THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results
In This Topic
Introductie
Back to Top

Section

Subject

Topics

Introductie

Slaapstoornissen zijn stoornissen die het vermogen aantasten om in slaap te vallen, door te slapen of wakker te blijven of die leiden tot abnormaal gedrag tijdens de slaap, zoals nachtelijke angsten of slaapwandelen.

Slaap is noodzakelijk om te overleven en voor een goede gezondheid, maar het is niet geheel duidelijk op welke manier men er baat bij heeft. De individuele behoefte aan slaap loopt sterk uiteen. Gezonde volwassenen kunnen dagelijks tien uur slaap nodig hebben of aan vier uur slaap al genoeg hebben. De meeste mensen slapen 's nachts. Veel mensen moeten echter overdag slapen om zich aan dienstroosters aan te passen. Dit leidt vaak tot slaapstoornissen.

Hoe lang iemand slaapt en hoe uitgerust iemand zich voelt bij het ontwaken kan door veel factoren worden beïnvloed, zoals de mate van opwinding of emotionele spanning, leeftijd, voeding en het gebruik van geneesmiddelen. Zo maken sommige middelen slaperig, terwijl andere het slapen juist bemoeilijken. Bepaalde voedselbestanddelen of -toevoegingen kunnen de slaap beïnvloeden, bijvoorbeeld cafeïne, sterke kruiden en natriumglutamaat. Ouderen vallen vaak vroeger in slaap, worden vroeger wakker en kunnen vaak minder tegen veranderingen in het slaappatroon (ze kunnen bijvoorbeeld meer last hebben van jetlag). Vergeleken met jongere volwassen en kinderen worden ouderen gemakkelijker in hun slaap gestoord en worden ze 's nachts vaker wakker. Of ouderen minder slaap nodig hebben, is onduidelijk. Overdag een dutje doen kan helpen om slechte nachtrust te compenseren, maar kan ook juist bijdragen aan het probleem.

Niet alle slaap is hetzelfde. Er zijn twee belangrijke soorten slaap: de REM-slaap (REM = rapid eye movement) en de non-REM-slaap, die uit vier stadia bestaat. Meestal doorloopt iemand vijf of zes keer per nacht de vier stadia van de non-REM-slaap, doorgaans gevolgd door een korte periode van REM-slaap.

De slaap begint bij stadium één (het lichtste niveau waarin iemand gemakkelijk kan worden gewekt) en loopt door naar stadium vier (het diepste niveau waarin het moeilijk is om iemand te wekken). In stadium vier zijn de bloeddruk en de hart- en ademhalingsfrequentie het laagst.

Tijdens de REM-slaap is de elektrische activiteit in de hersenen ongewoon hoog en lijkt enigszins op die tijdens de waaktoestand. De ogen maken snelle bewegingen en soms treden onwillekeurige spiertrekkingen op. De frequentie en diepte van de ademhaling nemen toe, maar alle spieren – behalve het middenrif – zijn zeer ontspannen, meer nog dan tijdens de diepste stadia van de non-REM-slaap.

De meeste dromen treden tijdens de REM-slaap op. Praten in de slaap, nachtelijke angsten en slaapwandelen doen zich het vaakst voor tijdens stadia drie en vier.

Slaapstoornissen kunnen meestal worden vastgesteld op grond van de anamnese, waaronder een beschrijving van het huidige probleem, en de resultaten van een lichamelijk onderzoek. Wanneer de diagnose niet duidelijk is, kan de arts adviseren om onderzoek in een slaapcentrum te laten uitvoeren. Dit slaaponderzoek bestaat uit polysomnografie en observatie van ongewone bewegingen tijdens de slaap gedurende een gehele nacht. Polysomnografie omvat het bijhouden en registreren van de ademhaling, hartslag en andere functies, elektro-encefalografie (EEG), waarmee de elektrische activiteit van de hersenen wordt vastgelegd (see Elektro-encefalografie) en elektro-oculografie, waarmee de oogbewegingen tijdens de slaap worden geregistreerd.

Stadia in de slaapcyclus

Stadia in de slaapcyclus

De mens doorloopt doorgaans vijf- of zesmaal per nacht een slaapcyclus met afzonderlijke stadia. Er wordt relatief weinig tijd in diepe slaap (stadia 3 en 4) doorgebracht. Naarmate de nacht vordert, wordt meer tijd doorgebracht in de REM-slaap (REM = rapid eye movement); dit stadium wordt onderbroken door korte terugvallen naar lichte slaap (stadium 1). Gedurende de gehele nacht wordt men zo nu en dan even wakker.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Slapeloosheid

Figures
Tables
Disclaimer