THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results
In This Topic
Introductie
Back to Top

Section

Subject

Topics

Introductie

Schimmels zijn plantaardige organismen die de mens kunnen infecteren. Gisten en paddestoelen worden ook tot de schimmels gerekend.

Sommige schimmels vermeerderen zich door verspreiding van microscopisch kleine sporen. Deze sporen zijn vaak in de lucht aanwezig, waar ze kunnen worden ingeademd of op iemands huid terecht kunnen komen. Schimmelinfecties beginnen daarom meestal in de longen of op de huid. Van de grote verscheidenheid aan sporen die op de huid terechtkomen of in de longen worden ingeademd, veroorzaken de meeste geen infectie. Met uitzondering van sommige oppervlakkige huidaandoeningen worden schimmelinfecties zelden van de ene persoon op de andere overgedragen.

Bepaalde soorten schimmels (zoals Candida) komen normaal op lichaamsoppervlakken en in de darmen voor. Hoewel ze normaal gesproken onschadelijk zijn, kunnen deze schimmels locale infecties veroorzaken van de huid en nagels (see Ringworm en soortgelijke schimmelinfecties), de vagina (see Introductie), de mond (see Koorts) en (see Gingivitis als gevolg van infecties) en de neusbijholten. (see Aandoeningen van de neus en neusbijholtenSidebar)

Ze veroorzaken zelden ernstige schade, behalve bij mensen met een verminderde afweer of bij mensen met lichaamsvreemd materiaal (zoals een intraveneuze katheter) in hun lichaam.

Soms is het normale evenwicht dat de schimmels onder controle houdt, verstoord en treden er infecties op. Zo beperken bacteriën die normaal aanwezig zijn in het spijsverteringskanaal en de vagina op die plaatsen de groei van sommige schimmels. Wanneer iemand antibiotica gebruikt, kunnen deze nuttige bacteriën worden vernietigd waardoor de schimmels ongecontroleerd kunnen groeien. De overmatige groei van schimmels die daaruit voortkomt, kan (meestal lichte) symptomen veroorzaken. Wanneer de bacteriën weer gaan groeien, wordt het evenwicht hersteld en verdwijnt het probleem meestal.

Sommige schimmelinfecties (bijvoorbeeld histoplasmose, blastomycose en coccidioïdomycose) kunnen bij verder gezonde mensen ernstig zijn.

Sommige schimmelinfecties komen vaker voor in bepaalde geografische gebieden. Zo komt coccidioïdomycose, in Europa alleen bekend door importgevallen, in de Verenigde Staten vrijwel uitsluitend voor in het zuidwesten, terwijl histoplasmose algemeen voorkomt in de rivierdalen van de Ohio en de Mississippi. Blastomycose komt vooral veel voor in de oostelijke en centrale staten van de Verenigde Staten en in Afrika.

Omdat veel schimmelinfecties zich langzaam ontwikkelen, kunnen er maanden of jaren voorbijgaan voor iemand medische hulp zoekt. Bij mensen met verminderde afweer (bijvoorbeeld mensen die een orgaantransplantatie hebben ondergaan, voor kanker met immunosuppressieve middelen worden behandeld of aids hebben) kunnen schimmelinfecties zeer agressief zijn, waarbij ze zich snel naar andere organen verspreiden en vaak fataal verlopen.

Al zijn schimmels door hun structuur en chemische samenstelling moeilijk te doden, toch zijn er diverse geneesmiddelen beschikbaar die werkzaam zijn tegen schimmelinfecties. Antischimmelmiddelen (antimycotica) kunnen rechtstreeks op een schimmelinfectie van de huid of een ander oppervlak worden aangebracht, zoals de vagina of de mond. Om ernstiger infecties te behandelen, kunnen antischimmelmiddelen zo nodig ook oraal worden ingenomen of geïnjecteerd. De behandeling duurt vaak enkele maanden.

illustrative-material.sidebar 1

Risicofactoren voor het ontwikkelen van schimmelinfecties

geneesmiddelen die het afweersysteem onderdrukken

  • geneesmiddelen tegen kanker (chemotherapie)
  • corticosteroïden en andere afweeronderdrukkende geneesmiddelen
ziekten en aandoeningen
  • aids
  • nierfalen
  • diabetes mellitus
  • longziekten, zoals emfyseem
  • ziekte van Hodgkin of andere lymfomen
  • leukemie
  • grote brandwonden
  • orgaantransplantatie

geneesmiddel

algemeen toegepast bij

bijwerkingen

amfotericine B grote verscheidenheid aan schimmelinfecties rillingen, koorts, hoofdpijn, braken; verlaagde kaliumspiegel in bloed, nierbeschadiging, anemie
caspofungine Aspergillus, candidasoorten die resistent zijn voor flucanol koorts, misselijkheid en aderontsteking
fluconazol Candida en andere schimmelinfecties, waaronder Cryptococcus levertoxiciteit, maar minder dan bij ketoconazol
flucytosine Infectie met Candida of Cryptococcus beenmerg en nierbeschadiging
itraconazol Candida en andere schimmelinfecties misselijkheid, diarree, levertoxiciteit, maar minder dan bij ketoconazol
ketoconazol Candida en andere schimmelinfecties misselijkheid en braken, geblokkeerde productie van testosteron en cortisol en leververgiftiging
voriconazol Aspergillus en Candida stoornissen van het gezichtsvermogen

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Aspergillose

Figures
Tables
Disclaimer