THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Pneumothorax

Pneumothorax betreft een ophoping van lucht in de borstholte buiten de long die ontstaat wanneer lucht uit de long lekt.

Pneumothorax doet zich het meest voor bij pasgeborenen met stugge longen, bijvoorbeeld bij kinderen met het ademnoodsyndroom of het meconiumaspiratiesyndroom. Soms treedt pneumothorax op als complicatie van het gebruik van continue positieve luchtwegdruk (CPAP) of een beademingsapparaat. Als de pneumothorax met druk gepaard gaat, kan dit tot inklappen van de long en ademhalingsproblemen leiden. Een pneumothorax die met druk gepaard gaat, kan ook de aders samendrukken die bloed naar het hart voeren. Hierdoor komt er minder bloed in de kamers van het hart, waardoor er minder bloed uit het hart wordt gepompt en de bloeddruk van de pasgeborene daalt.

Wanneer lucht uit de longen naar het zachte weefsel vóór het hart lekt, wordt de aandoening ‘pneumomediastinum' genoemd. Anders dan pneumothorax heeft deze aandoening meestal geen invloed op de ademhaling.

Diagnose en behandeling

Pneumothorax wordt vermoed wanneer een pasgeborene met een onderliggende longziekte of een pasgeborene die via continue positieve luchtwegdruk of een beademingsapparaat zuurstof krijgt toegediend, steeds meer last krijgt van ademnood of een plotseling verlaagde bloeddruk heeft. Wanneer een arts de pasgeborene onderzoekt, hoort hij dat het geluid van de lucht die de long binnenstroomt en verlaat aan de kant van de pneumothorax zachter is. Bij premature kinderen kan met behulp van een glasvezelbuis die van een lichtbron is voorzien in een verduisterde kamer (positieve transilluminatie) de aangedane kant van de borst worden onderzocht. Deze procedure wordt toegepast om te kijken of zich in de pleuraholte lucht bevindt. Een röntgenfoto van de borstkas geeft uitsluitsel over de definitieve diagnose.

Pasgeborenen die geen symptomen vertonen, hoeven niet te worden behandeld. Bij een voldragen pasgeborene met lichte symptomen kan een zuurstofkap worden gebruikt. Als het kind echter zeer moeizaam ademt en vooral als de bloedsomloop wordt belemmerd, moet de lucht snel met een naald en spuit uit de pleuraholte worden verwijderd. Als de pasgeborene aanzienlijke ademnood heeft, via continue positieve luchtwegdruk zuurstof krijgt toegediend of aan een beademingsapparaat ligt, moet de arts mogelijk een slang in de borst brengen om zo door continu te zuigen lucht uit de borstholte te verwijderen. Meestal kan de slang na enkele dagen worden verwijderd.

Een pneumomediastinum is zichtbaar op een röntgenfoto en hoeft niet te worden behandeld.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Aanhoudende pulmonale hypertensie

Next: Bronchopulmonale dysplasie

Figures
Tables
Disclaimer