THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Abnormale voortstuwing van voedsel

De verplaatsing van voedsel van de mond naar de maag vereist een normale en gecoördineerde werking van de mond en de keel, voortstuwingsgolven (peristaltiek) van de slokdarm en ontspanning van de sfincters. Een probleem met één van deze functies kan leiden tot slikproblemen (dysfagie), oprispingen, overgeven of aspiratie (in de luchtwegen zuigen) van voedsel.

Voortstuwingsstoornissen van de keel

Voortstuwingsstoornissen van de keel kunnen ertoe leiden dat het voedsel moeilijk van het bovenste deel van de keel naar de slokdarm kan worden bewogen. Dergelijke problemen komen het meest voor bij mensen die aandoeningen hebben van de keelspieren of de zenuwen die deze spieren prikkelen. De meest voorkomende oorzaak is een herseninfarct. Dermatomyositis, sclerodermie, myasthenia gravis, spierdystrofie, polio, pseudo-bulbaire paralyse, de ziekte van Parkinson en amyotrofische laterale sclerose (ALS, ziekte van Charcot) kunnen allemaal de keelspieren of keelzenuwen aantasten. Slikproblemen kunnen ook het gevolg zijn van het gebruik van fenothiazine (een antipsychoticum), omdat dit geneesmiddel de normale werking van de keelspieren kan belemmeren. Iemand met een voortstuwingsstoornis van de keel rispt vaak voedsel op (regurgitatie) via de achterzijde van de neusholte of ademt het voedsel de luchtpijp (trachea) in en moet dan hoesten.

Bij een cricofaryngeale coördinatiestoornis (verslikken) blijft de onderste slokdarmsfincter (musculus cricopharyngeus; deel van deze sfincter) gesloten of opent deze zich op ongecoördineerde wijze. Als gevolg van een abnormaal functionerende sfincter kan regelmatig voedsel in de luchtpijp en de longen terechtkomen, waardoor terugkerende longinfecties en uiteindelijk een chronische longaandoening kunnen ontstaan. Een chirurg kan de sfincter doorsnijden zodat deze permanent ontspannen is. Zonder behandeling kan deze aandoening leiden tot de vorming van een divertikel, een uitstulping van het slokdarmoppervlak doordat dit zich naar buiten en achterwaarts door de bovenste slokdarmsfincter drukt.

Slokdarmspasme

Spasme van de slokdarm (muizenstaartslokdarm, kurkentrekkerslokdarm) is een stoornis in de voortstuwende beweging (peristaltiek) van de slokdarm die door een afwijkende zenuwgeleiding wordt veroorzaakt.

Bij deze aandoening worden de normale voortstuwende samentrekkingen die het voedsel door de slokdarm voeren regelmatig afgewisseld door niet-voortstuwende samentrekkingen. Daarnaast verloopt bij 30% van de patiënten met deze aandoening de opening en sluiting van de onderste slokdarmsfincter abnormaal.

Symptomen

Spierspasmen langs de gehele slokdarm voelen doorgaans aan als pijn op de borst onder het borstbeen. Ze gaan gepaard met problemen bij het slikken van vloeistoffen (vooral zeer warme of koude vloeistoffen) of vaste stoffen. De pijn doet zich ook 's nachts voor en is ernstig genoeg om iemand te doen ontwaken. Spasmen van de slokdarm kunnen ook zeer pijnlijk zijn zonder vergezeld te gaan met slikstoornissen. Deze pijn wordt vaak waargenomen als een drukkende pijn onder het borstbeen en treedt op bij lichamelijke inspanning. Dit maakt het voor een arts moeilijk de pijn te onderscheiden van angina pectoris (pijn op de borst als gevolg van een hartaandoening). Na verloop van jaren kan de stoornis overgaan in achalasie, een aandoening waarbij de ritmische samentrekkingen van de slokdarm sterk afnemen.

