THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Effecten van veroudering

Omdat in het spijsverteringsstelsel vele reserves zijn ingebouwd, heeft veroudering, in vergelijking met de effecten op andere orgaanstelsels, weinig effect op het functioneren ervan. Toch speelt veroudering bij verschillende stoornissen van het spijsverteringsstelsel een rol. Vooral ouderen lopen een groter risico op diverticulose (uitstulpinkjes van de dikke darm) en spijsverteringsstoornissen (zoals obstipatie) als bijwerking van het gebruik van bepaalde geneesmiddelen.

Slokdarm: met de leeftijd neemt de kracht van de slokdarmconstricties en de spanning in de bovenste slokdarmsfincter af, maar de verplaatsing van voedsel wordt door deze veranderingen niet verstoord. Bij veel ouderen is de kans echter groot dat ze last krijgen van aandoeningen die het samentrekken van de slokdarm belemmeren.

Maag: met de leeftijd wordt het maagslijmvlies gevoeliger voor beschadiging, waardoor het risico van maagzweren toeneemt, vooral bij mensen die acetylsalicylzuur (aspirine) en andere niet-steroïde ontstekingsremmers (NSAID's) slikken. Met het stijgen van de leeftijd kan de maag (door verminderde elasticiteit) ook minder voedsel bevatten en daalt de snelheid waarmee de maag zich in de dunne darm ledigt. Deze veranderingen veroorzaken echter over het algemeen geen merkbare symptomen. Veroudering heeft weinig effect op de afgifte van maagsappen als zuur en pepsine, maar aandoeningen die de maagzuurafscheiding verminderen (zoals atrofische gastritis) komen vaker voor.

Dunne darm: omdat veroudering slechts een gering effect heeft op de structuur van de dunne darm, verandert de verplaatsing van de inhoud door de dunne darm en de opname van de meeste voedingsstoffen weinig. De vorming en afscheiding van het enzym lactase daalt echter, wat bij veel ouderen tot intolerantie voor zuivelproducten leidt (lactose-intolerantie). Met het stijgen van de leeftijd komt overmatige groei van bepaalde bacteriën meer voor en dit kan tot gewichtsverlies leiden. Overmatige bacteriegroei kan leiden tot verminderde opname van bepaalde voedingsstoffen, zoals foliumzuur, ijzer en calcium.

Alvleesklier, lever en galblaas: met de leeftijd neemt het totale gewicht van de alvleesklier af en wordt een deel van het weefsel vervangen door littekenweefsel (fibrose). Door deze veranderingen neemt het vermogen van de alvleesklier om verteringsenzymen en natriumbicarbonaat te produceren echter niet af. Bij de veroudering van lever en galblaas treden er een aantal structurele en microscopisch waarneembare veranderingen op. (see De gevolgen van ouder worden)

Dikke darm en endeldarm: de dikke darm ondergaat bij veroudering weinig veranderingen. De endeldarm wordt iets groter. Obstipatie komt vaker voor. Dit kan gedeeltelijk worden veroorzaakt doordat de maaginhoud iets langzamer door de dikke darm wordt bewogen en de contracties van de endeldarm enigszins afnemen wanneer deze is gevuld met ontlasting.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Endeldarm en anus

Next: Introductie

Figures
Tables
Disclaimer