THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Nosocomiale pneumonie

Een nosocomiale pneumonie (een pneumonie die in een ziekenhuis of een andersoortige instelling wordt opgelopen) is vaak veel ernstiger van aard dan een banale pneumonie. De micro-organismen in deze instellingen zijn vaak agressiever en moeilijker te behandelen. Bovendien zijn patiënten in ziekenhuizen en verpleeghuizen ook zonder pneumonie veelal al zwakker dan patiënten thuis en zijn ze daardoor minder goed in staat de infectie te bestrijden.

Stafylokokkenpneumonie: Staphylococcus aureus veroorzaakt slechts 2% van de banale pneumonieën, maar wel 10 tot 15% van de nosocomiale pneumonieën. De kans op dit type pneumonie is het grootst bij mensen die wegens een andere aandoening in het ziekenhuis zijn opgenomen. Dit type pneumonie komt vaak voor bij zeer jonge en zeer oude mensen, en bij mensen die al door een andere ziekte verzwakt zijn. Ook komt deze vorm nogal eens voor bij alcoholisten. Hoewel deze pneumonie niet vaak voorkomt, is het wel een ernstige ziekte: het sterftecijfer ligt tussen 15 en 40%, wat deels wordt veroorzaakt door het feit dat een stafylokokkenpneumonie vaak optreedt bij mensen die al ernstig ziek zijn.

Staphylococcus veroorzaakt voor pneumonie kenmerkende symptomen, maar de rillingen en de koorts houden bij een stafylokokkenpneumonie langer aan dan bij een pneumokokkenpneumonie. De symptomen verergeren soms snel, met een ernstige en mogelijk fatale verslechtering van de longfunctie. Stafylokokken kunnen af en toe abcessen (ophopingen van pus) in de longen veroorzaken en, vooral bij kinderen, ook longcysten die gevuld zijn met lucht (pneumatokèles). Er kunnen bacteriën met het bloed uit de longen worden meegevoerd en elders in het lichaam een abces veroorzaken. Pusophoping in de pleuraholte (empyeem) is een betrekkelijk veelvoorkomend verschijnsel (see Pleura-effusie). De pus wordt met een naald of een slangetje afgevoerd.

Er wordt zo snel mogelijk gestart met antibiotica die werkzaam zijn tegen Stafylokokken, gewoonlijk een penicillinesoort met de naam ‘flucloxacilline'. Er worden echter steeds meer stafylokokkenstammen resistent tegen deze penicilline, waardoor andere antibiotica als vancomycine nodig zijn.

Gramnegatieve bacteriële pneumonie: gramnegatieve bacteriën, zoals Klebsiella (Friedländer-pneumonie), Pseudomonas, Enterobacter, Proteus, Serratia en Acinetobacter, zijn de veroorzakers van vaak ernstige pneumonieën.

Gramnegatieve bacteriële pneumonieën komen vrijwel uitsluitend voor bij patiënten in ziekenhuizen of verpleeghuizen. De longen van gezonde volwassenen worden zelden geïnfecteerd. Gramnegatieve bacteriën zijn vooral bij patiënten die worden beademd berucht als veroorzakers van pneumonie. Andere risicogroepen zijn zuigelingen, ouderen, alcoholisten en patiënten met een chronische aandoening, vooral als dat een aandoening van het afweersysteem is.

De symptomen van een gramnegatieve bacteriële pneumonie zijn dezelfde als die van een grampositieve pneumonie, behalve dat de patiënt meestal zieker is en sneller achteruit gaat. Gramnegatieve bacteriën kunnen in snel tempo longweefsel vernietigen; een gramnegatieve pneumonie kan daardoor ook snel ernstig worden. Koorts, hoesten en kortademigheid zijn symptomen die veel voorkomen. Het opgehoeste sputum kan dik en rood zijn, met de kleur en consistentie van rodebessengelei.

Vanwege de ernst van de infectie moet de patiënt intensief in het ziekenhuis met antibiotica, extra zuurstof en intraveneus vocht worden behandeld. Soms moet de patiënt worden beademd. Ondanks een uitstekende behandeling overlijdt ongeveer 25 tot 50% van de patiënten met een gramnegatieve pneumonie.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Thuis opgelopen (community‑acquired) pneumonie

Next: Schimmelpneumonie

Figures
Tables
Disclaimer