THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Acute pancreatitis

Acute pancreatitis is een plotselinge ontsteking van de alvleesklier, die kan variëren van licht tot levensbedreigend, maar die meestal vanzelf verdwijnt.

Galstenen en alcoholmisbruik zijn verantwoordelijk voor bijna 80% van de ziekenhuisopnamen voor acute pancreatitis. Acute pancreatitis door galstenen komt anderhalf maal vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Onder normale omstandigheden scheidt de alvleesklier via de alvleesklierbuis (ductus pancreaticus) alvleeskliersap af naar de twaalfvingerige darm. Dit sap bevat verteringsenzymen in hun inactieve vorm en remmers die de enzymen remmen die op weg naar de twaalfvingerige darm mogelijk worden geactiveerd. Afsluiting van de alvleesklierbuis door een galsteen die vast is komen te zitten in de sfincter van Oddi brengt de stroom alvleeskliersap tot stilstand. Gewoonlijk is een dergelijke afsluiting tijdelijk en veroorzaakt deze slechts beperkte beschadiging, die snel herstelt. Als de afsluiting echter voortduurt, hoopt zich in de alvleesklier geactiveerd enzym op dat niet meer door de remmers kan worden onderdrukt. Deze enzymen beginnen de cellen van de alvleesklier te verteren, waardoor een ernstige ontsteking ontstaat.

Al bij consumptie van slechts 60 gram alcohol per dag (een halve fles wijn, vier biertjes of 150 centiliter sterke drank) gedurende meerdere jaren kunnen de kleine buisjes in de alvleesklier, die uitmonden in de alvleesklierbuis, verstopt raken, waardoor uiteindelijk acute pancreatitis zal optreden. Een aanval van pancreatitis kan optreden na het drinken van een ongebruikelijk grote hoeveelheid alcohol of na een zware maaltijd. Er zijn ook veel andere aandoeningen die acute pancreatitis kunnen veroorzaken.

Veel geneesmiddelen kunnen de alvleesklier irriteren. Meestal verdwijnt de ontsteking wanneer met de geneesmiddelen wordt gestopt. Ook virussen kunnen pancreatitis veroorzaken, die meestal van korte duur is.

illustrative-material.sidebar 1

Oorzaken van acute pancreatitis

  • galstenen
  • alcoholisme
  • geneesmiddelen als furosemide en azathioprine
  • oestrogeengebruik in samenhang met een hoge lipidenconcentratie
  • hyperparathyreoïdie en een hoge calciumconcentratie in het bloed
  • bof
  • hoge lipidenconcentratie (vooral triglyceriden) in het bloed
  • beschadiging van de alvleesklier door een operatie of endoscopie
  • beschadiging van de alvleesklier door een bot of penetrerend voorwerp
  • alvleesklierkanker
  • verminderde bloedtoevoer naar de alvleesklier, bijvoorbeeld door een bijzonder lage bloeddruk
  • erfelijke pancreatitis
  • niertransplantatie

Symptomen

Vrijwel iedere patiënt met acute pancreatitis heeft last van ernstige pijn midden in de buik, onder het borstbeen (sternum). De pijn straalt vaak uit naar de rug. In zeldzame gevallen treedt eerst pijn in de onderbuik op. Wanneer acute pancreatitis door galstenen wordt veroorzaakt, begint de pijn meestal plotseling en is deze binnen enkele minuten maximaal. De pijn blijft daarna ernstig, heeft de neiging naar andere plaatsen uit te stralen en kan dagen aanhouden.

Hoesten, krachtige bewegingen en diepe ademhaling kunnen de pijn verergeren, terwijl rechtop zitten en voorover leunen enige verlichting kan geven. De patiënt is meestal misselijk en moet braken, soms tot een stadium waarin de braakbewegingen zinloos zijn en de patiënt kokhalst zonder braaksel te produceren. Vaak geeft zelfs een grote dosis geïnjecteerd opioïd als pijnstiller geen volledige verlichting van de pijn.

Vooral bij acute pancreatitis door alcoholmisbruik ondervinden sommige mensen helemaal geen symptomen, behalve matige pijn. Anderen voelen zich ernstig ziek. Ze zien er erg ziek en zweterig uit, hebben een snelle polsslag (100 tot 140 slagen per minuut) en een snelle, ondiepe ademhaling. De snelle ademhaling kan het gevolg zijn van longontsteking, ingeklapt longweefsel (atelectase (see Atelectase)) of vochtophoping in de borstholte (pleura-effusie (see Pleura-effusie)). Deze aandoeningen verminderen de hoeveelheid longweefsel die beschikbaar is voor de overdracht van zuurstof van de lucht naar het bloed.

In het begin kan de lichaamstemperatuur normaal zijn, maar deze loopt binnen een paar uur op tot rond de 38 °C. De bloeddruk kan hoog of laag zijn, maar deze daalt meestal wanneer iemand gaat staan, wat tot flauwte leidt. Naarmate de acute pancreatitis voortschrijdt, zijn patiënten zich steeds minder bewust van hun omgeving. Soms zijn ze nauwelijks bij bewustzijn. Ook kleurt het wit van de ogen (sclera) soms geel (meestal als galstenen de oorzaak zijn).

