THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Coeliakie

Coeliakie (niet-tropische spruw, glutenovergevoeligheid) is een erfelijke intolerantie voor gluten, een eiwit dat in tarwe‑, gerst- en haverproducten wordt aangetroffen. Dit eiwit veroorzaakt kenmerkende veranderingen in het slijmvlies van de dunne darm, wat tot malabsorptie leidt.

Coeliakie komt in Nederland, Italië en Zuidwest- Ierland bij maar liefst 1 op de 300 mensen voor, maar is bijzonder zeldzaam in Afrika, Japan en China. Er is sprake van een genetische component; ongeveer 10% van de patiënten met coeliakie heeft een naast familielid dat de ziekte ook heeft. Bij deze ziekte vermoedt men dat gluten, een eiwit dat in tarwe en (in mindere mate) in gerst, rogge en haver wordt aangetroffen, de productie van bepaalde antilichamen stimuleert. Deze antilichamen beschadigen de binnenwand van de dunne darm, wat tot afplatting van de villi leidt. Het gladde oppervlak dat hierdoor ontstaat, leidt tot malabsorptie van voedingsstoffen. Wanneer de betreffende persoon geen voedsel met gluten meer eet, keert het ‘borstelachtige' oppervlak terug en wordt de normale darmfunctie hersteld.

Symptomen

Sommige mensen krijgen reeds als kind symptomen, anderen pas als ze volwassen zijn. De ernst van de symptomen is afhankelijk van de mate waarin de dunne darm is aangetast.

Volwassenen met de klassieke of typische vorm van de ziekte hebben last van diarree, ondervoeding en gewichtsverlies. Sommige mensen vertonen echter in het geheel geen spijsverteringsymptomen. Ongeveer 10% van de mensen met coeliakie krijgen pijnlijke, jeukende huiduitslag met kleine blaasjes, een aandoening die ‘dermatitis herpetiformis' wordt genoemd (see Dermatitis herpetiformis).

Bij kinderen treden pas symptomen op wanneer voor het eerst voedingsmiddelen met gluten worden geconsumeerd. Sommige kinderen krijgen slechts lichte maagklachten, terwijl anderen last krijgen van een pijnlijk opgezette buik en lichtgekleurde, ongebruikelijk stinkende, volumineuze ontlasting (steatorrhoea).

De tekorten aan voedingsstoffen die het gevolg zijn van de malabsorptie bij coeliakie kunnen bijkomende symptomen veroorzaken, die bij kinderen meestal meer op de voorgrond treden. Sommige kinderen krijgen groeiafwijkingen, zoals achtergebleven lengtegroei. Als gevolg van ijzergebrek ontstaat bloedarmoede, wat vermoeidheid en zwakte veroorzaakt. Een lage eiwitspiegel kan leiden tot vochtophoping en weefselzwelling (oedeem). Malabsorptie van vitamine B12 kan leiden tot zenuwbeschadiging, wat tintelingen in de armen en de benen veroorzaakt. Een slechte calciumopname leidt tot abnormale botgroei, een hoger risico van botbreuken en pijnlijke botten en gewrichten. Calciumgebrek kan tevens tandverkleuring veroorzaken en tot een hoger risico van pijnlijk tandbederf leiden. Bij meisjes met coeliakie kan de menstruatie soms achterwege blijven als gevolg van een lage productie van hormonen als oestrogeen.

Diagnose

De aandoening wordt vermoed wanneer iemand de genoemde symptomen heeft. Een nieuw en zinvol onderzoek bestaat uit het meten van de concentratie van specifieke antilichamen die worden geproduceerd wanneer iemand met coeliakie gluten consumeert. De diagnose wordt bevestigd door eerst een biopt (weefselmonster) microscopisch te onderzoeken, waaruit blijkt dat de villi van de dunne darm zijn afgevlakt. Vervolgens blijkt dat het slijmvlies zich herstelt nadat de patiënt is gestopt met het eten van glutenbevattend voedsel.

Behandeling en prognose

Patiënten met coeliakie moeten alle gluten uit hun dieet verwijderen, aangezien het eten van zelfs kleine hoeveelheden al symptomen kan veroorzaken. Meestal wordt snel op een glutenvrij dieet gereageerd. Wanneer gluten worden vermeden, krijgt de dunne darm weer een borstelachtig oppervlak en wordt de normale opnamefunctie hersteld. Gluten komt zo algemeen voor in voedingsproducten dat mensen met coeliakie een gedetailleerde lijst van te vermijden voedingsmiddelen nodig hebben en behoefte hebben aan deskundig advies van een diëtist(e). Gluten worden bijvoorbeeld aangetroffen in kant-en-klare soepen, sauzen, ijs en hotdogs.

Sommige mensen blijven symptomen vertonen, zelfs wanneer het gebruik van gluten wordt vermeden. In dergelijke gevallen was de diagnose onjuist of is de ziekte verergerd tot een aandoening met de naam ‘refractaire coeliakie'. Bij refractaire coeliakie kan behandeling met corticosteroïden als prednison helpen. In zeldzame gevallen, als iemand niet op een glutenvrij dieet of behandeling met geneesmiddelen reageert, is intraveneuze voeding noodzakelijk. Soms zijn kinderen ernstig ziek wanneer de diagnose voor het eerst wordt gesteld en is een periode van intraveneuze voeding nodig voordat ze met een glutenvrij dieet kunnen beginnen.

Hoewel de meeste mensen geen problemen hebben als ze gluten vermijden, kan chronische coeliakie fatale gevolgen hebben bij een klein percentage mensen die een darmlymfoom ontwikkelen. Het is niet bekend of het strikt volgen van een glutenvrij dieet het risico van langetermijncomplicaties als darmtumoren of lymfoom vermindert.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Lactose-intolerantie

Next: Tropische spruw

Figures
Tables
Disclaimer