THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Introductie

Osteoporose is een aandoening waarbij de dichtheid van de botten steeds verder afneemt, waardoor de botten verzwakken en de kans op een botbreuk toeneemt.

Botten bevatten mineralen als calcium en fosfor, waardoor ze hard worden. Om de botdichtheid te handhaven heeft het lichaam voldoende kalk en andere mineralen nodig. Tevens moet het van verscheidene hormonen de juiste hoeveelheid aanmaken, zoals van bijschildklierhormoon, groeihormoon, calcitonine, oestrogeen en testosteron. Ook is een voldoende toevoer van vitamine D noodzakelijk om het calcium uit het voedsel te resorberen en in de botten op te nemen. Vitamine D wordt geresorbeerd uit het voedsel en onder invloed van zonlicht ook in de huid aangemaakt (see Vitamine D).

De botten moeten zich kunnen aanpassen aan steeds wisselende eisen en daarom worden ze continu afgebroken en opnieuw opgebouwd en daarbij zo nodig geremodelleerd (see Botten). Bij dit proces worden kleine stukjes botweefsel verwijderd en wordt nieuw botweefsel afgezet. Dit is een continu proces van ombouw dat zich door het gezonde bot voortzet. Door remodelleren worden vorm en dichtheid van de botten beïnvloed. Tijdens de groeifase in de jeugd groeien de botten in de breedte en de lengte. Daarna groeien de botten nog zeer langzaam en dan vrijwel alleen in de breedte en niet in de lengte.

Omdat er bij jongvolwassenen meer bot wordt aangemaakt dan er wordt afgebroken, wordt de botstructuur tot de leeftijd van ongeveer 30 jaar steeds dichter. Op dat moment zijn de botten op hun sterkst. Daarna wordt er meer afgebroken dan opgebouwd en worden de botten steeds minder dicht. Als het lichaam niet in staat is om voldoende bot aan te maken, worden de botten steeds minder dicht en steeds breekbaarder, wat uiteindelijk tot ‘osteoporose' leidt.

illustrative-material.figure-short 1

Vermindering van de botdichtheid bij vrouwen

Vermindering van de botdichtheid bij vrouwen

Bij vrouwen neemt de botdichtheid (of botmassa) geleidelijk toe tot de leeftijd van ongeveer dertig jaar, wanneer de botten op hun sterkst zijn. Daarna neemt de botdichtheid geleidelijk af. De afname in botdichtheid gaat sneller na de menopauze, gemiddeld rond de leeftijd van 51 jaar.

Typen

Ongeveer 3 procent van de bevolking heeft osteoporose. Bij vrouwen komt osteoporose viermaal zo vaak voor als bij mannen. Er zijn twee verschillende vormen van osteoporose: primaire en secundaire osteoporose. Primaire osteoporose treedt spontaan op, secundaire osteoporose wordt door een andere ziekte veroorzaakt. Minder dan 5% van de mensen met osteoporose hebben de secundaire vorm. Secundaire osteoporose kan onder andere worden veroorzaakt door ziekten als chronisch nierfalen en hormonale aandoeningen (vooral de ziekte van Cushing, hyperparathyreoïdie, hyperthyreoïdie, hypogonadisme en diabetes mellitus). Voorbeelden van geneesmiddelen waardoor secundaire osteoporose kan worden veroorzaakt, zijn corticosteroïden, barbituraten en anticonvulsiva. Reeds bestaande osteoporose kan door overmatig alcoholgebruik en het roken van sigaretten verergeren, maar osteoporose wordt daardoor waarschijnlijk niet veroorzaakt.

Primaire osteoporose heeft drie subtypen: postmenopauzale osteoporose, seniele osteoporose en idiopathische osteoporose. De meeste oudere vrouwen met osteoporose hebben een combinatie van postmenopauzale en seniele osteoporose.

Postmenopauzale osteoporose: postmenopauzale osteoporose (type-I-osteoporose) wordt door een tekort aan oestrogeen veroorzaakt. Dit is het belangrijkste vrouwelijke hormoon, dat bijdraagt aan de regulering van de opname van calcium in het bot bij de vrouw. Deze vorm van osteoporose komt ook voor bij gecastreerde mannen of bij (vooral oudere) mannen met een lage testosteronspiegel. Bij vrouwen komt deze vorm echter zes keer vaker voor. Postmenopauzale osteoporose ontwikkelt zich bij vrouwen meestal na de menopauze, tussen de 51 en 75 jaar, maar kan ook eerder of later beginnen. Bij vrouwen is er tot aan de menopauze een geleidelijk botverlies, maar vanaf de menopauze gaat het sneller. Het is zelfs zo dat vrouwen in de 5 tot 7 jaar na de menopauze tot 20% van hun botmassa kunnen verliezen. Niet alle vrouwen hebben hetzelfde risico van het ontstaan van postmenopauzale osteoporose. Zo neemt bij een laag lichaamsgewicht de kans op postmenopauzale osteoporose toe, waarschijnlijk door twee redenen:

