THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results
In This Topic
Introductie
Back to Top

Section

Subject

Topics

Introductie

Het lichaamsvocht maakt ongeveer de helft tot tweederde van het lichaamsgewicht van een gemiddelde persoon uit. Vetweefsel heeft een lager percentage vocht en vrouwen hebben gewoonlijk meer vet, zodat het vochtpercentage bij de gemiddelde vrouw lager is (52 tot 55%) dan bij de gemiddelde man (60%). Het percentage lichaamsvocht is ook lager bij ouderen en bij mensen met overgewicht. Een persoon van 70 kg bevat ongeveer 40 liter lichaamsvocht: hiervan bevindt zich 23 tot 27 liter in de cellen, acht liter in de ruimte tussen de cellen en iets minder dan vier liter, of ongeveer 8% van de totale hoeveelheid vocht, in de bloedsomloop. Het lichaam regelt de hoeveelheid vocht in elk van deze reservoirs. Het lichaamsvocht wordt naar behoefte verplaatst om de hoeveelheid in elk reservoir min of meer constant te houden, zodat het lichaam normaal kan functioneren.

De vochtinname moet in evenwicht zijn met het vochtverlies. Om de vochtbalans in stand te houden en ter bescherming tegen uitdroging, de vorming van nierstenen en andere medische problemen, dienen gezonde volwassenen per dag ten minste 1½ tot 2 liter te drinken. Het is beter te veel te drinken dan te weinig, omdat het voor het lichaam veel gemakkelijker is overtollig vocht uit te scheiden dan vocht vast te houden. Wanneer de nieren normaal functioneren, kan het lichaam echter sterk uiteenlopende hoeveelheden ingenomen vocht aan.

Water komt het lichaam voornamelijk binnen door opname uit het spijsverteringskanaal. Daarnaast komt er een kleine hoeveelheid water vrij bij de verwerking van bepaalde voedingsstoffen door het lichaam (spijsvertering).

Het lichaam verliest water voornamelijk door het via de nieren in de urine uit te scheiden. Afhankelijk van de behoeften van het lichaam kunnen de nieren minder dan een halve liter tot enkele liters urine per dag uitscheiden. Per dag gaat ongeveer driekwart liter vocht verloren door verdamping via de huid of uitademing via de longen. Hevige transpiratie, die het gevolg kan zijn van zware inspanning, warm weer of koorts, kan de hoeveelheid vocht die verloren gaat door verdamping sterk verhogen. Normaal treedt er maar weinig vochtverlies via het spijsverteringskanaal op. Langdurig braken of ernstige diarree kan echter leiden tot verlies van vier liter of meer per dag.

Gewoonlijk kan iemand voldoende drinken om overmatig vochtverlies te compenseren. Het is echter mogelijk dat iemand niet voldoende kan drinken om vochtverlies als gevolg van langdurig braken of ernstige diarree te compenseren. Dit kan leiden tot uitdroging. Ook verwarring, beperkte mobiliteit of bewustzijnsverlies kunnen iemand belemmeren voldoende te drinken.

Minerale zouten (elektrolyten), zoals natrium en kalium, komen in het lichaam opgelost in water voor. Er bestaat een nauwe samenhang tussen de vochtbalans en de elektrolytenbalans (see Introductie). Het lichaam tracht de totale hoeveelheid lichaamsvocht en de elektrolytenconcentraties in het bloed constant te houden. Wanneer bijvoorbeeld de natriumspiegel te hoog wordt, ontstaat er dorst, met als gevolg een verhoogde vochtinname. Bovendien zorgt een hormoon (antidiuretisch hormoon, ADH), dat door de hypofyse wordt afgescheiden, als reactie op dorst ervoor dat de nieren minder urine uitscheiden. Het gecombineerde effect is een toename van de hoeveelheid vocht in de bloedbaan. Als gevolg daarvan wordt het natrium verdund en wordt het evenwicht tussen natrium en water hersteld. Wanneer de natriumspiegel te laag wordt, scheiden de nieren meer urine uit, waardoor de hoeveelheid vocht in de bloedbaan daalt en het evenwicht wordt hersteld.

illustrative-material.sidebar 1

Een wankel evenwicht

In het lichaam werken verschillende mechanismen samen om de vochtbalans te handhaven. Een van de belangrijkste daarvan is dorst. Wanneer het lichaam vocht nodig heeft, worden zenuwcentra diep in de hersenen gestimuleerd, wat leidt tot dorstgevoel. Dit gevoel wordt sterker naarmate de behoefte van het lichaam aan vocht toeneemt. Dit zet de persoon ertoe aan te drinken om de benodigde hoeveelheid vloeistof aan te vullen. Wanneer het vochtgehalte van het lichaam te hoog is, wordt het dorstgevoel onderdrukt.

Een ander mechanisme voor het handhaven van de vochtbalans is gebaseerd op de hypofyse (een kleine klier onderaan de hersenen) en de nieren. Wanneer het vochtgehalte van het lichaam te laag is, scheidt de hypofyse antidiuretisch hormoon (vasopressine), dat in de hypothalamus gemaakt wordt, af in de bloedbaan. Antidiuretisch hormoon stimuleert de nieren om water vast te houden en minder urine uit te scheiden. Wanneer het vochtgehalte van het lichaam te hoog is, scheidt de hypofyse weinig antidiuretisch hormoon af, waardoor de nieren de overmaat aan vocht in de urine kunnen uitscheiden.

Het lichaam kan naar behoefte vocht verplaatsen van het ene reservoir naar het andere. Bij ernstig vochtverlies neemt de hoeveelheid vocht in de bloedbaan af en verplaatst het lichaam vocht uit de cellen naar de bloedbaan tot het vocht wordt aangevuld door verhoogde vochtinname. Wanneer het vochtgehalte in het lichaam te hoog is, neemt de hoeveelheid vocht in de bloedbaan toe en verplaatst het lichaam vocht uit de bloedbaan naar de cellen, zowel in als rond de cellen. Op deze manier kunnen het bloedvolume en de bloeddruk betrekkelijk constant worden gehouden.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Uitdroging

Figures
Tables
Disclaimer