofactor voor bloedvergiftiging vormen intraveneus aangebrachte slangetjes en beademingsapparaten.

De meest voorkomende bacterie die rond de geboorte bloedvergiftiging bij pasgeborenen veroorzaakt, is een groep-B-streptokok. Bloedvergiftiging die optreedt wanneer de pasgeborene in de neonatale intensivecareafdeling wordt verpleegd, wordt meestal door een stafylokok (coagulase-negatief) veroorzaakt.

Symptomen en diagnose

Een pasgeborene met bloedvergiftiging is meestal lusteloos, drinkt slecht en heeft vaak een lage lichaamstemperatuur. Andere symptomen kunnen zijn: stokkende ademhaling (apneu), koorts, bleke kleur en slechte doorbloeding van de huid, met koud aanvoelende ledematen, gezwollen buik en geelzucht.

Aangezien pasgeborenen een verminderde weerstand tegen infecties hebben, kunnen bacteriën in de bloedbaan diverse organen binnendringen en deze infecteren. Een van de ernstigste complicaties bij bloedvergiftiging is de infectie waarbij de vliezen rondom de hersenen ontstoken raken (hersenvliesontsteking, meningitis). De verschijnselen van hersenvliesontsteking bij een pasgeborene kunnen zijn: extreme lusteloosheid, coma, epileptische aanvallen of een uitpuilende fontanel (de zachte plek tussen de schedelbeenderen). Om vast te stellen of er al dan niet sprake is van hersenvliesontsteking, kan de arts via een ruggenprik (lumbaalpunctie) ruggenmergvocht (liquor cerebrospinalis) afnemen voor onderzoek en kweek. Botontsteking (osteomyelitis) kan pijn in of zwelling van een arm of been veroorzaken en wordt vaak vermoed omdat de pasgeborene deze ledemaat niet beweegt. Gewrichtsontsteking leidt tot zwelling, warmte, roodheid en gevoeligheid van het gewricht, ook nu weer met bewegingsbeperking in het betreffende gewricht. Bij vermoeden van gewrichtsontsteking wordt met een naald wat vocht uit de geïnfecteerde plek genomen en op kweek gezet.

Behandeling en prognose

In afwachting van de resultaten van de bloedkweek dient de arts bij vermoeden van bloedvergiftiging de pasgeborene intraveneus antibiotica toe. Zodra is vastgesteld welk organisme de infectie veroorzaakt, kan een ander type antibioticum worden gekozen. Naast de behandeling met antibiotica zijn mogelijk andere behandelingen nodig, bijvoorbeeld kunstmatige beademing, intraveneuze toediening van vocht en behandeling ter ondersteuning van de bloeddruk en de bloedsomloop.

Bij pasgeborenen is bloedvergiftiging de belangrijkste doodsoorzaak na de eerste week. Pasgeborenen die van bloedvergiftiging herstellen, zouden op lange termijn geen problemen meer moeten ondervinden, behalve de kinderen die hersenvliesontsteking hebben gehad. Deze kunnen later in hun leven last hebben van een geestelijke achterstand, infantiele encefalopathie, epileptische aanvallen of gehoorverlies.

illustrative-material.table-short 1

ENKELE INFECTIEZIEKTEN BIJ PASGEBORENEN (vervolg)

infectie

hoe treedt besmetting op

symptomen

behandeling/preventie

herpes

meestal infecteert het virus (herpes simplex) het kind nadat tijdens de weeën en de bevalling de vliezen zijn gebroken

gewoonlijk verschijnt een huiduitslag bestaande uit met vocht gevulde blaasjes; de infectie tast soms veel organen aan, zoals ogen, longen, lever, hersenen en huid

intraveneus worden antivirale middelen toegediend; ooginfecties worden met trifluridinedruppels behandeld

hepatitis B

meestal infecteert het virus het kind nadat tijdens de weeën en de bevalling de vliezen zijn gebroken

er ontstaat chronische leverinfectie (chronische hepatitis) die meestal pas bij jongvolwassenen tot symptomen leidt

het kind van een besmette moeder krijgt direct na de geboorte hepatitis-B-immunoglobuline toegediend

cytomegalovirus

het virus wordt waarschijnlijk via de placenta tijdens de zwangerschap of de bevalling (risico van 1%) door de moeder overgedragen; na de geboorte kan de pasgeborene via geïnfecteerde moedermelk of via een bloedtransfusie met geïnfecteerd bloed besmet raken

de meeste pasgeborenen hebben geen symptomen; ongeveer 10% heeft een laag geboortegewicht, een klein hoofd, geelzucht, kleine bloeduitstortingen en een vergrote lever en milt; soms komt doofheid voor

er is geen behandeling voor de infectie; ganciclovir helpt soms tegen bepaalde symptomen; het gehoor van pasgeborenen moet in het eerste jaar regelmatig worden onderzocht

