THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Introductie

In Nederland worden elk jaar vele tienduizenden sportblessures behandeld. Veelvoorkomende blessures zijn onder andere stressfacturen van de voet, pijn in de schenen, peesontstekingen, hardlopersknie, hamstringblessures, tennisellebogen, hoofdwonden (Introductie), voetblessures (see Voetproblemen) en talloze verstuikingen en verrekte spieren. Daarnaast kunnen bepaalde sporten, zoals gewichtheffen, lage rugpijn veroorzaken (Introductie). De technieken die worden gebruikt om sportblessures te behandelen, kunnen ook worden toegepast bij de behandeling van allerlei kwetsuren van het bewegingsapparaat die op sportblessures lijken, maar andere oorzaken hebben. Zo kan een tenniselleboog worden veroorzaakt door het dragen van een koffer, het aandraaien van een schroef of het opentrekken van een klemmende deur. Een hardlopersknie kan worden veroorzaakt door het te ver naar binnen kantelen van de voet (pronatie) tijdens het lopen.

Oorzaken

De meest voorkomende oorzaak van een sportblessure is overbelasting, meestal als gevolg van een verkeerde trainingsmethode. De sportbeoefenaar neemt na een training niet genoeg tijd voor herstel of stopt niet met trainen wanneer hij pijn krijgt. Steeds wanneer de spieren bij een intensieve training worden belast, raken sommige spiervezels beschadigd en raakt bij andere spiervezels de beschikbare energie uitgeput. Die energie is opgeslagen in de vorm van het koolhydraat glycogeen. Er zijn meer dan twee dagen nodig voor het herstel van de vezels en voor het aanvullen van het glycogeen. Omdat alleen niet-geblesseerde en voldoende gevoede vezels behoorlijk kunnen functioneren, eisen snel opeenvolgende intensieve trainingen dezelfde inspanning van een steeds kleiner aantal gezonde vezels, wat de kans op blessures vergroot. Wanneer men stopt met trainen bij het eerste teken van pijn (die voorafgaat aan de meeste blessures als gevolg van slijtage) blijft de schade tot deze vezels beperkt, waardoor een sneller herstel mogelijk is. Bij voortzetting van de training scheuren er echter meer vezels, waardoor de beschadiging verergert en het herstel wordt vertraagd.

Structurele afwijkingen kunnen iemand gevoeliger maken voor een sportblessure, doordat bepaalde delen van het lichaam ongelijkmatig worden belast. Wanneer iemands benen bijvoorbeeld niet even lang zijn, wordt er meer kracht uitgeoefend op de knie en de heup van het langere been. Wanneer een sporter vaak hardloopt op de zijkant van een bolle weg heeft dit hetzelfde effect. Door steeds maar weer neer te komen op het aan een kant enigszins hoger liggende wegdek is de kans op pijn of beschadiging aan die kant groter. Iemand met een te sterke kromming in het lagere deel van de wervelkolom (lordose) kan bij het zwaaien met een honkbalknuppel of een golfclub rugpijn krijgen.

De oorzaak van de meeste voet-, been- en heupblessures is een te sterke pronatie (kanteling naar binnen) van de voeten zodra deze de grond raken. Een lichte mate van pronatie is normaal: het voorkomt blessures doordat de kracht waarmee de voet de grond raakt over de gehele voet wordt verdeeld. Een te sterke pronatie kan echter pijn in de voeten, knieën of benen veroorzaken. Bij mensen met een te sterke pronatie kunnen de enkels zo ver doorbuigen dat de holte van de voet tijdens het lopen of rennen de grond raakt, wat doet denken aan platvoeten. Een hardloper met een te sterke pronatie kan tijdens het lopen van lange afstanden last krijgen van zijn knie.

Het tegenovergestelde probleem (te weinig pronatie) kan bij mensen met stijve enkels voorkomen. Bij deze mensen lijkt de voet een zeer hoge wreef te hebben waardoor de schokken niet goed worden opgevangen. Dit verhoogt de kans op het ontstaan van kleine barstjes in de botten van de voeten en benen (stressfracturen).

Ook de manier waarop de benen ten opzichte van het bekken staan kan pijn in de benen veroorzaken, vooral bij vrouwen met brede heupen. Deze vrouwen krijgen x-benen. Hierbij kunnen de knieschijven gemakkelijk naar buiten worden geduwd. De kracht die hierdoor wordt uitgeoefend op de knieschijf veroorzaakt pijn. Brede heupen kunnen ook een toegenomen spanning veroorzaken op een structuur die de ‘iliotibiale band' wordt genoemd. Dit veroorzaakt pijn in het buitenste gedeelte van het bekken en aan de buitenkant van de dijen.

Spieren, pezen en gewrichtsbanden kunnen scheuren wanneer ze worden blootgesteld aan krachten die groter zijn dan hun eigen sterkte. Zo kunnen ze beschadigd raken als ze voor het uitvoeren van een bepaalde oefening te zwak of te strak zijn. Gewrichten zijn gevoeliger voor beschadigingen wanneer de ondersteunende spieren en gewrichtsbanden verzwakt zijn, zoals na een verstuiking. Botten die door osteoporose zijn verzwakt, kunnen gemakkelijk breken.

