THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Slaapapneu

Slaapapneusyndroom (ademstilstand) omvat een groep ernstige slaapstoornissen waarbij de ademhaling tijdens de slaap herhaaldelijk zo lang stopt dat in het bloed en de hersenen de hoeveelheid zuurstof afneemt en de hoeveelheid kooldioxide toeneemt.

Slaapapneu treedt op wanneer de ademhaling tijdens de slaap tijdelijk wordt onderbroken. Er zijn drie vormen van slaapapneu.

Obstructieve slaapapneu, het meest voorkomende type, wordt door een afsluiting in de keel of bovenste luchtwegen veroorzaakt. Men denkt dat ongeveer 4 tot 6% van de mannen van middelbare leeftijd en 1 tot 2% van de vrouwen van middelbare leeftijd hieraan lijden. Obstructieve slaapapneu komt doorgaans voor bij mannen met overgewicht die vaak op de rug slapen. Het overgewicht, mogelijk in combinatie met veroudering van weefsels en andere factoren, leidt tot vernauwing van de bovenste luchtwegen. Roken en overmatig alcoholgebruik verergeren obstructieve slaapapneu. Longaandoeningen, zoals emfyseem, dragen bij aan het zuurstofgebrek. Het hebben van een nauwe keel of nauwe bovenste luchtwegen, iets wat vaak in bepaalde families lijkt voor te komen, verhoogt het risico van slaapapneu. Bij kinderen kunnen vergrote keel- of neusamandelen obstructieve slaapapneu veroorzaken.

Centrale slaapapneu, een veel zeldzamere vorm, is het gevolg van een disfunctie in het deel van de hersenen dat de ademhaling reguleert (hersenstam). De hersenstam is doorgaans zeer gevoelig voor veranderingen in de concentratie van kooldioxide (een product dat ontstaat bij de omzetting van zuurstof) in het bloed. Wanneer deze concentratie hoog is, geeft de hersenstam een signaal aan de ademhalingsspieren om dieper en sneller te ademen om kooldioxide via de uitademing uit het lichaam te verwijderen en andersom. Bij centrale slaapapneu is de hersenstam minder gevoelig voor de veranderingen in de kooldioxideconcentratie. Doordat de hersenstam traag reageert op de ophoping van kooldioxide in het bloed, vertoont het lichaam een overdreven reactie, waardoor aanhoudende hyperventilatie optreedt. Omgekeerd reageert de hersenstam ook traag op de verwijdering van kooldioxide uit het bloed, waardoor de reactie van het lichaam, bestaand uit een onderbreking van de ademhaling, langer aanhoudt. Disfunctie van de hersenstam die leidt tot centrale slaapapneu, kan het gevolg zijn van een hersentumor. Mensen met hartfalen kunnen centrale slaapapneu hebben. Bij één bepaalde vorm van centrale slaapapneu, het congenitale centrale hypoventilatiesyndroom, haalt de patiënt onvoldoende of helemaal niet adem, behalve wanneer hij wakker is. Er bestaat geen verband tussen centrale slaapapneu en overgewicht.

Gemengde slaapapneu, de derde vorm, is een combinatie van obstructieve slaapapneu en centrale slaapapneu. Obstructieve slaapapneu kan soms centrale slaapapneu veroorzaken doordat een dusdanig langdurige daling van de zuurstofconcentratie en een toename van de kooldioxideconcentratie de werking van de hersenstam verstoort. Gemengde slaapapneu komt zelden voor.

Symptomen

Aangezien de symptomen zich tijdens de slaap voordoen, worden deze vaak het eerst opgemerkt door degene die naast de betreffende persoon slaapt. Bij alle vormen van slaapapneu kan de ademhaling abnormaal langzaam en oppervlakkig worden of kan de ademhaling plotseling gedurende minimaal 10 seconden (soms wel 1 minuut) ophouden en vervolgens weer doorgaan.

Het meest voorkomende symptoom bij obstructieve slaapapneu is snurken in combinatie met perioden van naar lucht happen, ademnood, onderbreking van de ademhaling en plotseling ontwaken. In ernstige gevallen van obstructieve slaapapneu treden 's nachts tijdens de slaap herhaaldelijk aanvallen van ademnood op en valt de patiënt overdag ongewild steeds kort in slaap. Deze dutjes overdag verstoren uiteindelijk het normale dagritme en verminderen de kwaliteit van leven. Hierdoor kan de geheugenfunctie gestoord raken, de behoefte aan seks afnemen en de persoonlijkheid veranderen. Mensen met obstructieve slaapapneu hebben een verhoogd risico van complicaties als CVA, hartinfarct en hoge bloeddruk. Als de aanvallen van obstructieve slaapapneu vaker dan 20 keer per uur optreden, is het risico van overlijden verhoogd.

Mensen met extreem overgewicht hebben naast obstructieve slaapapneu vaak het adipositas-hypoventilatiesyndroom (het Pickwick-syndroom). Overmatig lichaamsvet belemmert de bewegingen van de borstwand, waardoor een kleinere hoeveelheid lucht de longen bereikt. Overmatig lichaamvet onder het middenrif drukt de longen samen, waardoor de ademhaling oppervlakkig wordt. Overmatig lichaamvet rond de keel drukt de bovenste luchtweg samen, waardoor de luchtstroom afneemt.