rodehond (rubella)

het virus passeert soms tijdens de zwangerschap de placenta (komt zelden voor omdat vaccinatie nu standaard is); infectie is ernstiger als het kind vroeg in de zwangerschap besmet raakt

effect op het kind varieert van overlijden voor de geboorte tot geboorteafwijkingen of gehoorverlies zonder andere symptomen; bij pasgeborenen kunnen de volgende symptomen optreden: een laag geboortegewicht, hersenontsteking, cataract (staar), netvliesbeschadiging, hartafwijkingen, vergrote lever en milt; bloeduitstortingen, paarse huidbeschadigingen, vergrote lymfeklieren en longontsteking

er bestaat geen specifieke behandeling; vaccinatie tegen rubella is opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma voor zuigelingen; infectie van moeders wordt voorkomen door alle vrouwen in de vruchtbare leeftijd die nooit rubella hebben doorgemaakt of niet hiertegen zijn gevaccineerd, te vaccineren voordat ze zwanger worden; een niet-gevaccineerde zwangere vrouw die vroeg in de zwangerschap in contact is geweest met een geïnfecteerde persoon, wordt soms met immunoglobuline ingeënt

toxoplasmose

de parasiet Toxoplasma gondii passeert soms tijdens de zwangerschap de placenta; infectie is ernstiger als het kind vroeg in de zwangerschap besmet raakt

het kind kan langzaam groeien en te vroeg worden geboren; de pasgeborene heeft mogelijk een klein hoofd, hersenontsteking, geelzucht, vergrote lever en milt, ontsteking van hart, longen of ogen; huiduitslag komt voor

vrouwen moeten tijdens de zwangerschap contact vermijden met kattenuitwerpselen, zoals in een kattenbak; door de moeder te behandelen met spiramycine kan worden voorkomen dat de infectie op het kind wordt overgedragen;

pyrimethamine en sulfonamide kunnen later in de zwangerschap worden toegediend als blijkt dat het kind is besmet; besmette pasgeborenen die symptomen van de ziekte vertonen, kunnen met pyrimethamine, sulfadiazine en folinezuur worden behandeld; corticosteroïden kunnen bij ontsteking van hart, longen of ogen worden gebruikt

syfilis

de bacterie Treponema pallidum passeert tijdens de zwangerschap de placenta als de moeder tijdens de zwangerschap syfilis oploopt of als ze in het verleden onvoldoende voor syfilis is behandeld

doodgeboorte of vroeggeboorte is mogelijk; de pasgeborene heeft mogelijk geen symptomen; in de eerste levensmaand kunnen bij de pasgeborene grote, met vocht gevulde blaasjes ontstaan of een vlakke koperkleurige uitslag op handpalmen en voetzolen, in combinatie met pukkeltjes rond de neus en mond en in het luiergebied; gewoonlijk zijn lymfeklieren, lever en milt vergroot; de pasgeborene groeit soms niet goed en heeft een kenmerkend ‘oudemannengezicht', met lijnen om de mond; uit de neus kan slijm, etter of bloed komen; in zeldzame gevallen komt hersenvliesontsteking voor

voor de geboorte wordt de moeder met penicilline behandeld; als de infectie na de geboorte nog steeds aanwezig is, worden moeder en kind met penicilline behandeld

conjunctivitis

de bacterie (meestal Chlamydia of Neisseria gonorrhoea) infecteert het kind nadat tijdens de weeën en de bevalling de vliezen zijn gebroken

wanneer Chlamydia de veroorzaker is: conjunctivitis begint meestal 5 tot 12 dagen na de bevalling, maar soms pas na 6 weken met een waterige afscheiding uit de ogen, die steeds meer pus bevat

wanneer Neisseria gonorrhoea de veroorzaker is: conjunctivitis begint meestal 2 tot 3 dagen, in sommige gevallen 7 dagen na de bevalling met afscheiding van pus uit de ogen

wanneer Chlamydia de veroorzaker is: erytromycine wordt gegeven als oogzalf en in de vorm van tabletten of drank voor oraal gebruik

wanneer Neisseria gonorrhoea de veroorzaker is: een oogzalf met polymyxine en bacitracine, erytromycine of tetracycline wordt gebruikt; een antibioticum als ceftriaxon wordt ook intraveneus toegediend

humaan- papillomavirus

meestal raken pasgeborenen tijdens de bevalling besmet

symptomen zijn een veranderd stemgeluid; soms moeite met ademhalen of zelfs duidelijke afsluiting van de luchtwegen door wratten in de luchtpijp; longinfectie

wratten worden operatief verwijderd; risico van terugkeer kan door gebruik van interferon worden verminderd

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Aandoeningen van de schildklier

Next: Introductie

Figures
Tables
Disclaimer