THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Polymyalgia rheumatica

Polymyalgia rheumatica (spierreuma) veroorzaakt ernstige pijn in en stijfheid van de spieren van de nek, schouders en heupen.

De aandoening treedt gewoonlijk op bij patiënten boven de 50 jaar en komt tweemaal zo vaak voor bij vrouwen als bij mannen. De oorzaak is niet bekend. Omdat polymyalgia rheumatica soms tegelijk met arteriitis temporalis (reuscelarteriitis) optreedt, wordt wel verondersteld dat deze aandoeningen op dezelfde manier ontstaan.

Symptomen en diagnose

Polymyalgia rheumatica veroorzaakt ernstige pijn in en stijfheid van de nek, schouders en heupen. De stijfheid is 's morgens en na perioden van inactiviteit erger. De symptomen in de spieren kunnen gepaard gaan met koorts, een vaag onbehaaglijk gevoel, gewichtsverlies en depressie. Al deze symptomen kunnen plotseling of geleidelijk ontstaan. Er treedt geen spierbeschadiging of spierzwakte op. Sommige mensen met polymyalgia rheumatica krijgen ook symptomen van arteriitis temporalis. Deze laatste aandoening kan blindheid veroorzaken. Sommige mensen hebben een lichte vorm van artritis, maar als de artritis ernstig is, is het waarschijnlijker dat ze reumatoïde artritis hebben (see Reumatoïde artritis en andere typen artritis).

De arts stelt de diagnose ‘polymyalgia rheumatica' op basis van de symptomen, van het lichamelijk onderzoek en van de resultaten van laboratoriumonderzoek. De uitslagen van bloedonderzoek, zoals BSE en C-reactieve proteïne, zijn meestal zeer hoog, wat op een actieve ontsteking duidt. Meestal is er geen biopsie van spierweefsel noodzakelijk. Als die wel wordt verricht, zal er geen bewijs voor spierbeschadiging worden gevonden. Ook een elektromyogram (see Elektromyografie) zal geen afwijkingen laten zien. Bij bloedonderzoek kan bloedarmoede worden ontdekt.

Behandeling

Polymyalgia rheumatica verbetert vaak aanzienlijk met lage doses prednison, een corticosteroïd. Wanneer ook arteriitis temporalis optreedt, zijn er hogere doses corticosteroïden nodig, vooral om de kans op blindheid te verkleinen. Naarmate de symptomen afnemen, wordt de dosis geleidelijk tot de laagste effectieve dosis verminderd. De meeste patiënten kunnen na twee tot vier jaar stoppen met het gebruik van prednison, hoewel sommigen nog langer een lage dosis nodig hebben. Bij gebruik van acetylsalicylzuur (aspirine) of andere niet-steroïde anti-inflammatoire middelen (NSAID's) is het mogelijk dat er minder verbetering optreedt.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Arteriitis temporalis

Next: Granulomatose van Wegener

Figures
Tables
Disclaimer