THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Diagnose

Een arts kan een aandoening van het bewegingsapparaat meestal diagnosticeren op basis van de symptomen en het resultaat van een lichamelijk onderzoek. Soms is laboratoriumonderzoek, beeldvormend onderzoek of een andere diagnostische procedure nodig om een diagnose te kunnen stellen of bevestigen.

Lichamelijk onderzoek

Afhankelijk van de aandoening die wordt vermoed, zoekt een arts tijdens een lichamelijk onderzoek naar bepaalde afwijkingen. Wanneer aan een fractuur (see Fracturen) wordt gedacht, kan de arts soms bij het onderzoeken van de botten zien dat het aangedane deel (zoals een arm of een been) niet de normale vorm heeft. Dit kan erop wijzen dat de delen van het bot niet meer in één lijn liggen. Als het vermoeden bestaat van een botinfectie (osteomyelitis) onderzoekt de arts de huid op het geïnfecteerde bot op gevoeligheid en gaat hij na of de lichaamstemperatuur is verhoogd. De arts zal soms het oppervlak van de botten aftasten (palperen) om abnormale knobbels te ontdekken die op een tumor zouden kunnen wijzen.

Wanneer iemand over spierzwakte klaagt, onderzoekt de arts de spieren op hun omvang, structuur en gevoeligheid. De spieren worden ook onderzocht op abnormale bewegingen die op een zenuwziekte in plaats van een spierziekte kunnen duiden. Artsen controleren of de spieren zijn geslonken (atrofie). Dit kan een gevolg zijn van beschadiging van de spier zelf of van de zenuwen van de spier of van gebrek aan beweging (inactiviteitsatrofie), zoals soms voorkomt bij langdurige bedrust. Artsen zoeken ook naar spiervergroting (hypertrofie), die normaal optreedt bij een krachtsport als gewichtheffen. Bij een zieke kan hypertrofie echter ontstaan wanneer een spier harder moet werken ter compensatie van zwakte in een andere spier. De spieren kunnen ook groter worden wanneer het normale spierweefsel wordt vervangen door abnormaal weefsel (waardoor wel de omvang, maar niet de sterkte van de spier toeneemt). Dit komt voor bij amyloïdose en bij bepaalde erfelijke spierziekten, zoals Duchenne-spierdystrofie.

Artsen proberen vast te stellen of spieren verzwakt zijn en hoe zwak ze zijn. Ze onderzoeken de spieren systematisch en beginnen dan meestal met het gezicht en de hals. Vervolgens worden de armen onderzocht en ten slotte de benen. Gewoonlijk moet iemand in staat zijn de armen enkele minuten lang voor zich uit te strekken zonder dat ze gaan zakken, draaien of trillen. Het is een teken van zwakte als de armen met de handpalm naar binnen gedraaid omlaagzakken. De kracht om weerstand te bieden wordt getest door de patiënt te laten trekken en duwen terwijl de arts tegendruk geeft.

Bij het onderzoeken van de gewrichten test de arts het bewegingsbereik van het gewricht en de spierspanning door de ledemaat in het gewricht te bewegen terwijl de persoon geheel ontspannen is (passieve beweging). De weerstand tegen een dergelijke beweging (passieve weerstand) kan zijn verminderd wanneer de zenuw naar de spier is beschadigd of doorgesneden; de weerstand kan zijn toegenomen bij beschadiging van het ruggenmerg of de hersenen.

Laboratoriumonderzoeken

Laboratoriumonderzoek is vaak zinvol bij het stellen van de diagnose van een aandoening van het bewegingsapparaat. Bij een ontsteking is bijvoorbeeld de bloedbezinkingssnelheid (BSE, de snelheid waarmee de rode bloedcellen naar de bodem van een met bloed gevuld testbuisje zakken) vaak verhoogd. Soms wordt ook de creatinekinasespiegel in het bloed bepaald. Creatinekinase is een normaal spierenzym dat weglekt en in de bloedbaan terechtkomt wanneer de spier is beschadigd. De diagnose ‘reumatoïde artritis' wordt vergemakkelijkt door bloedonderzoek om de reumatoïde-artritisfactor vast te stellen. Bij jicht laat bloedonderzoek vaak een verhoogde concentratie van urinezuur zien.

Laboratoriumonderzoek is vaak ook zinvol bij het volgen van de voortgang van een behandeling. Zo kan BSE uitermate nuttig zijn bij het volgen van de voortgang van de behandeling van reumatoïde artritis of van polymyalgia rheumatica en bij het bevestigen van de diagnose ‘osteomyelitis'.

Zenuwonderzoeken

Door middel van onderzoek naar de zenuwgeleiding (Zenuwgeleidingsonderzoek) kan worden bepaald of de zenuwen naar de spieren normaal functioneren. Dit onderzoek wordt gebruikt bij de diagnose van aandoeningen als polyarteriitis nodosa en ulnarisparalyse. Vaak wordt tegelijk met het onderzoek naar de zenuwgeleiding elektromyografie (Elektromyografie) uitgevoerd. Bij dit laatste onderzoek worden de elektrische prikkels geregistreerd die de spieren bereiken. Hiermee kan worden bepaald of de spieren en de verbinding tussen de zenuwen en de spieren (de ‘neuromusculaire overgang') normaal zijn. Met dit onderzoek kan worden bepaald of het probleem vooral in de spieren of juist in de zenuwen naar de spieren is gelegen. Het is ook een zinvol hulpmiddel bij het diagnosticeren van aandoeningen als amyotrofische laterale sclerose (ALS) en dermatomyositis.

