THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results
In This Topic
Introductie
Back to Top

Section

Subject

Topics

Introductie

Pijn kan scherp of dof zijn, onderbroken of constant, kloppend of onveranderlijk. Pijn is soms bijzonder moeilijk te beschrijven. Pijn kan op één plek of in een groot gebied voelbaar zijn. De intensiteit van pijn kan variëren van gering tot ondraaglijk.

Tussen mensen onderling bestaat een opmerkelijk verschil in hoeverre pijn kan worden verdragen. De een kan de pijn van een kleine snijwond of blauwe plek ondraaglijk vinden, terwijl een ander de pijn veroorzaakt door een zwaar ongeval of een steekwond zonder veel klachten ondergaat. Het vermogen om pijn te verdragen hangt af van stemming, persoonlijkheid en omstandigheden. In de opwinding van een sportwedstrijd zal de deelnemer een ernstige bloeduitstorting niet eens opmerken, maar na de wedstrijd zal hij de pijn wel voelen, vooral als het team heeft verloren.

Het vermogen om pijn te verdragen kan met de leeftijd veranderen. Naarmate mensen ouder worden, klagen ze minder over pijn, mogelijk omdat veranderingen in het lichaam het pijngevoel doen afnemen. Het kan ook zijn dat oudere mensen eenvoudigweg meer gelaten zijn dan jonge mensen.

Pijnbanen: pijn die door een verwonding wordt veroorzaakt, begint bij speciale pijnreceptoren die binnen het gehele lichaam verspreid voorkomen. Deze pijnreceptoren verzenden boodschappen of signalen in de vorm van elektrische prikkels langs de zenuwen naar het ruggenmerg en vervolgens omhoog naar de hersenen. Soms wekt het signaal een reflex op (see Diagnose van aandoeningen van hersenen, ruggenmerg en zenuwenFigures).

Wanneer het signaal het ruggenmerg bereikt, wordt er onmiddellijk een elektrisch signaal langs de motorische zenuwen teruggestuurd naar de oorspronkelijke plaats van de pijn, waardoor de spieren samentrekken. De hersenen zijn hierbij niet betrokken. Wanneer iemand bijvoorbeeld per ongeluk een zeer heet voorwerp met zijn hand aanraakt, trekt hij deze onmiddellijk terug. Deze reflex voorkomt blijvende beschadiging. Het pijnsignaal wordt tevens naar de hersenen gezonden. Pas wanneer de hersenen het signaal hebben verwerkt en het interpreteren als pijn, zal de persoon de pijn voelen.

Pijnreceptoren en hun zenuwbanen zijn niet overal in het lichaam hetzelfde. Daardoor varieert het pijngevoel afhankelijk van het type en de plaats van de verwonding. Zo bevinden zich in de huid veel pijnreceptoren en zijn deze in staat om zeer nauwkeurige informatie te verzenden, bijvoorbeeld over de locatie van de verwonding en of de oorzaak scherp was, zoals bij een messteek, of dof, zoals bij druk, warmte of koude. De pijnreceptoren in de darmen zijn daarentegen beperkt en onnauwkeurig. De darm kan worden afgeknepen, ingesneden of gebrand zonder een pijnsignaal op te wekken. Rekken of druk kan daarentegen ernstige pijn aan de darm veroorzaken, zelfs als de oorzaak een relatief onschadelijke vastzittende gasbel is. De hersenen kunnen de bron van de pijn in de darmen niet precies vaststellen, de pijn is moeilijk te lokaliseren en wordt waarschijnlijk in een groot gebied gevoeld.

De pijn die in een bepaald gedeelte van het lichaam wordt gevoeld, hoeft niet precies aan te geven waar het probleem is gelokaliseerd, omdat de pijn vanuit een ander gebied uitstraalt. Uitstralende pijn treedt op doordat de signalen uit verschillende delen van het lichaam vaak via dezelfde zenuwbanen naar het ruggenmerg en de hersenen worden geleid. Zo kan de pijn van een hartinfarct in de hals, kaken, armen of buik worden gevoeld en de pijn van een galsteenaanval in de schouders.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Beoordeling van pijn

Figures
Tables
Disclaimer