THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Behandeling van psychische aandoeningen

Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt bij de behandeling van psychische aandoeningen. Door een beter inzicht in de oorzaken van een aantal van die aandoeningen kunnen de behandelingen steeds beter worden toegesneden op de kern ervan. Veel psychische aandoeningen kunnen daardoor tegenwoordig bijna net zo succesvol worden behandeld als lichamelijke aandoeningen.

De meeste behandelmethoden voor psychische aandoeningen zijn óf somatisch óf psychotherapeutisch. Tot de somatische behandelingen behoren het toepassen van geneesmiddelen en elektroconvulsietherapie. Tot de psychotherapeutische behandelingen behoren psychotherapie (individuele therapie, groeps-, gezins- en relatietherapie), gedragstherapeutische technieken (zoals ontspanningstraining en systematische desensitisatie) en hypnotherapie. Uit de meeste onderzoeken blijkt dat bij de belangrijkste psychische aandoeningen een gecombineerde aanpak van geneesmiddelen en psychotherapie meer effect heeft dan wanneer één van beide methoden wordt gehanteerd.

Psychiaters zijn niet de enigen die zijn opgeleid om psychische aandoeningen te behandelen. Naast hen zijn ook klinisch psychologen, maatschappelijk werkers, verpleegkundigen en sommige pastoraal werkers werkzaam op dit terrein. Psychiaters zijn echter wel de enigen die geneesmiddelen mogen voorschrijven. Andere werkers in de geestelijke gezondheidszorg houden zich voornamelijk bezig met psychotherapie.

Behandeling met geneesmiddelen

Gedurende de afgelopen veertig jaar zijn er diverse psychoactieve geneesmiddelen ontwikkeld die uitermate effectief zijn en op grote schaal door artsen en psychiaters worden voorgeschreven. Deze geneesmiddelen worden vaak in categorieën ingedeeld die overeenkomen met het soort stoornis waarvoor zij in eerste instantie worden voorgeschreven. Antidepressiva worden bijvoorbeeld gebruikt om een depressieve stoornis te behandelen. Selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's) zijn de nieuwste en meest gebruikte antidepressiva. Andere groepen antidepressiva zijn in ontwikkeling. Antipsychotica, zoals chloorpromazine, haloperidol en tiotixeen, worden voorgeschreven aan mensen met psychotische stoornissen als schizofrenie. Nieuwere antipsychotica, zoals clozapine, risperidon, olanzapine en quetiapine, worden steeds vaker gebruikt omdat ze minder bijwerkingen hebben. Anxiolytica, zoals clonazepam en diazepam, en SSRI's (in feite antidepressiva) worden gebruikt om angststoornissen te behandelen, zoals paniekstoornissen en fobieën. Met stemmingsstabilisatoren, zoals lithium, carbamazepine en valproïnezuur, is redelijk succes geboekt bij mensen met een manisch-depressieve stoornis (bipolaire stoornis).

Elektroconvulsietherapie

Bij elektroconvulsietherapie worden elektroden op het hoofd bevestigd en wordt een reeks stroomstoten aan de hersenen toegediend om epileptische aanvallen op te wekken. Het blijkt telkens weer dat deze therapie de beste behandeling vormt bij ernstige depressies. Veel mensen die met elektroconvulsietherapie worden behandeld, hebben tijdelijk last van geheugenverlies. Elektroconvulsietherapie is, in tegenstelling tot wat er in de media wordt beweerd, volstrekt veilig en veroorzaakt zelden andere complicaties. Dankzij het gebruik van narcose en spierverslappers zijn er veel minder risico's voor de betrokkenen.

Psychotherapeutische behandelingen

In de afgelopen jaren is er grote vooruitgang geboekt op het gebied van psychotherapeutische behandelmethoden. Psychotherapie, soms aangeduid als ‘praattherapie', gaat ervan uit dat iedereen in zichzelf de genezing van zijn eigen lijden kan vinden. Deze genezing kan worden bevorderd door middel van een ondersteunende vertrouwensrelatie met een psychotherapeut. In een sfeer van inleving in de cliëntsituatie en acceptatie is de therapeut vaak in staat de cliënt te helpen om de bron van zijn problemen te vinden en na te denken over de aanpak van die problemen. De emotionele bewustwording en het inzicht verkregen door middel van psychotherapie zorgen vaak voor een verandering in houding en gedrag van de persoon, waardoor hij een rijker en bevredigender leven kan leiden.