Röntgenfoto's

Er worden röntgenfoto's gemaakt om de gebieden te beoordelen waarin zich botpijn voordoet, omdat hiermee vaak botbreuken, gezwellen, blessures, infecties en misvormingen, zoals erfelijke heupdysplasie, kunnen worden opgespoord. Om te bepalen of het gewricht is beschadigd, kan een arts een gewone röntgenfoto gebruiken of een foto met het gewricht onder druk.

Artrografie is een röntgenmethode waarbij een radio-opake (voor röntgenstralen ondoorlaatbare en daardoor ‘zichtbare') stof in de gewrichtsholte wordt ingespoten om structuren als de gewrichtsbanden in het gewricht zichtbaar te maken. Artrografie kan worden gebruikt om gescheurde gewrichtsbanden en versplinterd kraakbeen in het gewricht te zien. Tegenwoordig geeft men echter meestal de voorkeur aan onderzoek met behulp van MRI (magnetische kernspinresonantie).

Dual-energy X-ray-absorptiometrie

Wanneer wordt gescreend op osteoporose of bij het diagnosticeren ervan, moet de botdichtheid worden bepaald. De nauwkeurigste manier om dat te doen is met dual-energy X-ray-absorptiometrie (DEXA). Bij dit onderzoek worden lage doses röntgenstraling gebruikt om het bot op twee plaatsen te onderzoeken: de wervelkolom en de heup. Er wordt gebruikgemaakt van gammastralen met twee verschillende energiepieken om onderscheid te kunnen maken tussen bot en weke delen. Hierdoor kan de botdichtheid op die plaatsen nauwkeurig worden gemeten.

Computertomografie en magnetische kernspinresonantie

Computertomografie (CT) en magnetische kernspinresonantie (MRI, magnetic resonance imaging) leveren veel meer details dan röntgenfoto's. Deze technieken kunnen worden gebruikt om de mate en exacte plaats van de beschadiging te bepalen. Magnetische kernspinresonantie is vooral waardevol voor het in beeld brengen van spieren, gewrichtsbanden en pezen; computertomografie is het beste voor het in beeld brengen van bot. Met een CT-scan is iemand veel minder tijd kwijt dan met een MRI-scan. MRI is kostbaarder dan CT en sommige mensen hebben (behalve wanneer wordt gebruikgemaakt van een apparaat met open zijkanten) in een MRI-apparaat last van claustrofobie.

Botscan

Botscan is een beeldvormende techniek die soms wordt gebruikt om een fractuur te diagnosticeren, vooral als deze met andere technieken niet zichtbaar wordt. Bij een botscan wordt gebruikgemaakt van een radioactieve stof (technetium-99m), die wordt geabsorbeerd door genezend bot. De techniek kan ook worden gebruikt wanneer een botinfectie of een metastase (een uitzaaiing van kanker elders in het lichaam) wordt vermoed. De radioactieve stof wordt intraveneus toegediend en wordt waargenomen door een botscanapparaat. Hierdoor kan een beeld van het bot op een computermonitor worden weergegeven.

Gewrichtsaspiratie (afzuiging)

Gewrichtsaspiratie wordt gebruikt om gewrichtsproblemen te diagnosticeren. Er wordt een naald in de gewrichtsholte gebracht waarmee vloeistof (synoviaal vocht) wordt opgezogen. Deze vloeistof wordt onder een microscoop bekeken. Een arts kan na analyse van deze vloeistof vaak een diagnose stellen. Als er zich in het monster van synoviaal vocht bijvoorbeeld bacteriën bevinden, bevestigt dit de diagnose ‘infectie'. Als er zich kristallen in bevinden, wordt daarmee de diagnose ‘jicht' of ‘pseudo-jicht' bevestigd (see Jicht en pseudo-jicht). Deze procedure wordt meestal in de spreekkamer uitgevoerd en is over het algemeen snel, gemakkelijk en vrijwel pijnloos. De kans op een infectie is te verwaarlozen.

Artroscopie

Artroscopie is een methode waarbij een kleine buis met daarin een camera in de gewrichtsholte wordt ingebracht. De arts kan dan in het gewricht kijken, er een stukje weefsel uithalen voor onderzoek (biopsie) en, indien nodig, operatief ingrijpen om de aandoening te verhelpen. Aandoeningen die vaak tijdens artroscopie worden gevonden, zijn onder meer een ontsteking van het synoviaal membraan waarmee het gewricht is bekleed (synoviitis), gescheurde gewrichtsband, gescheurde meniscus, lokale afwijking van het kraakbeen en losse stukjes bot of kraakbeen. Al deze afwijkingen kunnen tijdens de artroscopie worden hersteld of verwijderd. Er is bij deze ingreep een zeer kleine kans op gewrichtsinfectie.

Biopsie

Een biopsie is een ingreep waarbij een klein stukje weefsel wordt weggenomen, meestal met een naald (naaldbiopsie), dat onder een microscoop wordt onderzocht. Er kunnen biopsieën worden gedaan van vrijwel elk soort weefsel, waaronder spieren, botten en gewrichten. De kans op een infectie is te verwaarlozen.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Symptomen

Next: Introductie

Figures
Tables
Disclaimer