Veel blessures worden veroorzaakt door chronische slijtage als gevolg van herhaalde bewegingen waardoor gevoelig weefsel wordt belast. Dit is vooral het geval bij mensen met een structurele afwijking, waarbij bepaalde gedeelten van het lichaam sterker worden belast dan andere. Sportblessures komen ook eerder voor wanneer mensen geen goede warming-up doen (oefenen van de spieren in een rustig tempo) vóór een intensieve training. Er ontstaan zeer veel sportblessures doordat bij de training niet de juiste techniek wordt gebruikt. Vaak worden sportblessures veroorzaakt door de manier waarop oefeningen worden uitgevoerd. De gewrichten kunnen in een onstabiele hoek komen te staan, gevoelige structuren kunnen hevige schokken te verduren krijgen en er kan te grote spanning op de gewrichtsbanden worden gezet. Ook wanneer de oefeningen te snel worden uitgevoerd of wanneer de spieren te zwaar worden belast, kan iemand een blessure oplopen bij de training.

Diagnose

Om een sportblessure of een andere blessure van het bewegingsapparaat te diagnosticeren, vraagt een arts wanneer en hoe de blessure is ontstaan en met welke recreatieve en beroepsmatige activiteiten de patiënt zich onlangs of routinematig heeft beziggehouden. Ook vraagt hij of er verandering is gekomen in de intensiteit van die activiteiten. De arts onderzoekt ook het aangetaste gebied. De patiënt kan voor verder onderzoek naar een specialist worden doorverwezen. De volgende diagnostische onderzoeken kunnen onder meer worden uitgevoerd: röntgenfoto, gecomputeriseerd tomografisch onderzoek (CT-scan), magnetische kernspinresonantie (MRI), dual-energy x-ray-absorptiometrie (DEXA) (see Dual-energy X-ray-absorptiometrie), artroscopie (see Artroscopie), elektromyografie (Elektromyografie) en het testen van de spier- en gewrichtsfunctie met behulp van de computer.

Preventie

Door slechts eens per 2 dagen een intensieve training te doen of door bij de training afwisselend verschillende delen van het lichaam te belasten, kunnen chronische blessures worden voorkomen. Bij sommige trainingsprogramma's wordt een dag met zware training gevolgd door een rustdag of een dag met een lichte training. Ook kunnen trainingsvormen worden gebruikt waarbij afwisselend verschillende delen van het lichaam worden belast. Als een atleet tweemaal per dag traint moet elke zware training worden gevolgd door minstens drie lichte trainingen (een zware training in de ochtend moet dan worden gevolgd door een lichte in de middag en twee lichte trainingen de volgende dag). Alleen zwemmers kunnen elke dag zonder blessures zowel een zware als een lichte training inplannen. Het draagvermogen van het water beschermt hun spieren en gewrichten.

Door voorafgaand aan een inspannende training een warming-up te doen, kunnen blessures worden voorkomen. Door drie tot tien minuten in een rustig tempo te trainen, worden de spieren voldoende opgewarmd zodat ze soepeler zijn en beter bestand tegen blessures. Door deze actieve warming-up-methode worden de spieren effectiever voorbereid op een zware training dan door passieve methoden als warm water, warmtekussens, ultrageluid of een infrarode lamp. Door passieve methoden neemt de bloedcirculatie niet duidelijk toe.

Blessures lijken door rekoefeningen over het algemeen niet te worden voorkomen. De spieren worden er echter wel door verlengd: ze kunnen zich effectiever samentrekken en beter presteren. Om spierbeschadiging tijdens het rekken te voorkomen, moet het rekken worden gedaan na de warming-up of na de training. Elke rekoefening moet zo rustig worden uitgevoerd dat deze zonder problemen tien tellen kan worden volgehouden.

Door geleidelijk op een rustiger tempo over te gaan voordat men met de training stopt (cooling-down), kan men de bloedstroom op gang houden en daarmee duizeligheid voorkomen. Wanneer een inspannende training plotseling wordt beëindigd, kan zich in de aders van de benen bloed ophopen, waardoor de bloedtoevoer naar het hoofd tijdelijk afneemt. Als gevolg daarvan kan men duizelig worden en zelfs flauwvallen. De cooling-down helpt ook bij de afvoer van afvalproducten uit de spieren (zoals melkzuur), maar de spierpijn van de volgende dag, veroorzaakt door beschadigde spiervezels, lijkt hierdoor niet te worden voorkomen.

Blessures kunnen ook worden voorkomen door spierversterkende oefeningen. Met gewone (cardiofitness)training worden de spieren niet aanmerkelijk groter of sterker. De enige manier om de spieren te versterken, is door steeds grotere weerstand te gebruiken bij het trainen, zoals door het intensiever beoefenen van een sport, het heffen van steeds zwaardere gewichten of het gebruiken van speciale apparaten voor krachttraining. Revalidatieoefeningen ter versterking van herstelde spieren en pezen bestaan meestal uit het heffen of duwen tegen weerstand in series van 8 tot 12 keer en niet vaker dan om de dag.