Complicaties

Beschadiging van de alvleesklier kan tot gevolg hebben dat geactiveerde enzymen en toxinen, zoals cytokinen (see Cytokinen), weglekken en in de buikholte terechtkomen. In de buikholte veroorzaken ze irritatie en ontsteking van het buikvlies (peritonitis) of van andere organen. Geactiveerde enzymen en cytokinen kunnen vanuit de buikholte in de lymfevaten en uiteindelijk in de bloedbaan worden opgenomen, wat kan leiden tot een lage bloeddruk en beschadiging van organen buiten de buikholte, zoals de longen. Het deel van de alvleesklier waar hormonen, in het bijzonder insuline, worden aangemaakt, loopt weinig kans beschadigd of negatief beïnvloed te raken. Eén op de vijf mensen met acute pancreatitis heeft last van zwelling in de bovenbuik. Dit is een gevolg van het feit dat de maag- en darminhoud niet meer worden voortgeduwd (een verschijnsel dat wordt aangeduid als ‘ileus' (see Ileus)) of omdat de ontstoken alvleesklier vergroot is en de maag naar voren duwt. Er kan zich ook vocht in de buikholte ophopen (een aandoening met de naam ‘ascites'). (see Ascites)

Bij ernstige acute pancreatitis (necrotiserende pancreatitis) kan bloed en alvleeskliersap in de buikholte terechtkomen, waardoor het bloedvolume afneemt en een sterke bloeddrukdaling optreedt, wat tot shock (see Introductie) kan leiden. Ernstige acute pancreatitis is levensbedreigend.

Infectie van een ontstoken alvleesklier vormt een risico, in het bijzonder na de eerste ziekteweek. Soms veronderstelt de arts een infectie omdat de toestand van de patiënt verslechtert, de patiënt koorts krijgt en een hoog aantal witte bloedcellen heeft, terwijl andere symptomen aanvankelijk waren afgenomen. De diagnose wordt gesteld door bloedmonsters te kweken (waardoor grote aantallen bacteriën ontstaan) om vast te stellen welke bacteriën de infectie veroorzaken. Ook wordt een CT-scan gemaakt. De arts kan mogelijk een monster van geïnfecteerd materiaal nemen door een naald via de huid in de alvleesklier te brengen. Een infectie wordt behandeld met antibiotica en meestal is operatieve verwijdering van geïnfecteerd en dood weefsel noodzakelijk.

Soms ontstaat een ophoping van alvleesklierenzymen, vocht en weefselafval in de alvleesklier. Daardoor zet de alvleesklier uit als een ballon en lijkt op een cyste (een pseudo-cyste), hoewel deze niet de gebruikelijke bekleding heeft van andere soorten cysten. Als een pseudo-cyste groter wordt en pijn of andere symptomen veroorzaakt, wordt deze snel door de arts gedraineerd, omdat de patiënt kan overlijden als de pseudo-cyste verder uitzet, geïnfecteerd raakt, bloedt of scheurt. Afhankelijk van waar de pseudo-cyste zich bevindt, wordt deze gedraineerd door operatief ingrijpen of door het inbrengen van een katheter via de huid. Ook kan worden gebruikgemaakt van een endoscoop (een buigzame kijkbuis) die via de mond in de maag of darm wordt ingebracht, waardoor de pseudo-cyste gedurende enkele weken kan worden gedraineerd.

Diagnose

De kenmerkende pijn in de buik zet de arts op het spoor van een mogelijk acute pancreatitis, in het bijzonder bij een patiënt met een galblaasaandoening of bij een alcoholist. Bij het lichamelijk onderzoek blijkt vaak dat de spieren van de buikwand gespannen zijn. Bij onderzoek van de buikholte met een stethoscoop is het mogelijk dat slechts weinig of geen darmgeluiden worden gehoord.

Er bestaat geen specifiek bloedonderzoek dat de diagnose ‘acute pancreatitis' kan bevestigen, maar bepaalde onderzoeken kunnen de diagnose ondersteunen. Op de eerste dag van de ziekte nemen de bloedspiegels van twee alvleesklierenzymen, amylase en lipase, gewoonlijk toe om binnen drie tot zeven dagen weer naar normale waarden te dalen. Als de patiënt echter eerdere opflakkeringen (aanvallen) van pancreatitis heeft gehad, kan het gehalte aan deze enzymen niet stijgen, omdat er mogelijk zoveel van de pancreas is vernietigd dat er nog maar weinig cellen over zijn om de enzymen af te geven. Het aantal witte bloedcellen is vaak verhoogd.

Een röntgenopname van de buik kan wijzen op uitgezette darmlissen of, in zeldzame gevallen, één of meer galstenen. Op röntgenopnamen van de borstkas kunnen gebieden met ingeklapt longweefsel of vochtophoping in de borstholte zichtbaar zijn. Echoscopie kan galstenen in de galblaas en soms in de galbuis zichtbaar maken. Ook kan zwelling van de alvleesklier worden waargenomen.