  • magere vrouwen hebben meer graciele botten dan zwaardere vrouwen, zelfs rond het 30e levensjaar wanneer de botten het sterkst zijn;
  • magere vrouwen hebben minder lichaamsvet dan zwaardere vrouwen, waardoor bij magere vrouwen de oestrogeenconcentratie lager is omdat door het vetweefsel bepaalde vormen van oestrogeen worden geactiveerd.

Vrouwen die het meeste risico hebben osteoporose te krijgen zijn blank, hebben een lichte huid, zijn mager en/of zijn licht gebouwd. Negroïde vrouwen hebben minder kans op osteoporose dan blanke en Aziatische vrouwen. De belangrijkste verklaring hiervoor lijkt te zijn dat negroïde vrouwen op jongvolwassen leeftijd sterkere botten hebben en waardoor ze na het botverlies door het ouder worden en de menopauze meer bot overhouden dan andere vrouwen. Andere risicofactoren zijn een gevorderde leeftijd, een vroege menopauze of een menopauze die werd opgewekt door een operatie, abnormaal uitblijven van de menstruatie (amenorroe) en anorexia nervosa.

Seniele osteoporose: seniele osteoporose (type-II-osteoporose) is waarschijnlijk het gevolg van een verstoorde balans tussen de snelheid waarmee het bot wordt afgebroken en waarmee nieuw bot wordt aangemaakt, mogelijk door een leeftijdsafhankelijk calciumgebrek of vitamine-D-tekort. Seniel betekent in dit verband alleen dat deze aandoening bij ouderen voorkomt. Gewoonlijk treft deze aandoening ouderen boven de 70 jaar en tweemaal zo veel vrouwen als mannen. Vrouwen lijden vaak aan seniele en aan postmenopauzale osteoporose.

Idiopathische osteoporose: idiopathische osteoporose is een zeldzame vorm van osteoporose. Het woord ‘idiopathisch' betekent dat de oorzaak onbekend is. Het komt voor bij kinderen en jongvolwassenen met een normale hormoonspiegel en een normale vitaminespiegel en zonder duidelijk aanwijsbare reden voor het hebben van zwakke botten.

illustrative-material.sidebar 1

Risicofactoren voor osteoporose (botontkalking) bij vrouwen

  • familieleden met osteoporose
  • onvoldoende calciuminname via de voeding
  • zittende leefwijze
  • behorend tot het blanke of Aziatische ras
  • gebruik van bepaalde geneesmiddelen, zoals corticosteroïden en overmatige hoeveelheden schildklierhormoon
  • vroege menopauze
  • roken
  • overmatig alcoholgebruik

Symptomen

In het begin zijn er geen symptomen zichtbaar omdat de afname van botdichtheid zeer geleidelijk gaat. Sommige mensen vertonen nooit symptomen.

Op den duur neemt de botdichtheid echter zover af dat er botten bezwijken of breken. Dit leidt tot plotselinge pijn of een geleidelijk toenemende pijn in de botten en tot vervormingen. Vooral wervels en lange botten hebben een grote kans als gevolg van osteoporose te breken. Lange botten als de botten van de armen en benen breken meestal aan de uiteinden en niet in het midden. In de botten van de wervelkolom (wervels) doet de fractuur zich meestal voor in het midden of in het lage deel van de rug, waar de wervels meer lichaamsgewicht te dragen hebben dan hogerop.

Een inzakkingsfractuur van de wervels kan bij iedereen met osteoporose voorkomen. Deze fracturen worden ‘osteoporosefracturen' genoemd. De verzwakte wervels kunnen spontaan of als gevolg van gering letsel inzakken. Deze fracturen kunnen een chronische rugpijn veroorzaken. Gewoonlijk begint de pijn plotseling, beperkt zich tot een bepaald gebied van de rug en verergert wanneer iemand staat of loopt. Het gebied kan gevoelig zijn. Meestal verdwijnt de pijn of gevoeligheid geleidelijk na een paar weken of maanden. Als er verscheidene wervels breken, kan er een afwijkende, misvormde kromming van de wervelkolom (kyfose of bochel) ontstaan, die pijnlijke en gespannen spieren en misvorming veroorzaakt.

