THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Nierkanker

Nierkanker vertegenwoordigt ongeveer 2 tot 3% van de kwaadaardige tumoren bij volwassenen en komt twee keer zo vaak bij mannen als bij vrouwen voor. Het risico van nierkanker is ongeveer twee keer zo groot bij rokers als bij niet-rokers. Andere risicofactoren zijn overgewicht en blootstelling aan giftige chemische stoffen. Door onbekende oorzaken steeg het aantal nieuwe gevallen van nierkanker tussen 1975 en 1995 met 2 tot 4% per jaar. Nierkanker ontstaat meestal bij personen tussen de 50 en 70 jaar.

De meeste solide niertumoren zijn kwaadaardig, maar met vocht gevulde tumoren (cysten) zijn dat meestal niet. Vrijwel alle kwaadaardige niertumoren zijn niercelcarcinomen. Een andere vorm van nierkanker, de Wilms-tumor, komt bij kinderen voor. (see Wilms-tumor

)Symptomen en diagnostisch onderzoek

Bloed in de urine is het meest voorkomende eerste symptoom, maar de hoeveelheid bloed kan zo klein zijn dat het alleen onder een microscoop te zien is. Daarentegen kan de urine ook duidelijk rood gekleurd zijn. Daarna zijn pijn in de flank (het gebied tussen de ribben en de heup), koorts en gewichtsverlies de meest voorkomende symptomen. Soms wordt nierkanker voor het eerst opgemerkt wanneer de arts een zwelling of knobbeltje in de buik voelt. Ook kan een niertumor worden ontdekt tijdens een onderzoek wegens een ander probleem, bijvoorbeeld hoge bloeddruk. Als de tumor de bloedtoevoer naar een deel van de nier of de gehele nier verstoort, wordt het enzym renine geproduceerd, dat de bloeddruk doet stijgen.

Het aantal rode bloedcellen kan abnormaal hoog worden, waardoor secundaire polycytemie ontstaat. De zieke nier of de tumor scheidt dan namelijk zelf veel erytropoëtine af, een hormoon dat het beenmerg aanzet tot verhoogde productie van rode bloedcellen. Andersom kan nierkanker door bloedverlies via de urine tot een daling van het aantal rode bloedcellen leiden. Bij sommige patiënten ontstaat een verhoogde calciumspiegel in het bloed (hypercalciëmie).

Als aan nierkanker wordt gedacht, kan intraveneuze urografie, echografie of computertomografie (CT-scan) worden uitgevoerd om de diagnose te bevestigen. Magnetische kernspinresonantie (MRI-scan) kan worden toegepast voor aanvullende informatie over eventuele ingroei van de tumor in omringende weefsels, waaronder aders. Als een met vocht gevulde tumor (cyste) wordt gevonden, kan daaruit met een naald wat vocht worden afgenomen om te onderzoeken of de tumor kwaadaardig is.

Behandeling

Wanneer de tumor zich niet buiten de nier heeft uitgezaaid (metastase), is na operatieve verwijdering van de aangetaste nier en aangetaste lymfeklieren de kans op herstel redelijk goed. Soms is het mogelijk alleen de tumor met een rand omringend weefsel te verwijderen zodat de rest van de nier behouden blijft. In sommige gevallen moet de gehele nier worden verwijderd.

Als de tumor in de nierader of zelfs in de holle ader (vena cava, de grote ader die het bloed naar het hart voert) is ingegroeid, maar zich niet naar andere plaatsen heeft uitgezaaid, kan operatief ingrijpen nog steeds kans op herstel bieden. Een niertumor zaait echter vaak in een vroeg stadium uit, vooral naar de longen. Bij sommige mensen slinkt de tumor en wordt de levensduur verlengd door een behandeling die het vermogen van het immuunsysteem versterkt om kankercellen te vernietigen (see Chemotherapie). Een dergelijke behandeling bestaat uit toediening van interleukine-2 en wordt bij nierkanker toegepast. Er wordt onderzoek gedaan naar verschillende combinaties van interleukine-2, interferon en andere biologische stoffen en zelfs naar vaccins die zijn bereid uit cellen die uit niertumoren zijn verwijderd. In zeldzame gevallen (minder dan 1% van de patiënten) slinken tumoren elders in het lichaam wanneer de aangetaste nier is verwijderd. De kleine kans dat dit zal gebeuren, wordt echter niet als voldoende reden beschouwd om een nier met kanker te verwijderen wanneer de tumor al is uitgezaaid, behalve als verwijdering van de nier onderdeel is van een behandelplan waarvan ook traditionele geneesmiddelen tegen kanker (chemotherapie) of biologische middelen deel uitmaken.

Uitzaaiingen van nierkanker kunnen niet altijd worden opgespoord wanneer de diagnose ‘nierkanker' is gesteld. Soms komen deze uitzaaiingen dan ook pas aan het licht na operatieve verwijdering van al het tumorweefsel dat kon worden gevonden. Uitzaaiingen van nierkanker reageren meestal slecht op de traditionele chemotherapie. Behandeling met interleukine-2 of interferon kan echter zinvol zijn, ook al hebben deze middelen maar een bescheiden effect.

Prognose

De prognose wordt door veel factoren beïnvloed. Het overlevingspercentage na vijf jaar is 85% of hoger bij patiënten bij wie de tumor tot de nier beperkt is gebleven. Als de tumor in de nierader en de onderste holle ader is ingegroeid, maar nog niet is uitgezaaid, ligt het overlevingspercentage na vijf jaar tussen 35 en 60%. Wanneer nierkanker is uitgezaaid, is het overlevingspercentage na vijf jaar slechts 10%. In sommige gevallen richt de behandeling zich op pijnbestrijding en op andere manieren om de patiënt zich prettiger te laten voelen (see Symptomen tijdens een dodelijke ziekte). Net als bij andere ziekten in het eindstadium is het van groot belang dat zaken met betrekking tot het levenseinde worden besproken, zoals het opstellen van een wilsbeschikking. (see Schriftelijke wilsverklaring)

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Kanker van het nierbekken en de urineleiders

Figures
Tables
Disclaimer