Een CT-scan kan bijzonder zinvol zijn om veranderingen in de grootte van de alvleesklier vast te stellen en wordt toegepast bij mensen met ernstige acute pancreatitis en bij mensen met complicaties, zoals een extreem lage bloeddruk. Omdat CT zulke duidelijke beelden oplevert, is de arts in staat een nauwkeurige diagnose te stellen.

Prognose

Bij ernstige, acute pancreatitis kan een CT-scan helpen bij het bepalen van de prognose. Als de scan slechts een lichte zwelling van de alvleesklier aangeeft, is de prognose uitstekend. Als er grote delen van de alvleesklier verloren zijn gegaan, zijn de vooruitzichten slecht.

Wanneer de acute pancreatitis licht van ernst is, overlijdt ongeveer 5% van de patiënten aan de aandoening. Bij pancreatitis met ernstige schade en bloedingen of wanneer de ontsteking zich niet tot de alvleesklier beperkt, overlijdt maar liefst 10 tot 50% van de patiënten. Overlijden tijdens de eerste paar dagen van acute pancreatitis wordt meestal veroorzaakt door hart‑, long- of nierfalen. Overlijden na de eerste week wordt meestal veroorzaakt door infectie van de alvleesklier of door een pseudo-cyste die bloedt of scheurt.

Behandeling

Behandeling van lichte pancreatitis, vooral wanneer vaak opflakkeringen optreden, omvat meestal het gebruik van analgetica om de pijn te bestrijden en het drinken van alleen heldere vloeistoffen. Meestal kan zonder verdere behandeling na twee tot drie dagen weer normaal worden gegeten.

Bij matige tot ernstige pancreatitis is meestal opname in het ziekenhuis nodig. Alle patiënten met matige tot ernstige acute pancreatitis mogen aanvankelijk niet eten en drinken, omdat dit de alvleesklier tot enzymproductie aanzet. Als symptomen als pijn en misselijkheid snel verdwijnen en geen complicaties als ileus ontstaan, kunnen voedsel en vloeistoffen via een slang worden toegediend (sondevoeding). Als de symptomen echter niet snel afnemen of als er wel complicaties optreden, worden intraveneus vloeistoffen toegediend om uitdroging en lage bloeddruk te voorkomen. Deze aandoeningen zouden de pancreatitis namelijk kunnen verergeren.

Patiënten met ernstige acute pancreatitis worden over het algemeen opgenomen op een intensivecareafdeling, waar de vitale functies (pols, bloeddruk en ademhalingsfrequentie) en urineproductie continu kunnen worden gecontroleerd. Er worden herhaaldelijk bloedmonsters genomen om de verschillende bloedbestanddelen te controleren, waaronder hematocriet, bloedglucosespiegel, elektrolytconcentratie, het aantal witte bloedcellen en de concentratie amylase en lipase. Via de neus kan een slang in de maag worden gebracht waarlangs lucht en vloeistof worden verwijderd, vooral als misselijkheid en braakneigingen aanhouden en er sprake is van gastro-intestinale ileus.

Bij mensen met een verlaagde bloeddruk of patiënten in shocktoestand wordt het bloedvolume nauwkeurig op peil gehouden met intraveneuze vloeistoffen en wordt de hartfunctie nauwlettend gecontroleerd. Sommige patiënten hebben extra zuurstof nodig en mensen die het ernstigst ziek zijn, moeten worden beademd. Hevige pijn wordt meestal met opioïden behandeld.

Soms wordt tijdens de eerste dagen van ernstige acute pancreatitis operatief ingegrepen. Een kijkoperatie kan worden uitgevoerd om een onzekere diagnose op te helderen of om pancreatitis als gevolg van letsel te verlichten. Wanneer de gezondheidstoestand van de patiënt gedurende de eerste week verslechtert, wordt soms geïnfecteerd of dood alvleesklierweefsel operatief verwijderd.

Wanneer acute pancreatitis een gevolg is van galstenen, is de behandeling afhankelijk van de ernst. Bij lichte pancreatitis kan verwijdering van de galblaas doorgaans worden uitgesteld totdat de symptomen verminderen. Ernstige pancreatitis die door galstenen wordt veroorzaakt, kan worden behandeld met endoscopische retrograde cholangiopancreatografie (ERCP) (see Beeldvormend onderzoek) of met een operatie. Hoewel meer dan 80% van de mensen met door galstenen veroorzaakte pancreatitis de stenen spontaan uitscheidt, is bij mensen van wie de toestand 24 uur na ziekenhuisopname niet is verbeterd meestal ERCP met verwijdering van de steen noodzakelijk. De operatie bestaat uit het wegnemen van de galblaas en schoonmaken van de galwegen. Bij een ouder iemand met een andere aandoening, bijvoorbeeld hartproblemen, wordt vaak in eerste instantie endoscopie toegepast, maar als deze behandeling geen resultaat heeft, is een operatie noodzakelijk.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Chronische pancreatitis

Figures
Tables
Disclaimer