Ook de botten in andere delen van het lichaam kunnen breken, vaak door lichte belasting of een val. Een van de ernstigste fracturen is een heupfractuur, een belangrijke oorzaak van invaliditeit en verlies van zelfstandigheid bij ouderen (see Heupfracturen). Polsfracturen, ook wel ‘Colles-fracturen' genoemd ()see Armfracturen, komen veel voor, vooral bij vrouwen met postmenopauzale osteoporose. Fracturen bij ouderen met osteoporose genezen over het algemeen langzaam.

Diagnose

Bij iedereen die gemakkelijk een bot breekt, kan een arts het vermoeden krijgen van osteoporose, vooral bij oudere vrouwen. Zelfs voordat er fracturen optreden kan osteoporose worden opgespoord of het vermoeden ervan worden bevestigd door de botmineraaldichtheid te bepalen. Er zijn diverse snelle screeningsmethoden beschikbaar om de botdichtheid van de pols of de hiel te meten. De meest bruikbare daarvan is echter de ‘dual-energy x-ray-absorptiometrie' (DEXA). Hiermee wordt de botdichtheid gemeten op de plekken waar zich waarschijnlijk de ernstigste fracturen zullen voordoen: de wervelkolom en de heup. Dit onderzoek is pijnloos en kan binnen 5 tot 15 minuten worden uitgevoerd. Het is zinvol voor mensen met een verhoogd risico osteoporose te krijgen en voor patiënten bij wie de diagnose onzeker is. Het kan ook worden gebruikt om te zien hoe de patiënt op een behandeling reageert.

Er kan bloedonderzoek worden gedaan om de concentraties van calcium en fosfor te bepalen. Verder onderzoek kan noodzakelijk zijn om behandelbare, mogelijk tot osteoporose leidende aandoeningen uit te sluiten. Als een dergelijke aandoening wordt gevonden, luidt de diagnose ‘secundaire osteoporose'.

Preventie

Preventie heeft over het algemeen meer succes dan behandeling. Het is gemakkelijker verlies van botdichtheid te voorkomen dan de botdichtheid te herstellen wanneer deze verloren is gegaan. De preventie bestaat uit het handhaven of vergroten van de botdichtheid door voldoende inname van calcium en vitamine D, door lichaamsbeweging waarbij de botten worden belast en bij sommige mensen door het gebruik van geneesmiddelen.

Inname van een voldoende hoeveelheid calcium en vitamine D is effectief, vooral vóórdat de zogeheten ‘piekbotmassa' is bereikt (rond de leeftijd van 30 jaar), maar ook daarna. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid is ongeveer 1500 milligram calcium en 400 tot 800 eenheden vitamine D. Het is belangrijk om dagelijks twee glazen melk te drinken, een uitgebalanceerd dieet te volgen en, voor wie weinig in de zon komt, een vitamine-D-supplement in te nemen. Veel vrouwen zullen echter ook een calciumsupplement moeten nemen. Er zijn veel calciumpreparaten verkrijgbaar. Aan sommige daarvan is een vitamine-D-supplement toegevoegd.

Belastende oefeningen, zoals wandelen en traplopen, verhogen de botdichtheid. Lichaamsbeweging die niet belastend is, zoals zwemmen, verhoogt de botdichtheid niet. Lichaamsbeweging is ook belangrijk voor het evenwicht. Hierdoor kunnen fracturen als gevolg van een val worden voorkomen. Vreemd genoeg kunnen intensieve vormen van sport (zoals atletiek) bij vrouwen vóór de menopauze een kleine afname van de botdichtheid veroorzaken. Door de intensieve sportbeoefening wordt namelijk de productie van oestrogeen door de ovaria (eierstokken) onderdrukt.

Ter voorkoming van osteoporose kan worden gebruikgemaakt van geneesmiddelen die ‘bisfosfonaten' worden genoemd, zoals alendroninezuur of risedroninezuur. Deze middelen kunnen alleen of, bij vrouwen, in combinatie met oestrogeensubstitutietherapie worden toegepast.

Oestrogeensubstitutietherapie draagt bij aan het handhaven van de botdichtheid bij vrouwen. Deze behandeling is het meest effectief binnen vier tot zes jaar na de menopauze, maar ook als er later mee wordt begonnen, kan deze behandeling het botverlies nog vertragen en de kans op fracturen verminderen. De beslissing om na de menopauze oestrogeensubstitutietherapie toe te passen is niet eenvoudig (see Behandeling). De behandeling kan namelijk bijwerkingen hebben en risico's met zich meebrengen, zoals een grotere kans op baarmoederkanker en een enigszins verhoogde kans op borstkanker. Door tegelijk met oestrogeen ook progesteron te nemen, wordt de kans op baarmoederkanker verkleind, maar de kans op borstkanker daalt daardoor niet.

