THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Afsluiting van de bloedtoevoer

Het ruggenmerg heeft, net als alle weefsels in het lichaam, een continue aanvoer van zuurstofrijk bloed nodig. Aftakkingen van de aorta verzorgen het grootste deel van de bloedtoevoer naar de voorzijde van het ruggenmerg. Een afsluiting in één van deze slagaders kan rampzalig zijn. Een dergelijke afsluiting wordt soms veroorzaakt door ernstige atherosclerose van de aorta, door loslating van de lagen van de aortawand (aortadissectie) of door een bloedstolsel dat loslaat van de hartwand en door de bloedstroom wordt meegevoerd (waardoor het een embolus wordt). Soms ontstaat tijdens een operatie om een uitstulping (aneurysma) in de abdominale aorta te repareren, een afsluiting in een van de slagaders die het ruggenmerg van bloed voorzien.

Symptomen

De eerste symptomen zijn meestal acute rugpijn en pijn in de gebieden die worden geïnnerveerd door de zenuwen die uittreden uit het aangedane gebied in het ruggenmerg. Deze pijn wordt gevolgd door spierzwakte en een onvermogen om warmte, koude of pijn te voelen in lichaamsgebieden beneden het niveau waar de bloedtoevoer is geblokkeerd. De symptomen zijn gedurende de eerste paar dagen het duidelijkst. Na verloop van tijd kan, ten minste gedeeltelijk, herstel optreden. De bloedtoevoer naar de voorzijde van het ruggenmerg wordt aanzienlijk verminderd, maar de achterzijde van het ruggenmerg wordt niet aangedaan, omdat de bloedtoevoer naar deze zijde niet via de aorta plaatsvindt. De benen, die door de voorzijde van het ruggenmerg worden aangestuurd, zijn daardoor gevoelloos en verlamd, maar de zintuiglijke waarnemingen die worden doorgegeven in de achterzijde van het ruggenmerg (zoals de tastzin, het vermogen trillingen waar te nemen en het vermogen te voelen waar de ledematen zijn zonder ernaar te kijken (positiezin)) blijven intact.

Zwakte en verlamming kunnen tot het ontstaan van doorligwonden en ademhalingsproblemen leiden. Ook de blaas- en darmcontrole kunnen worden aangetast, evenals het seksuele functioneren.

Diagnose en behandeling

De diagnose wordt meestal gesteld op basis van de symptomen. Met magnetische kernspinresonantie (MRI) of myelografie (see Magnetische kernspinresonantie (MRI)) kan de arts andere aandoeningen met vergelijkbare symptomen uitsluiten. Er kan een ruggenprik (see Diagnose van aandoeningen van hersenen, ruggenmerg en zenuwenFigures) worden uitgevoerd om transversale myelitis uit te sluiten als oorzaak van de symptomen. Met angiografie kan worden bevestigd dat de slagader aan de voorzijde van het ruggenmerg is afgesloten, maar een dergelijk onderzoek is meestal niet nodig.

De behandeling is gericht op symptoomverlichting. Omdat enkele zintuiglijke gewaarwordingen verloren zijn gegaan en er verlamming kan optreden, is het belangrijk dat het ontstaan van doorligwonden (decubitus) wordt voorkomen. Behandeling die helpt bij de afvoer van vocht uit de longen (zoals oefenen met diep ademhalen, houdingsdrainage en uitzuiging) kan noodzakelijk zijn. Fysiotherapie en ergotherapie (see Introductie) kunnen noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat de spierfunctie behouden blijft. Als de blaascontrole is aangetast, kan er een katheter nodig zijn om de urine uit de blaas af te voeren.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Myelitis transversa (acute transversale myelitis)

Next: Subacute gecombineerde degeneratie van het ruggenmerg

Figures
Tables
Disclaimer