THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Nierbekkenontsteking (pyelonefritis)

Pyelonefritis (nierbekkenontsteking) is een bacteriële infectie van één of beide nierbekkens, de ruimte in de nier waar de urine zich verzamelt voordat deze de urineleiders in stroomt.

Nierbekkenontsteking komt vaker bij vrouwen dan bij mannen voor. Escherichia coli, een bacterie die in de dikke darm thuishoort, veroorzaakt ongeveer 90% van de gevallen van nierbekkenontsteking. De infectie stijgt meestal vanaf de geslachtsdelen via de plasbuis, de blaas en de urineleiders op tot in het nierbekken. Bij iemand met gezonde urinewegen wordt een via de urineleider naar het nierbekken opstijgende infectie meestal voorkomen doordat de organismen bij een urinelozing worden uitgespoeld en doordat de urineleiders bij de uitmonding in de blaas zijn afgesloten. De kans op een nierbekkenontsteking wordt echter vergroot door elke fysieke belemmering van de afvloed van urine, zoals een structurele afwijking, een niersteen of een vergrote prostaat, of doordat de urine vanuit de blaas terugstroomt de urineleiders in (reflux).

Ook kunnen infecties vanuit elk ander lichaamsdeel via de bloedsomloop naar de nieren worden overgebracht. Zo kan een stafylokokkeninfectie van de huid zich via de bloedsomloop naar de nieren verspreiden.

Het risico van nierbekkenontsteking neemt toe bij mensen met een afsluiting van de urineleiders, bij diabetes mellitus of bij een verzwakt immuunsysteem (waardoor het lichaam infecties minder goed kan bestrijden) en bij zwangere vrouwen. Tijdens de zwangerschap drukt de baarmoeder op de urineleiders, waardoor de normale afvloed van urine voor een deel wordt belemmerd. Bij zwangerschap neemt het risico van reflux eveneens toe door het wijder worden van de urineleiders en het minder krachtig samentrekken van de spieren die de urine door de urineleiders naar de blaas stuwen.

Symptomen en complicaties

Symptomen van een nierbekkenontsteking beginnen meestal plotseling met rillingen, koorts, pijn aan beide zijden onder in de rug, misselijkheid en braken.

Ongeveer eenderde van de patiënten met nierbekkenontsteking heeft ook symptomen van blaasontsteking, waaronder frequent en pijnlijk urineren. Eén of beide nieren kunnen vergroot en drukgevoelig zijn, met drukpijn in de flank aan de aangedane kant. Soms zijn de buikspieren strak aangespannen. Irritatie door de infectie of het passeren van een niersteen kunnen krampen van de urineleiders veroorzaken. Als de urineleiders verkrampen, kan de patiënten hevige pijnaanvallen (nierkoliek) krijgen. Bij kinderen verloopt een nierbekkenontsteking vaak onopvallend en zijn de symptomen moeilijker te herkennen (see Symptomen en diagnose).

Bij een langdurige infectie (chronische nierbekkenontsteking) kan de pijn vaag zijn en kan er afwisselend of in het geheel geen koorts optreden. Chronische nierbekkenontsteking ontstaat alleen bij patiënten met een ernstige onderliggende afwijking. Meestal betreft dit het terugstromen van urine vanuit de blaas de urineleiders in (dat het meest voorkomt bij kleine kinderen), maar ook een urinewegafsluiting of blijvende grote nierstenen kunnen een oorzaak van chronische nierbekkenontsteking zijn. In een enkel geval wordt nierbekkenontsteking door tuberculose of een schimmelinfectie veroorzaakt. In zeldzame gevallen kan chronische nierbekkenontsteking uiteindelijk tot ernstige nierbeschadiging leiden.

Diagnostisch onderzoek

Bij symptomen die kenmerkend zijn voor een nierbekkenontsteking worden twee laboratoriumonderzoeken uitgevoerd om te bepalen of het nierbekken ontstoken is: microscopisch onderzoek van een urinemonster en een bacteriekweek in een urinemonster om te bepalen welke bacteriën aanwezig zijn. Ook wordt bloedonderzoek gedaan om na te gaan of het aantal witte bloedcellen verhoogd is of dat het bloed bacteriën bevat.

Aanvullend onderzoek wordt verricht bij mannen (omdat bij hen een nierbekkenontsteking zelden voorkomt), bij patiënten met hevige rugpijn door nierkoliek, bij patiënten die niet binnen 48 uur op behandeling met antibiotica reageren en bij patiënten bij wie kort na beëindiging van een antibioticakuur opnieuw symptomen optreden. Dit aanvullende onderzoek bestaat uit echografisch of röntgenologisch onderzoek om eventuele nierstenen, structurele afwijkingen of andere oorzaken van een urinewegafsluiting op te sporen.

Behandeling

Zodra aan nierbekkenontsteking wordt gedacht en bloed- en urinemonsters zijn afgenomen voor laboratoriumonderzoek, wordt met antibiotica begonnen. De keuze of de dosering van het geneesmiddel kan worden aangepast aan de hand van de uitslagen van het laboratoriumonderzoek, hoe ernstig ziek de patiënt is en of de infectie in het ziekenhuis is opgelopen (waar bacteriën vaker resistent tegen antibiotica zijn).

Een behandeling met oraal toegediende antibiotica gedurende 14 dagen is soms effectief als de patiënt geen last heeft van misselijkheid of braken en geen tekenen van uitdroging vertoont, de pijn met oraal toegediende middelen onder controle kan worden gehouden en er geen sprake is van hoge koorts of rillingen. In alle andere gevallen wordt de patiënt gewoonlijk eerst in het ziekenhuis behandeld. Als opname noodzakelijk is, worden de antibiotica eerst één of twee dagen intraveneus toegediend, waarna meestal kan worden overgegaan op antibiotica die oraal kunnen worden ingenomen.

Een behandeling met antibiotica om te voorkomen dat de infectie terugkeert, duurt meestal twee weken. Bij mannen kan een dergelijke behandeling echter wel zes weken duren, omdat de infectie bij hen meestal hardnekkiger is. Een laatste urinemonster wordt meestal vier tot zes weken na beëindiging van de antibioticakuur afgenomen om te controleren of de infectie is verdwenen.

Een operatie kan nodig zijn als uit onderzoek blijkt dat er omstandigheden zijn die het infectierisico vergroten, zoals een afsluiting, een structurele afwijking of een steen.

Mensen die vaak nierbekkenontsteking hebben of bij wie de infectie na een antibioticakuur terugkeert, krijgen soms het advies als preventieve behandeling dagelijks een antibioticum in een lage dosis te gebruiken. De ideale duur van een dergelijke behandeling is niet bekend, maar de behandeling wordt vaak na een jaar stopgezet. Als de infectie opnieuw terugkeert, kan de behandeling voor onbepaalde tijd worden voortgezet.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Ontsteking van de urineleider (ureteritis)

Next: Introductie

Figures
Tables
Disclaimer