THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Verbranding door de zon

Zonnebrand wordt veroorzaakt door te intensieve blootstelling aan ultraviolette (UV) straling in korte tijd. Hoeveel blootstelling aan zonlicht nodig is om een brandwond te veroorzaken, hangt per persoon af van de pigmentatie en het vermogen om meer melanine te produceren.

Zonnebrand leidt tot een pijnlijke, rode huid. Ernstige zonnebrand kan zwelling en blaren veroorzaken. De eerste symptomen kunnen al een uur na de blootstelling optreden en zijn vaak een dag later het hevigst. Sommige mensen met ernstige zonnebrand krijgen koorts, koude rillingen en voelen zich zwak. In zeldzame gevallen kan zelfs een shock optreden (gekenmerkt door een zeer lage bloeddruk, flauwvallen en shockverschijnselen). Bij mensen met een van nature lichte huidskleur kan de huid enkele dagen na een zonnebrand gaan vervellen, meestal in combinatie met jeuk. De plekken waar de huid heeft losgelaten, zijn enkele weken lang extra gevoelig voor zonnebrand. Er zijn vrij sterke aanwijzingen dat mensen van wie de huid op jonge leeftijd enkele keren ernstig verbrand is geweest door zonlicht, op latere leeftijd een verhoogd risico hebben van het krijgen van een melanoom, ook al zijn ze alles bij elkaar genomen niet zo lang aan zonlicht blootgesteld geweest.

Preventie

De beste en meest logische manier om huidbeschadiging door de zon te voorkomen is het mijden van sterk, direct zonlicht. Als dat niet mogelijk is, dient men snel uit de zon te gaan bij de eerste tekenen van tinteling of roodheid. Kleding en gewoon vensterglas filteren de meeste schadelijke straling uit het zonlicht. Water is geen goed filter: UV-A- en UV-B-straling kunnen ongeveer 30 cm in helder water doordringen. Wolken en mist zijn evenmin goede UV-filters. Ook op een bewolkte of nevelige dag kan verbranding optreden. Water, zand en vooral sneeuw reflecteren het zonlicht, waardoor meer UV-straling de huid bereikt. Op grote hoogte verbrandt men ook sneller. Door de ijle lucht kan meer UV-straling de huid bereiken.

Voordat iemand zich in sterk, direct zonlicht begeeft, dient een zonnebrandmiddel te worden aangebracht: een zalf of crème met chemische stoffen die de huid beschermen door UV-straling uit het licht te filteren. De meeste zonnebrandmiddelen filteren alleen UV-B-straling uit het zonlicht, maar sommige moderne zonnebrandmiddelen zijn tot op zekere hoogte in staat UV-A-straling uit te filteren.

Zonnebrandmiddelen bevatten stoffen als para-aminobenzoëzuur (PABA) en benzofenon, die UV-straling absorberen. Omdat PABA niet meteen goed aan de huid hecht, moeten zonnebrandmiddelen met PABA 30 tot 45 minuten voordat men zich in de zon of in het water begeeft, worden aangebracht. PABA kan bij sommige mensen huidirritatie of een allergische reactie veroorzaken. Veel zonnebrandmiddelen bevatten zowel PABA als benzofenon of andere chemische stoffen. Deze combinaties bieden bescherming tegen een breder spectrum UV-straling. Veel zonnebrandmiddelen zouden bestand zijn tegen water, maar deze middelen moeten desalniettemin vaker worden aangebracht bij mensen die zwemmen of veel zweten.

Andere zonnebrandmiddelen, de zogenoemde ‘sunblocks', bevatten stoffen die als fysieke barrière fungeren, zoals zinkoxide of titaniumdioxide. Deze dikke witte zalven zorgen ervoor dat bijna geen zonlicht de huid kan bereiken. Ze kunnen worden gebruikt op kleine, gevoelige gebieden, zoals de neus en lippen. Sommige cosmetica bevatten zinkoxide of titaniumdioxide.

Zonnebrandmiddelen hebben een bepaalde beschermingsfactor (SPF, sun protection factor): hoe hoger de SPF, des te beter de bescherming. Zonnebrandmiddelen met een beschermingsfactor van 0 tot 5 bieden minimale bescherming. Een beschermingsfactor van 6 tot 18 biedt een gemiddelde bescherming en boven de 18 betekent maximale bescherming.

Behandeling

Kompressen met koud leidingwater kunnen pijnlijke, hete delen van de huid verzachten, evenals vochtinbrengende middelen. Dit moeten dan wel middelen zijn zonder verdovend bestanddeel of geurstoffen die huidirritatie of gevoeligheid van de huid kunnen veroorzaken. Niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID's) (see Niet-steroïde anti-inflammatoire preparaten (NSAID's)) verlichten de pijn en de ontsteking. Corticosteroïden in tabletvorm kunnen de ontstekingsreactie ook verminderen, maar worden uitsluitend gebruikt voor de ernstigste brandwonden. Een speciale brandwondencrème met antibiotica is alleen nodig bij ernstige blaarvorming. De meeste door zonnebrand veroorzaakte blaren barsten vanzelf open. Ze hoeven niet te worden doorgeprikt, tenzij ze na drie of vier dagen nog heel zijn. Door zonlicht verbrande huid raakt zelden geïnfecteerd, maar als dat wel gebeurt, kan de genezing langer duren. Afhankelijk van de ernst van een infectie kunnen antibiotica worden voorgeschreven.

Binnen enkele dagen begint de verbrande huid vanzelf te genezen, maar volledig herstel kan weken duren. Onder de verbrande, vervellende huid verschijnt nieuwe, dunne huid die aanvankelijk zeer gevoelig is voor zonlicht en enkele weken moet worden beschermd.

illustrative-material.sidebar 3

Enkele stoffen die de huid gevoeliger voor zonlicht maken

kalmerende middelen

alprazolam

chloordiazepoxide

antibiotica

quinolonen

sulfonamiden

tetracyclinen

trimethoprim

antidepressiva

tricyclische antidepressiva

schimmeldodende geneesmiddelen (voor oraal gebruik)

griseofulvine

antihyperglykemische middelen

sulfonylureumderivaten

geneesmiddelen tegen malaria

chloroquine

kinine

antipsychotica

fenothiazinen

vochtafdrijvende middelen (diuretica)

furosemide

thiaziden

chemotherapeutica

dacarbazine

fluorouracil

methotrexaat

vinblastine

geneesmiddelen die worden gebruikt voor de behandeling van acne (voor oraal gebruik)

isotretinoïne

geneesmiddelen voor hartaandoeningen

amiodaron

kinidine

huidpreparaten

bacteriedodende middelen (chloorhexidine, hexachlorofeen)

schimmeldodende geneesmiddelen

koolteer

parfums

zonnebrandmiddelen

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Overgevoeligheid voor zonlicht

Figures
Tables
Disclaimer