Voetproblemen, zoals overmatige pronatie, kunnen vaak worden gecorrigeerd met steunzolen (orthesen). Steunzolen kunnen soepel, halfstijf of stijf zijn en in lengte variëren. Ze moeten wel in geschikte hardloopschoenen worden ingepast. De steunzolen komen in de plaats van de zooltjes die bij aankoop in de schoenen zitten. Goede hardloopschoenen hebben een stug contrefort (het achterste deel van de schoen dat om de hiel sluit) om de zijdelingse bewegingen van de hiel tegen te gaan. Ze geven steun aan de wreef om een te sterke pronatie te voorkomen en zijn voorzien van een met zacht materiaal gepolsterde instapopening (rand) die de enkel steunt. In de schoen moet voldoende ruimte zijn voor de steunzool. Met steunzolen vermindert gewoonlijk de breedte van de schoen met één maat.

Behandeling

Bij bijna alle sportblessures bestaat de directe behandeling uit rust, ijs, druk en het omhoog leggen van het geblesseerde lichaamsdeel. Het geblesseerde lichaamsdeel krijgt onmiddellijk rust om interne bloedingen, zwellingen en verergering van de blessure te voorkomen. Met ijs kan de ontsteking worden beperkt en de pijn verminderd. Om de zwelling te beperken, wordt het geblesseerde lichaamsdeel omwikkeld met tape of een elastisch verband (drukverband) en hoger gelegd dan het hart. Een ijskompres of een zak gestampt ijs (dat zich beter aan de lichaamsvormen aanpast dan ijsblokjes) kan tien minuten lang in een handdoek op het geblesseerde lichaamsdeel worden gelegd. Het ijskompres wordt met een elastisch verband losjes op het geblesseerde lichaamsdeel gelegd. Het geblesseerde lichaamsdeel wordt omhoog gehouden, maar het ijs wordt gedurende ongeveer één tot anderhalf uur afwisselend tien minuten aangebracht en tien minuten verwijderd. Dit kan gedurende de eerste 24 uur meermalen worden herhaald.

Door het toepassen van ijs vermindert de pijn en de zwelling op verschillende manieren. Het geblesseerde lichaamsdeel zwelt doordat er vocht uit de bloedvaten lekt. Door de kou vernauwen de bloedvaten zich, waardoor er minder kans is dat deze gaan lekken. Zo blijft de hoeveelheid vocht en de zwelling in het geblesseerde lichaamsdeel beperkt. Verlaging van de huidtemperatuur rondom de verwonding zorgt ook voor een vermindering van de pijn en spierkrampen. Het beperkt ook de weefselafbraak.

Wanneer de koudebehandeling echter te lang wordt toegepast, kan dit het weefsel aantasten. Wanneer de huid een lage temperatuur bereikt (15 °C), reageren de bloedvaten in het gebied door wijder te worden. De huid wordt rood, voelt warm aan, jeukt en kan pijn doen.

Soms worden er, naast het voorschrijven van rust, ook corticosteroïdeninjecties gegeven in een geblesseerd gewricht of in het weefsel daaromheen. Ze verlichten de pijn en verminderen de zwelling. Door deze injecties wordt het herstel echter vertraagd en wordt de kans op beschadiging van de pezen en het kraakbeen vergroot. Door het wegnemen van de pijn kan iemand een geblesseerd gewricht weer gaan gebruiken voordat dit geheel is hersteld, wat de blessure misschien kan verergeren.

Voedingssupplementen met glucosamine en chondroïtinesulfaat kunnen ook zinvol zijn bij het herstel van een beschadigd gewricht. Deze supplementen moeten daarvoor echter 6 maanden of langer worden gebruikt.

Als aanvulling op therapeutische oefeningen (see Fysiotherapie) kunnen fysiotherapeuten warmte, koude, elektriciteit, geluidsgolven, tractie of oefeningen in het water in hun behandelplan opnemen. De ernst en complexiteit van de blessure bepalen hoe lang fysiotherapie nodig is.

De sport of andere activiteit waardoor de blessure is veroorzaakt, moet worden vermeden of aangepast totdat de blessure is genezen. Vervangende activiteiten die het geblesseerde deel niet belasten, zijn te verkiezen boven het volledig stoppen met lichaamsbeweging, want bij volkomen inactiviteit verliezen de spieren aan massa, kracht en uithoudingsvermogen. Zo is er na een week rust minimaal twee weken training nodig om dezelfde conditie te bereiken als vóór de blessure. Als het onderbeen of de voet geblesseerd is, kunnen de vervangende activiteiten uit fietsen, zwemmen en roeien bestaan. Bij blessures aan het bovenbeen zijn dat joggen ‘op de plaats' of op een trampoline, zwemmen en roeien. Bij blessures aan de onderrug kan men nog fietsen en zwemmen. En bij blessures aan de schouder of arm kan het sporten bestaan uit joggen en schaatsen.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Stressfracturen van de voet

Figures
Tables
Disclaimer