Raloxifeen is een oestrogeenachtig geneesmiddel dat mogelijk minder effectief is dan oestrogeen bij het voorkomen van botverlies. Het heeft echter niet de voor oestrogeen kenmerkende bijwerkingen op de borsten en de baarmoeder. Raloxifeen wordt gebruikt bij personen die geen oestrogeen kunnen of willen gebruiken.

Behandeling

De behandeling is gericht op het zo goed mogelijk in stand houden van de botdichtheid. De eerste stap is het dagelijks innemen van een voldoende hoeveelheid calcium en vitamine D.

De bisfosfonaten alendroninezuur en risedroninezuur zijn zinvol bij het voorkomen en behandelen van alle vormen van osteoporose. Het is gebleken dat deze bisfosfonaten de botmassa in de wervelkolom en de heupen doen toenemen en het aantal fracturen verminderen. Een bisfosfonaat moet 's morgens bij het opstaan met een vol glas water worden ingenomen. Vervolgens mag men 30 minuten lang niet eten en drinken. Doordat bisfosfonaten de slijmvlieslaag van de slokdarm kunnen irriteren, mag men ook gedurende minstens 30 minuten na het innemen van de dosis niet meer gaan liggen totdat hij of zij iets heeft gegeten.

Sommige mensen kunnen de bisfosfonaten niet oraal innemen, bijvoorbeeld omdat ze niet goed kunnen slikken. Deze mensen krijgen dan het geneesmiddel pamidroninezuur intraveneus toegediend. Ook de volgende personen moeten geen bisfosfonaten gebruiken: mensen met een aandoening aan de slokdarm of de maag, vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven, mensen met een lage calciumspiegel en mensen met een ernstige nieraandoening.

Vrouwen en mannen die aan osteoporose lijden, krijgen gewoonlijk het advies om calcium- en vitamine-D-supplementen te gebruiken, vooral als onderzoek aantoont dat hun lichaam niet genoeg calcium opneemt. Bij mannen heeft gebruik van oestrogeen geen zin, maar als hun testosteronspiegel laag is, kunnen zij wel baat hebben bij het gebruik van testosteron. Ze kunnen ook baat hebben bij het gebruik van bisfosfonaten.

Calcitonine, dat de afbraak van het bot tegengaat, wordt vooral gebruikt bij de behandeling van mensen met pijnlijke fracturen van de wervels. Dit geneesmiddel kan worden geïnjecteerd of via een neusspray worden ingenomen. Door het gebruik kan wel de concentratie van calcium in het bloed omlaag gaan. Deze moet daarom worden gecontroleerd.

Door een dagelijkse injectie met een kleine hoeveelheid bijschildklierhormoon kan de vorming van nieuw bot versnellen, de botdichtheid toenemen en de kans op fracturen dalen. Deze behandeling lijkt veelbelovend, maar is nog experimenteel.

Fluoridesupplementen kunnen de botdichtheid vergroten. Doordat het daardoor ontstane bot echter abnormaal en broos kan zijn, worden deze supplementen over het algemeen niet aangeraden. Er zijn nieuwe vormen van fluoride in onderzoek, die mogelijk geen ongunstige effecten hebben op de botkwaliteit.

Fracturen als gevolg van osteoporose moeten worden behandeld. Bij heupfracturen wordt de heup gewoonlijk geheel of gedeeltelijk operatief vervangen (see Heupfracturen). Een polsfractuur moet soms operatief worden behandeld of in een gipsverband gezet. Bij mensen met pijnlijke inzakkingsfracturen van de wervels wordt er tijdelijk een steunkorset gebruikt.

Een ingezakte wervel kan worden hersteld met een procedure die ‘vertebroplastiek' wordt genoemd. Bij deze procedure, die ongeveer een uur per wervel duurt, wordt een materiaal ingebracht dat ‘polymethylmethacrylaat (PMMA)' wordt genoemd. Dit is een acrylaatcement dat in de ingezakte wervels wordt ingespoten waardoor de pijn vermindert en de vervorming afneemt. Bij een vergelijkbare procedure, ‘kyfoplastiek' genaamd, wordt een orthopedische ballon gebruikt om de wervel in zijn normale vorm terug te brengen voordat het acrylaatcement wordt ingespoten.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Introductie

Figures
Tables
Disclaimer