THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results
In This Topic
Introductie
Back to Top

Section

Subject

Topics

Introductie

Een geneesmiddel wordt gewoonlijk gedefinieerd als elke stof (anders dan een voedingsstof of hulpmiddel) die bedoeld is voor gebruik bij diagnose, genezing, verlichting, behandeling of preventie van ziekte of die bedoeld is om de structuur of werking van het lichaam te beïnvloeden. Orale voorbehoedsmiddelen (‘de pil') zijn voorbeelden van geneesmiddelen die de werking van het lichaam en niet een ziekteproces beïnvloeden. Hoewel deze brede definitie van een geneesmiddel belangrijk is voor wettelijke doeleinden, is ze voor dagelijks gebruik nogal ingewikkeld. Een eenvoudigere, maar werkbare definitie van een geneesmiddel is ‘elke chemische stof die invloed uitoefent op het lichaam en de processen die hierin plaatsvinden'.

Volgens de wet worden geneesmiddelen in twee categorieën onderverdeeld: op recept en vrij verkrijgbare geneesmiddelen. Op recept verkrijgbare geneesmiddelen (die middelen waarvan men vindt dat deze alleen veilig te gebruiken zijn onder medisch toezicht) mogen slechts worden verstrekt na overlegging van een recept uitgeschreven door een bevoegde beroepskracht (bijvoorbeeld een arts, tandarts of dierenarts). Vrij verkrijgbare middelen, waarvan men vindt dat deze zonder medisch toezicht relatief veilig te gebruiken zijn (zoals acetylsalicylzuur), worden zonder recept verkocht (see Veiligheidsoverwegingen). In de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening is vastgelegd voor welke geneesmiddelen een recept nodig is en welke geneesmiddelen vrij als zelfzorgmiddelen mogen worden verkocht. De wet regelt de criteria waaraan de middelen moeten voldoen, niet de individuele middelen. Dit is tegenwoordig de taak van het CBG (vroeger de Geneesmiddelencommissie van WVC). Alternatieve geneesmiddelen (met uitzondering van homeopathische geneesmiddelen, die echter uitsluitend op veiligheidscriteria worden beoordeeld), kruiden, vitaminen en andere ‘voedingssupplementen' (see Introductie), vallen niet onder deze wet. Deze middelen hebben niet de registratieprocedure van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen doorlopen.

Voor sommige mensen wil het woord ‘drug' (het Engelse woord voor geneesmiddel) zeggen ‘een stof die de werking van de hersenen verandert op een wijze die als prettig wordt beschouwd'. Al sinds mensenheugenis is het juiste medische gebruik van geneesmiddelen gepaard gegaan met misbruik en verslaving, het overmatige en aanhoudende gebruik van geestverruimende stoffen zonder medische noodzaak. Sommige geneesmiddelen die tot verslaving kunnen leiden, hebben een legitiem medisch doel, andere niet ( (Introductie)). Enig begrip van de naamgeving van geneesmiddelen kan het ontcijferen van de etikettering vereenvoudigen. Elk merkgeneesmiddel heeft minimaal drie namen: een chemische naam, een generieke naam (stofnaam) en een handelsnaam (merknaam).

De chemische naam beschrijft de moleculaire structuur van het geneesmiddel. Deze naam is gewoonlijk te complex en lastig voor algemeen gebruik. Meestal wordt daarom door een bevoegde instantie een generieke naam aan een geneesmiddel toegekend. Dit is een commissie van de directie Geneesmiddelen van de WHO te Genève. Britse en Amerikaanse generische namen worden in Nederland niet gebruikt. De generieke namen van geneesmiddelen uit een bepaalde groep (klasse) hebben doorgaans dezelfde uitgang. Zo eindigen de namen van alle bètablokkers (gebruikt voor behandeling van aandoeningen als hoge bloeddruk) op ‘-olol'.

De handelsnaam wordt gekozen door het farmaceutische bedrijf dat het geneesmiddel produceert of in de handel brengt. Door patent beschermde geneesmiddelen worden meestal onder een handelsnaam verkocht. Generieke versies van merkgeneesmiddelen (geproduceerd na het verlopen van het patent) kunnen onder de generieke naam (bijvoorbeeld ibuprofen) of onder een eigen handelsnaam (bijvoorbeeld Advil) op de markt worden gebracht.

Het is tevens nuttig om te weten tot welke groep een geneesmiddel behoort. Globaal worden geneesmiddelen geclassificeerd naar therapeutische groep, dat wil zeggen op basis van de aandoening of het symptoom die/dat ermee wordt behandeld. Zo worden geneesmiddelen voor de behandeling van hoge bloeddruk ‘antihypertensiva' genoemd en geneesmiddelen voor behandeling van misselijkheid worden ‘anti-emetica' genoemd (‘emesis' is de medische term voor overgeven). Binnen elke therapeutische groep worden geneesmiddelen onderverdeeld in klassen. Sommige klassen zijn gebaseerd op de manier waarop de geneesmiddelen in het lichaam hun effect bereiken. Zo verlaagt een van de klassen antihypertensiva, de calciumantagonisten, de bloeddruk door te voorkomen dat calcium in bepaalde cellen komt. Calcium is nodig voor het samentrekken van spieren, waaronder die in de wanden van de slagaders. Calciumantagonisten verhinderen dus de samentrekking van de spieren in de slagaderwand waardoor de slagaders uitzetten en het bloed er gemakkelijker doorheen kan stromen. Calciumantagonisten hebben minder invloed op de samentrekking van de hartspieren en verstoren ook niet de samentrekking van spieren die bewust worden aangestuurd (skeletspieren).

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Next: Ontwikkeling van geneesmiddelen

Figures
Tables
Disclaimer