Diagnose

Door röntgenonderzoek uit te voeren terwijl de patiënt bariumpap inneemt, kan mogelijk worden waargenomen dat voedsel niet normaal door de slokdarm beweegt en de samentrekkingen van de slokdarm ongecoördineerd zijn en het voedsel niet voortduwen. Scintigrafie van de slokdarm (beeldvorming waarbij de weg van het voedsel wordt gevolgd met behulp van een zeer kleine hoeveelheid radioactieve speurstof) wordt toegepast om abnormale voortgang van het voedsel door de slokdarm te meten. Drukmetingen via manometrie (een onderzoek waarbij een in de slokdarm ingebrachte slang de samentrekkingsdruk meet (see Manometrie)) maken de meest nauwkeurige en gedetailleerde analyse van de spasmen mogelijk. Als deze onderzoeken geen duidelijke conclusie opleveren, kan door een arts manometrie worden uitgevoerd nadat de patiënt een maaltijd heeft gegeten of het geneesmiddel edrofonium heeft ingenomen om de pijnlijke spasmen op te wekken.

Behandeling

Slokdarmspasme is vaak moeilijk te behandelen. De symptomen kunnen worden verlicht met nitroglycerine, langwerkende nitraten of met calciumantagonisten, bijvoorbeeld nifedipine. Deze middelen ontspannen de spieren van de slokdarm. Soms zijn zware pijnstillers noodzakelijk. In veel gevallen wordt een vernauwing behandeld door een ballon in de slokdarm op te blazen of door opreksondes (steeds grotere dilatatoren) in te brengen om de slokdarm te verwijden. In zeldzame gevallen dient de spierlaag over de lengte van de slokdarm chirurgisch te worden doorgenomen als andere, minder radicale behandelmethoden niet effectief zijn.

Achalasie

Achalasie (cardiospasme, aperistaltiek van de slokdarm, vergrote slokdarm) is een stoornis waarbij de ritmische samentrekkingen van de slokdarm sterk zijn afgenomen en de onderste slokdarmsfincter zich niet normaal ontspant.

Achalasie is het gevolg van een defect in de zenuwen die de ritmische samentrekkingen van de slokdarm regelen. De oorzaak van de zenuwstoornis is niet bekend.

Symptomen

Achalasie kan op elke leeftijd voorkomen, maar begint doorgaans vrijwel onopgemerkt tussen de leeftijd van 20 tot 60 jaar en verergert in de loop van vele maanden of jaren. Door de strakke onderste slokdarmsfincter neemt het erboven gelegen deel van de slokdarm enorm in omvang toe. Deze vergroting speelt bij veel van de symptomen een rol. Het belangrijkste symptoom is problemen met het doorslikken van zowel vast voedsel als vloeistoffen. Andere symptomen zijn onder meer pijn op de borst, het teruglopen van de neutrale, niet-zure inhoud van de vergrote slokdarm en 's nachts hoesten. Hoewel minder gebruikelijk, kan de pijn op de borst ook optreden tijdens slikken of zonder aanwijsbare reden. Bij ongeveer eenderde van de patiënten met achalasie vloeit tijdens hun slaap onverteerd voedsel terug. Het voedsel kan door inademing (aspiratie) in de longen terechtkomen, waardoor hoesten, longabcessen, infectie van de luchtwegen, bronchiëctasie of aspiratiepneumonie kunnen optreden.

Diagnose

Door röntgenonderzoek uit te voeren terwijl de patiënt bariumpap inneemt, kan het ontbreken van peristaltiek worden aangetoond. De slokdarm is verwijd (meestal slechts matig, maar soms tot enorme proporties), maar is nauw ter plaatse van de onderste slokdarmsfincter.

Oesofagoscopie (onderzoek van de slokdarm via een buigzame kijkbuis) (see Endoscopie) laat verwijding zien, maar geen duidelijk afsluiting. De arts voert een biopsie uit (afname van weefselmonsters voor microscopisch onderzoek) om er zeker van te zijn dat de symptomen niet het gevolg zijn van kanker in het onderste deel van de slokdarm.

