THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Galblaas en galwegen

De galblaas is een klein, peervormig, gespierd zakje waarin gal wordt opgeslagen. De gal verlaat de lever door de linker en rechter galafvoergang, die zich verenigen tot de gemeenschappelijke leverbuis (ductus hepaticus communis). De leverbuis verenigt zich met een afvoergang die verbonden is met de galblaas: de galblaasbuis of ductus cysticus. Beide afvoergangen vormen samen de galbuis (ductus choledochus). De galbuis mondt uit in de twaalfvingerige darm bij de sluitspier, de sfincter van Oddi (een ringvormige spier), net voorbij de maag.

Ongeveer de helft van de hoeveelheid gal die tussen de maaltijden door wordt afgescheiden, stroomt via de galblaasbuis naar de galblaas, waar de gal wordt opgeslagen. In de galblaas wordt tot 90% van het water in de gal in de bloedbaan opgenomen, waardoor de overblijvende gal sterk wordt geconcentreerd. De rest van de door de lever geproduceerde gal stroomt direct door de galbuis in de twaalfvingerige darm. Wanneer er voedsel in de twaalfvingerige darm komt, zorgt een reeks signalen van het hormonale systeem en het zenuwstelsel dat de galblaas zich samentrekt en de sluitspier (sfincter van Oddi) zich ontspant en zich dus opent. De gal stroomt vervolgens uit de galblaas in de twaalfvingerige darm, vermengt zich met de darminhoud en bevordert de spijsvertering.

De gal stroomt verder de dunne darm in, waarbij ongeveer 95% van de galzouten via de wand van het onderste gedeelte van de dunne darm weer in de bloedbaan wordt opgenomen. Vervolgens haalt de lever deze galzouten uit het bloed en scheidt ze opnieuw uit in de gal. De galzouten in het lichaam doorlopen deze cyclus ongeveer 10 tot 12 keer per dag. Bij elke cyclus worden kleine hoeveelheden galzouten niet door de lever opgenomen. Ze komen in de dikke darm terecht, waar ze door bacteriën worden afgebroken. Een deel van deze galzouten wordt opnieuw in de dikke darm opgenomen, de rest wordt met de ontlasting uitgescheiden.

De galblaas heeft een zinvolle functie, maar is niet onmisbaar. Als de galblaas wordt verwijderd, bijvoorbeeld bij iemand met een galblaasontsteking (cholecystitis), kan de gal rechtstreeks uit de lever in de twaalfvingerige darm stromen.

Gal bestaat uit galzouten, elektrolyten (opgeloste geladen deeltjes, zoals natrium en bicarbonaat), galkleurstoffen (zoals bilirubine), cholesterol en andere vetten (lipiden). Gal is verantwoordelijk voor de verwijdering van bepaalde afvalproducten uit het lichaam, vooral van de kleurstof afkomstig uit afgebroken rode bloedcellen en van overtollig cholesterol. Daarnaast bevordert gal de vertering en opname van vetten. Galzouten vergroten de oplosbaarheid van vetten en in vet oplosbare vitaminen, zodat ze gemakkelijker uit de darm kunnen worden opgenomen. Hemoglobine (het eiwit dat zuurstof in bloed transporteert) uit afgebroken rode bloedcellen wordt omgezet in bilirubine (de belangrijkste kleurstof in gal) en als afvalproduct in de gal uitgescheiden.

Galstenen kunnen de galstroom vanuit de galblaas blokkeren, waardoor pijn (galsteenkoliek) of een ontsteking ontstaat. Galstenen kunnen ook vanuit de galblaas in de galbuis terechtkomen, waar ze de normale galstroom naar de darm kunnen blokkeren, wat kan leiden tot geelzucht: een gelige verkleuring van de huid en het oogwit. De galstroom kan ook worden belemmerd door tumoren en door andere, minder vaak voorkomende oorzaken.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Lever

Next: De gevolgen van ouder worden

Figures
Tables
Disclaimer