THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results
In This Topic
Handfracturen
Back to Top

Section

Subject

Topics

Handfracturen

Bij fracturen van de hand zijn de botten van de pols (handwortelbeentjes), die van de handpalm (middenhandsbeentjes) of die van de vingers en de duim (vingerkootjes) betrokken. De normale handfunctie is een ingewikkeld samenspel van spieren, pezen, gewrichtsbanden, gewrichten en botten. Schijnbaar geringe fracturen kunnen daarom gepaard gaan met ernstig letsel aan weke delen, die bij onvoldoende behandeling tot invaliderende stijfheid, zwakte of misvorming kunnen leiden.

Fracturen aan het uiteinde van de vierde en vijfde middenhandsbeentjes komen vaak voor door te stoten tegen een hard voorwerp. Door dit type fractuur, ook wel ‘boksersfractuur' genoemd, zwelt de knokkel op en wordt gevoelig. Deze fracturen worden meestal met een gipsverband behandeld, na een reductie indien de botfragmenten ernstig zijn verschoven. Doorgaans krijgt de vinger zijn normale functie weer terug.

Avulsiefracturen op de aanhechtingsplek van een pees of een gewrichtskapsel komen veel voor in de vingers. De term ‘hamervinger' verwijst naar het omlaag hangen van de vingertop als gevolg van het losraken van de pees waarmee de vinger wordt gestrekt (see Hamervinger). Een simpele hamervinger kan worden rechtgezet met behulp van een spalk gedurende 6 weken. Bij ernstige verwonding aan pezen of botten moet soms echter operatief worden ingegrepen. Andere minder vaak voorkomende fracturen van de hand zijn fracturen van het os naviculare (see Aandoeningen aan de handenFigures) en fracturen van de vingertop.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Armfracturen

Next: Introductie

Figures
Tables
Disclaimer