Behandeling

De behandeling heeft tot doel de symptomen te verlichten door de onderste slokdarmsfincter gemakkelijker te laten openen. De noodzaak van dilatatie kan worden uitgesteld met behulp van nitraten (bijvoorbeeld nitroglycerine dat voor de maaltijd onder de tong wordt geplaatst) of calciumantagonisten (bijvoorbeeld nifedipine) die bijdragen aan ontspanning van de sfincter.

Dilatatie maakt de sfincter mechanisch wijder, bijvoorbeeld door in de slokdarm een ballon te vullen. Deze ingreep helpt in ongeveer 70% van de gevallen, maar het kan zijn dat de dilatatie moet worden herhaald. Bij minder dan 5% van de patiënten met achalasie scheurt de slokdarm tijdens de dilatatieprocedure. Een scheur in de slokdarm leidt tot ontsteking van het omringende weefsel (mediastinitis) en in zeldzame gevallen is dit dodelijk als geen juiste behandeling plaatsvindt. De scheur in de slokdarmwand dient onmiddellijk operatief te worden hersteld.

De arts kan ook, als alternatief voor mechanische dilatatie, botulinetoxine in de onderste slokdarmsfincter injecteren. Deze nieuwere behandeling is even effectief als mechanische dilatatie met ballonnen. Tot nu toe lijkt deze methode bij oudere mensen langduriger verlichting van symptomen te geven dan bij jongere mensen, maar de effecten op lange termijn zijn nog niet volledig bekend.

Als dilatatie of botulinetoxine niet helpt, wordt meestal operatief ingegrepen en worden de spiervezels van de onderste slokdarmsfincter doorgesneden (myotomie). De operatie kan worden uitgevoerd met behulp van laparoscopie (see Laparoscopie). Deze operatie is in ongeveer 85% van de gevallen succesvol. Hoewel tijdens dezelfde operatie meestal een ingreep wordt uitgevoerd om terugvloeien van maagzuur (gastro-oesofageale reflux) te voorkomen, treedt dit bij ongeveer 15% van de mensen na de operatie af en toe nog steeds op.

Uitstulpingen van de slokdarm

Uitstulpingen van de slokdarm (divertikels) bestaan uit ongewone zakjes die uit de slokdarm puilen en in zeldzame gevallen tot slikstoornissen leiden.

Er zijn drie soorten uitstulpingen van de slokdarm: uitstulpingen van de keelwand bij de overgang naar de slokdarm (divertikel van Zenker), uitstulpingen halverwege de slokdarm (tractiedivertikel) en uitstulpingen vlak boven het middenrif (epifrenale divertikel). Elk van deze uitstulpingen heeft een kenmerkende oorzaak, maar ze houden waarschijnlijk allemaal verband met ongecoördineerd slikken en spierontspanning, zoals het geval is bij aandoeningen als oesofageaal spasme en achalasie.

Een grote uitstulping kan zich vullen met voedsel dat terugvloeit wanneer de betreffende persoon voorover buigt of gaat liggen. Dit kan tot gevolg hebben dat tijdens de slaap door inademing voedsel in de longen terechtkomt, wat tot aspiratiepneumonie kan leiden. In zeldzame gevallen wordt de zakvormige uitstulping groter en bemoeilijkt dit het slikken.

Voor diagnose van een uitstulping wordt een röntgenvideo of röntgenfilm gebruikt (een bewegende röntgenopname terwijl iemand barium doorslikt).

Behandeling is meestal niet nodig. Als de symptomen echter ernstig zijn, kan de uitstulping operatief worden verwijderd. Wanneer sprake is van slokdarmspasmen of achalasie, kan behandeling van de strakke sfincter noodzakelijk zijn.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Verstopping van de slokdarm

Next: Beschadiging van de slokdarm

Figures
Tables
Disclaimer