THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Letsel als gevolg van een ongeluk

Wanneer het ruggenmerg letsel heeft opgelopen bij een ongeluk, kan het worden doorsneden, een schok oplopen (door stomp letsel) of worden samengedrukt (door gebroken botten, zwelling of bloeding).

Door de manier waarop het ruggenmerg is georganiseerd, leidt ruggenmergletsel tot functieverlies onder de plaats van het letsel. Ernstige ruggenmergbeschadiging halverwege de rug zal bijvoorbeeld geen invloed hebben op het functioneren van de armen, maar de benen kunnen hierdoor wel verlamd raken. Meestal gaat behalve de spiercontrole ook het gevoel in het aangedane gebied verloren.

De reflexen die niet door de hersenen worden geregeld, blijven onder het niveau van het letsel intact of kunnen zelfs worden versterkt. Een voorbeeld hiervan is de kniepeesreflex, waarbij het onderbeen zich strekt door een tik met een hamertje net onder de knie. Wanneer het ruggenmerg letsel heeft opgelopen, kan er een soort spastische verlamming optreden met beenspasmen. De spieren die door de kniepeesreflex worden gecontroleerd, voelen hard en strak aan en trekken van tijd tot tijd, waardoor de benen schokkende bewegingen maken.

Verlamming en gevoelloosheid kunnen geheel of gedeeltelijk en tijdelijk of permanent zijn. Letsel waarbij het ruggenmerg wordt doorsneden of zenuwbanen in het ruggenmerg worden vernietigd, leidt tot blijvend verlies. Stomp letsel waarbij het ruggenmerg een klap oploopt, kan tot tijdelijk functieverlies leiden, dat enkele dagen, weken of maanden kan aanhouden. Herstel is waarschijnlijker als de verlamming onvolledig is en tijdens de eerste week na het letsel beweging of gevoel weer terugkeren. Als de functie niet binnen 6 maanden is teruggekeerd, is het functieverlies waarschijnlijk permanent.

Patiënten die door letsel aan het ruggenmerg zwak of verlamd zijn, lopen het risico van doorligwonden (drukzweren), urineweginfecties en longontsteking.

Behandeling

Het eerste doel is voorkoming van verdere beschadiging. Ambulancepersoneel is uiterst zorgvuldig bij het verplaatsen van iemand met mogelijk ruggenmergletsel. Doorgaans wordt het slachtoffer met een grote vacuümspalk op een harde ondergrond gefixeerd om beweging te voorkomen. Bij beschadiging van het ruggenmerg kan de kleinste verschuiving tot blijvende verlamming leiden.

Meestal geeft de arts onmiddellijk een injectie met corticosteroïden (zoals methylprednisolon) om zwelling rond de verwonding te voorkomen. Een behandeling met deze geneesmiddelen moet binnen 8 uur worden gestart, wil deze effectief zijn en moet ongeveer 24 uur worden voortgezet. Om spierspasmen te behandelen kunnen spierverslappers (zoals cyclobenzaprine) en pijnstillers (zoals ibuprofen) worden gegeven. Als de wervelkolom gebroken of anderszins beschadigd is, kan een chirurg metalen spalkjes implanteren om de wervelkolom te stabiliseren, omdat verdere beweging nog meer schade kan toebrengen. De neurochirurg verwijdert bloed en botsplinters die zich eventueel rond het ruggenmerg hebben opgehoopt.

Tijdens de genezing van het ruggenmerg of de wervelkolom is er deskundige verpleegkundige zorg nodig om complicaties te voorkomen. Om doorligwonden (drukzweren (see Introductie)) te voorkomen, zal de verpleegkundige de huid van de patiënt dagelijks controleren, deze droog en schoon houden en de patiënt vaak keren. Indien nodig wordt er een speciaal bed gebruikt, ‘Stryker-frame' genaamd. Dit bed kan worden gekanteld om de druk op het lichaam van voor naar achteren en van de ene zijde naar de andere te verplaatsen. Er kan een urinekatheter nodig zijn als de patiënt immobiel is en niet naar het toilet kan. Om het risico van een urineweginfectie te verkleinen, zal de verpleegkundige steriele technieken toepassen bij het inbrengen van de katheter en dagelijks antimicrobiële zalven of oplossingen aanbrengen. Om het risico van longontsteking te verkleinen, kunnen therapeuten en verpleegkundigen de patiënt oefeningen leren om diep adem te halen. Verder kunnen ze de patiënt in een bepaalde houding brengen waardoor in de longen opgehoopte afscheiding gemakkelijker wordt afgevoerd (houdingsdrainage).

Verlies van veel lichaamsfuncties kan zeer belastend zijn en tot depressie en verlies van eigenwaarde leiden. De patiënt kan beter met het verlies omgaan wanneer hij precies weet wat er is gebeurd en wat hij in de nabije en verre toekomst kan verwachten. Met fysiotherapie en ergotherapie (see Introductie) kan de spierfunctie behouden blijven. Therapeuten leren de patiënten speciale technieken om de verloren gegane functies te compenseren. De meeste patiënten hebben baat bij meelevende en deskundige verpleegkundige zorg, bij psychologische begeleiding en emotionele steun van familie en vrienden. Ook familie- en gezinsleden kunnen baat hebben bij psychologische begeleiding.

illustrative-material.figure-short 1

Welk gedeelte van de wervelkolom is beschadigd?

Welk gedeelte van de wervelkolom is beschadigd?

De wervelkolom wordt in vier niveaus verdeeld: cervicaal (hals), thoracaal (borst), lumbaal (laag in de rug) en sacraal (bekken). Elke zone wordt aangeduid met een letter (C, T, L of S), waarbij de wervels binnen elk gebied van de wervelkolom van bovenaf worden genummerd. De bovenste wervel op cervicaal niveau heet bijvoorbeeld C1, de tweede C2, de tweede wervel op thoracaal niveau T2 en de vierde wervel op lumbaal niveau L4.

Er lopen zenuwen vanaf de wervelkolom naar specifieke gebieden in het lichaam. Door vast te stellen waar bij de patiënt zwakte, verlamming of ander functieverlies (en dus beschadiging van de zenuwen) optreedt, kan de neuroloog afleiden op welk niveau de wervelkolom is beschadigd.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Ruggenmergcompressie

Figures
Tables
Disclaimer