Psychotherapie kan bij de behandeling van tal van aandoeningen worden toegepast. Ook mensen die niet aan een psychische stoornis lijden, kunnen met behulp van psychotherapie leren omgaan met problemen op het werk, rouwverwerking of een chronisch ziek gezinslid. Groepstherapie, relatietherapie en gezinstherapie worden eveneens veelvuldig toegepast.

De meeste werkers in de geestelijke gezondheidszorg werken met één van een reeks verschillende typen psychotherapie: psychoanalyse, psychodynamische psychotherapie, cognitieve therapie, gedragstherapie, interpersoonlijke therapie, groepstherapie en gezinstherapie.

Psychoanalyse, de oudste vorm van psychotherapie, werd in de eerste helft van de 20e eeuw door Sigmund Freud ontwikkeld. Bij deze therapie ligt de cliënt op een divan in de praktijk van de therapeut; vier of vijf maal per week probeert hij te zeggen wat in hem opkomt. Dit wordt ‘vrije associatie' genoemd. Er wordt veel moeite gedaan om erachter te komen hoe relatiepatronen uit het verleden zich in het heden herhalen. De cliënt-therapeutrelatie is hierbij zeer belangrijk. Als de persoon leert inzien hoe het verleden het heden beïnvloedt, kan hij beter leren functioneren in zijn relaties en op het werk.

Bij psychodynamische psychotherapie ligt de nadruk, net als bij psychoanalyse, op het herkennen van onbewuste patronen in huidige gedachten, gevoelens en gedrag. Bij deze vorm van therapie zit de cliënt meestal in plaats van te liggen en zijn er maar één tot drie sessies per week. Ook wordt er minder nadruk gelegd op de cliënt-therapeutrelatie.

Door middel van cognitieve therapie leren mensen vervormingen in hun denken zien en begrijpen ze hoe er door deze vervormingen problemen in hun leven ontstaan. De vooronderstelling hierbij is dat gevoel en gedrag van mensen worden bepaald door de manier waarop ze ervaringen interpreteren. Ze leren welke overtuigingen en veronderstellingen er aan hun denken ten grondslag liggen en ze gaan daardoor anders denken over hun ervaringen. Hierdoor komt er verbetering in hun symptomen, gedrag en gevoelens.

Gedragstherapie lijkt op cognitieve therapie. Soms wordt er een combinatie van beide gebruikt, de zogenoemde ‘cognitieve gedragstherapie'. De theorie achter de gedragstherapie is de leertheorie: abnormaal gedrag is te wijten aan fout aanleren. Bij gedragstherapie wordt geprobeerd tijdens een aantal sessies de cliënt te helpen onaangepast gedrag af te leren en beter aangepast gedrag aan te leren. Systematische desensitisatie is een voorbeeld van gedragstherapie (see AngststoornissenSidebar).

Interpersoonlijke therapie werd in eerste instantie ontwikkeld als een korte psychologische behandeling voor depressie en is bedoeld om de kwaliteit van de relaties van een depressieve persoon te verbeteren. De therapie richt zich op onverwerkt verdriet, op conflicten die ontstaan wanneer mensen een rol vervullen die afwijkt van hun verwachtingen (zoals wanneer een vrouw een relatie aangaat met het idee huisvrouw te worden, maar dan merkt dat ze ook de kostwinner moet zijn voor het gezin), op de overgang van de ene sociale rol naar de andere (zoals wanneer iemand met pensioen gaat) en op communicatieproblemen. De therapeut leert de cliënt om aspecten van zijn interpersoonlijke relaties te verbeteren: bijvoorbeeld hoe hij uit een sociaal isolement kan raken en hoe hij op een minder stereotiepe manier kan reageren op andere mensen.

Hypnose en hypnotherapie

Hypnose en hypnotherapie worden vaak toegepast bij pijnbeheersing en bij de behandeling van lichamelijke aandoeningen met een psychische component. Bij hypnose wordt alleen een trance of een veranderde staat van bewustzijn opgewekt, terwijl hypnotherapie een psychotherapeutische interventie is, gecombineerd met een hypnotische staat van bewustzijn. Door deze technieken kunnen mensen zich ontspannen, waardoor ze minder angstig en gespannen zijn. Zo kunnen mensen met kanker baat hebben bij hypnose en hypnotherapie. Ze lijden immers niet alleen pijn, maar worden ook geconfronteerd met angst en depressie.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Classificatie en diagnose van psychische aandoeningen

Next: Introductie

Figures
Tables
Disclaimer