Bij centrale slaapapneu treedt meestal geen snurken op. Toch kan het ademhalingspatroon abnormaal zijn. Een voorbeeld hiervan is de Cheyne-Stokes-ademhaling (periodieke ademhaling). Hierbij wordt de ademhaling geleidelijk sneller, geleidelijk langzamer, vervolgens stopt de ademhaling gedurende korte tijd en begint dan weer. Daarna wordt deze cyclus herhaald. Elke cyclus duurt 30 seconden tot 2 minuten.

Bij alle vormen van slaapapneu kunnen de slaapverstoringen leiden tot slaperigheid overdag, vermoeidheid, prikkelbaarheid, ochtendhoofdpijn, traag denken en concentratieproblemen. Aangezien de zuurstofconcentratie in het bloed aanzienlijk kan dalen, kunnen hartritmestoornissen ontstaan en kan de bloeddruk stijgen.

Langdurige, ernstige slaapapneu van elk type leidt uiteindelijk tot hartfalen en longfunctiestoornissen. Het hart is dan niet in staat voldoende bloed door het lichaam te pompen en de longen zijn niet in staat voldoende zuurstof te leveren of voldoende kooldioxide uit het lichaam te verwijderen.

Diagnose

In een vroeg stadium wordt de diagnose van ‘slaapapneu' vaak gesteld aan de hand van de informatie van degene die naast de betreffende persoon slaapt. De partner kan aangeven dat de persoon hard snurkt, van tijd tot tijd ophoudt met ademen, met ademnood of angstig wakker wordt en overdag steeds vermoeider wordt. De persoon kan bijvoorbeeld in slaap vallen terwijl hij televisie kijkt, tijdens een vergadering of zelfs tijdens het autorijden.

De diagnose kan het best worden bevestigd en de ernst kan het best worden bepaald in een slaapcentrum. Elektro-encefalografie (EEG (see Elektro-encefalografie)) wordt toegepast om veranderingen in de slaapstadia te volgen. De oogbewegingen kunnen gedurende de REM-slaap worden geregistreerd via elektroden die vlakbij de ogen worden aangebracht (een methode die ‘elektro-oculografie' wordt genoemd). Ook de zuurstofconcentratie in het bloed wordt gemeten via een elektrode op een vinger of oorlel (een methode die ‘oxymetrie' wordt genoemd). De luchtstroom wordt met een apparaat gemeten dat voor de neusgaten wordt geplaatst en de bewegingen en het patroon van de ademhaling worden via een elektrode of meetapparaat op de borst gemeten. Met behulp van deze metingen kan onderscheid worden gemaakt tussen obstructieve en centrale slaapapneu.

Behandeling

Obstructieve slaapapneu: het kan helpen om af te vallen, te stoppen met roken en niet te veel alcohol te gebruiken. Mensen die zwaar snurken of tijdens de slaap vaak ademnood krijgen, dienen geen alcohol, slaapmiddelen, antihistaminica of andere middelen die slaperigheid veroorzaken te gebruiken. Neusverkoudheid en allergieën moeten worden behandeld.

Het snurken kan worden verminderd door op de zij of met een verhoogd hoofdeinde te slapen. Een speciaal antisnurkkussen, dat op de rug wordt bevestigd, zorgt ervoor dat de persoon niet op de rug kan slapen. De diverse andere hulpmiddelen die op de markt zijn om het snurken tegen te gaan, helpen alleen bij licht snurken en bieden geen verlichting bij obstructieve slaapapneu. Als er behandeling voor zwaar snurken noodzakelijk is, kan de chirurg het kleine stukje weefsel dat achter in de mond hangt (de huig), verwijderen via een procedure die ‘uvulopalatofaryngoplastiek' (UPPP) heet.

Bij veel mensen kunnen apneu en snurken worden verminderd met behulp van uitneembare hulpmiddelen voor in de mond die door een tandarts worden aangemeten. Deze hulpmiddelen worden alleen tijdens het slapen gedragen en helpen om de luchtwegen open te houden. De meeste hulpmiddelen houden de kaken van elkaar en duwen de onderkaak naar voren zodat de tong niet naar achter kan zakken en zo de keel afsluiten. Andere hulpmiddelen houden de tong naar voren.

Als bovengenoemde maatregelen slaapapneu niet verhelpen of verminderen, kan de patiënt baat hebben bij continue positieve luchtdruk (CPAP). Hierbij wordt de lucht onder druk via een neusmasker toegediend. Door de druk blijven de luchtwegen open wanneer de persoon inademt. Gedurende de eerste twee weken is het dragen van een masker misschien niet comfortabel en kan de neusdoorgang uitdrogen. Bij langdurig gebruik echter wennen veel mensen eraan. Ook kan het gebruik van een luchtbevochtiger sommigen helpen om aan het masker te wennen.

In incidentele gevallen wordt operatief ingegrepen om de luchtweg via de keel te verwijden (UPPP), maar dit is meestal alleen effectief bij mensen met lichte slaapapneu.

Centrale slaapapneu: indien mogelijk wordt de onderliggende oorzaak behandeld. Er kunnen bijvoorbeeld geneesmiddelen worden gegeven om de ernst van hartfalen te verminderen (see HartfalenTables). Evenals bij obstructieve slaapapneu hebben mensen met centrale slaapapneu ook vaak baat bij CPAP. Ook het gebruik van een zuurstofslang onder de neus (zonder druk) kan uitkomst bieden. Soms worden acetazolamide en theofylline gebruikt. Deze middelen kunnen de ademhalingsprikkel stimuleren.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Narcolepsie

Next: Parasomnieën

Figures
Tables
Disclaimer